Niels Hav (1949) werd geboren in Noord-Jutland, waar hij opgroeide op een boerderij, en is op het ogenblik woonachtig in Kopenhagen. Hij reisde veel door Europa, Azië en Noord en Zuid-Amerika. Hij publiceerde tot nu toe vijf dichtbundels en drie bundels korte verhalen. Zijn werk werd onderscheiden door de Deense Raad voor de Kunst. Naar eigen zeggen voelt hij zich in zijn poëzie verwant aan dichters als Czesław Miłosz and Les Murray. Zijn werk is in ondermeer vertaald in Engels, Spaans, Italiaans en Arabisch en werd in 2009 in Nederland geïntroduceerd door vertaler Jan Baptist (http://www.janbaptist.nl), met de Als ik blind word. De onderstaande gedichten werden uit deze bundel gekozen (Kees Klok).
Als ik blind word
Liefde maakt blind -
en elke dag als de blinde
hier voorbij komt trippelen met zijn stok,
valt het verkeer een kwart seconde volkomen stil,
terwijl Gods engelen opstijgen en neerdalen -
en de oogarts zijn kliniek sluit.
Liefde maakt blind,
maar seks is onschuldig: aan mijn ogen mankeert niets,
ik zie alles.
Daarom mislukken al mijn liefdesgedichten.
Met gesloten ogen fluister ik in de telefoon,
en buiten voor het station staat de blinde
als een heilige evangelist
en neuriet in de regen
- gehandicapt door de liefde.
Pas verliefden kussen elkaars vingertoppen,
dat weet ik best.
Nár ieg bliver blind
Kærlighed gør blind -
og hver eneste dag når den blinde
kommer trippende her forbi med sin stok,
går trafikken fuldstændig i stå et kvart sekund,
mens Guds engle stiger op og ned -
og øjenlægen lukker sin klinik.
Kærlighed gør blind,
men sex er harmlost: Mit syn fejler intet,
jeg kan se alt.
Det er derfor mine kærlighedsdigte et så mislykkede.
Med lukkede øjne hvisker jeg i telefonen,
og uden for stationen står den blinde
som en hellig evangelist
og nynner i regnen
- invalideret af kærlighed.
De nyforelskede kysser hinandens fingerspidser,
det ved jeg godt.
Bekentenis
De winter is zo wreed,
daarom heeft hij te allen tijde de voorkeur
boven de hysterische zonsondergangen van de zomer,
waar niemand zich tegen kan wapenen.
Net zoals vrouwen op zaterdagavond altijd de voorkeur geven
aan die ellendige schooier, verminkt door het leven,
boven die lieve vent die zijn oor leende
aan hun gehuilde bekentenissen.
Ik begrijp ze heel goed: alleen moeders
en gekken kunnen dat gesnotter verdragen -
net zoals ieder normaal mens
zomerzondagen haat; vooral bij zonsondergang.
Betroelse
Vinteren er så brutal,
derfor er den til hver en tid at foretrække
frem for sommerens hysteriske solnedgange,
som ingen kan gardere sig imod.
Ligesom kvinderne lørdag aften altid foretrækker
en led stodder, skamferet af tilværelsen,
frem for den søde fyr der lagde øre
til deres hulkende betroelser.
Jeg forstår dem udmærket: Kun mødre
og åndssvage kan klare det snot -
ligesom alle normale hader
sommersøndage; især ved solnedgang.
Onverwacht geluk
Mijn gedichten zljn nog steeds net zo lelijk
als bushokjes langs verlaten weggedeelten
ver weg van de hoofdwegen,
waar schoolkinderen en gepensioneerden
staan te wachten op de bus.
Ze verfraaien niet
en de mensen pissen er tegen,
nu ze er toch zijn. Ze worden armzalig
gedecoreerd met anonieme vloeken
en nieuwe strijdkreten. Hier hangen de vertrektijden.
In mei staat iemand buiten te luisteren
naar de zangleeuwerik die de wachttijd verzoet
met zijn frivole concert
over de zoete zomerwind
en dauwdiamanten.
Maar als de melancholieke vampiers van de winter
vrij rondzwerven in de verlatenheid,
en een kus in de voorsteden zeldzamer is
dan een UFO, willen mijn lelijke bushokjes
graag samen met jou staan wachten -
Tot de bus komt. Ook ik verlang
wanhopig naar het vinden van dat ene enigmatische
woord dat vrijmaakt wie ik ben -
een mysterie van onverwacht geluk
midden in de winterse vertrekrijden.
Uventet lykke
Mine dige er stadig lige så grimme
som læskurene på øde strækninger
langt væk fra hovedvejene,
hvor skolebørn og pensionister
står og venter på bussen.
De pynter ikke,
og folk pisser på dem,
nu de er her. De bliver nødtørfagt
dekoreret med anonyme forbandelser
og nye slagord. Her hænger køreplanen.
I maj står nogen udenfor og lytter
til sanglærken, som forsøder ventetiden
med sin frivole koncert
om Somrens Zephyrpust
og Morgendiamanter.
Men når vinterens melankolske vampyrer
strejfer frit omkring i ødemarken,
og et kys i forstæderne er sjældnere
end en UFO, vil mine grimme læskure
gerne stå og vente sammen med dig -
Til bussen kommer. Også jeg længes
desperat efter at finde dét enigmatiske
ord som forløser den man er -
et mysterium af uventet lykke
midt i vinterkøreplanen.
Wat de dakloze zei
Giordano Bruno werd levend verbrand
omdat hij beweerde dat het heelal oneindig is
en zonder middelpunt.
Afgaand op wat de dakloze zei
had hij gelijk: ik heb een UFO
vol engelen zien landen op het kerkhof.
Misschien heb ik het gedroomd,
ze kwamen naar buiten met hun trompetten en bazuinen
en gaven een concert op het graf van Carl Nielsen.
Het vroor tien graden die nacht, en ik nam aan
dat ik dood was. Toen ik wakker werd en de zon opkwam,
waren alle graven bedekt met veren.
Hvad posedamen sagde
Giordano Bruno blev levende brændt
for at hævde, at Verdensaltet er uendeligt
og uden midtpunkt.
Men efter hvad posedamen sagde
havde han ret: Jeg har set en UFO
fuld af engle lande inde på kirkegården.
Måske er det noget jeg har drømt,
men de kom ud med deres flygler og trompeter
og spillede en koncert på Carl Nielsens grav.
Det frøs ti grader den nat, og jeg regnede med
jeg var død. Men da jeg vågnede, og solen stod op,
var alle gravene dækket af fjer.
© Niels Hav © Vertaling: Jan Baptist
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties