Gillian Clark (1937) werd geboren in Cardiff. Zij is naast dichteres toneelschrijfster, redactrice en vertaalster. Ze groeide op in Wales, maar hoewel haar ouders Welshtalig waren, werd zij uitsluitend opgevoed in het Engels. Pas op latere leeftijd leerde zij haar moedertaal. Samen met haar man woont zij op een boerderij in Ceredigion, een streek in het graafschap Dyfed in West-Wales. Zij publiceerde een groot aantal dichtbundels en was lange tijd redactrice van het tijdschrift Anglo-Welsh Review. Als een van de belangrijkste hedendaagse dichters uit Wales bekleedt zij op dit ogenblik de functie van National Poet, vergelijkbaar met onze Dichter des Vaderlands. De hieronder gepubliceerde gedichten komen uit de bloemlezing In een ander licht. Hedendaagse poëzie uit Wales, een uitgave van Wagner & Van Santen (2001). De vertalingen zijn van de hand van Ko Kooman (Kees Klok).
Buren
De lente was laat. We keken naar de lucht
en speurden op kaarten naar stijgende isobaren.
Vogels paarden laat. Kraaien dronken uit het lamsoog.
Op Finland vielen vogeltjes neer: zanglijsters
op weg naar het noorden, vlekkerige handtekeningen op lichte,
trekkende zangertjes, nachtegalen.
Vleugelslagen stokten boven forden, elke long een slokje gal.
Men waarschuwde kinderen voor hun gevaarlijke schoonheid.
In Polen werd melk vergoten. Elke ruzie
de explosie van een oud verhaal,
een hap bittere lucht uit de Oekraïne
aangevoerd door de wind uit zijn doos van smarten.
Dit voorjaar nipt een lammetje caesium op een heuvel in Wales.
Een kind dat haar gezichtje heft en regen drinkt,
haalt daarmee ook de gifpijl in haar bloed.
We zijn nu allemaal goede buren, elk plaatsje in Europa
gejumeleerd met Tsjernobyl, elk hart begaan
met de verbrande brandweerman, het kind in de trein naar Moskou.
In de democratie van het virus en de toxine
wachten wij af. Wij kijken uit naar vogeltrek,
een vogel die terugkomt met groen in zijn stem,
glasnost,
golau glas *
een eerste glimpje blauw.
*Welsh voor 'blauw licht'
Neighbours
That spring was late. We watched the sky
and studied charts for shouldering isobars.
Birds were late to pair. Crows drank from the lamb's eye.
Over Finland small birds fell: song-thrushes
steering north, smudged signatures on light,
migrating warblers, nightingales.
Wing-beats failed over fjords, each lung a sip of gall.
Children were warned of their dangerous beauty.
Milk was spilt in poland. Each quarrel
the blowback from some old story,
a mouthful of bitter air from the Ukraine
brought by the wind out of its box of sorrows.
This spring a lamb sips caesium on a Welsh hill.
A child, lifting her face to drink the rain,
takes into her blood the poisoned arrow.
Now we are all neighbourly, each little town
in Europe twinned to Chernobyl, each heart
with the burnt fireman, the child on the Moscow train.
In the democracy of the virus and the toxin
we wait. We watch for bird migrations,
one bird returning with green in its voice,
glasnost
golau glas, *
a first break of blue.
*golou glas: blue light
Vertaling
na het vertalen uit het Welsh,
met name cen roman van Kate Roberts
Jouw hand op haar hand - je bent nooit
zo dicht bij een vrouw geweest sinds de schoonheid van je moeder
bij het hek van de school je de adem benam,
sinds jij en je hartsvriendin elkaars warme klamme hand vasthielden,
sinds je als schoolmeisje, te gast in een mijnwerkerswoning,
twee kamertjes boven, twee onder, te klein voor logeerkamers
of logeerbedden, sliep bij twee zusjes,
giechelend in het donker, het hart verhit door jongenspraat.
Je spreidt de tekst uit. Zij geeft je een vrucht.
Je maakt hem open, eet, weet precies hoe
zijn fluwelen gewicht te hanteren, erin te bijten, hem te proeven
tot het laatste gouden beetje. Maar je zoekt naar woorden,
bent het Engels voor eirin vergeten - het ligt je vóór op de -
Maar de kat heeft je tong opgegeten, heeft perziksap
van je hand gelikt met haar ruwe langue de chat,
tafod cath, de rasp van het verlies.
Translation
after translating from Welsh,
particularly a novel by Kate Roberts
Your hand on her hand - you've never been
this close to a woman since your mother's beauty
at the school gate took your breath away,
since you held hot sticky hands with your best friend,
since you, schoolgirl guest in a miner's house,
two up, two down, too small for guest rooms
or guest beds, shared with two sisters,
giggling in the dark, hearts hot with boy-talk.
You spread the script. She hands you a fruit.
You break it, eat, know exactly how
to hold its velvet weight, to bite, to taste it
to the last gold shred. But you're lost for words,
can't think of the English for eirin - it's on the tip of your -
But the cat ate your tongue, licking peach juice
from your palm with its rough langue de chat,
tafod cath, the rasp of loss.
De honingman
De blikken koffer ligt te roesten in een rode plas
met zijn inhoud van oude ramen,
halfvergane honingraat zwart van stuifmeel
en een verdroogde schittering van vleugeltjes
uit dode zomers.
Bij het hek, twee meter van de auto,
de verlaten kast waarin vorig jaar
de wilde zwerm zijn intrek nam, die wij
in de winter, als de bijen sliepen, verhuizen wilden
voordat in maart de zon ze wekken zou.
Vanuit de auto kijken wij toe, achter glas.
Hij nadert in de schemering
in zijn ruimtepak met sluier
en bezweert de bijen met rook
uit het zwaaiende wierookvat.
Hij tilt het dak eraf
en wordt bepareld met bijen.
In de lucht gonst het van duizenden steken
als ze op het glas neerstrijken, oog in oog
met de kinderen.
Als de maan opkomt, net voor bedtijd, drukken ze
beurtelings hun oor tegen de kast,
om de honinggeur op te snuiven en
duizenden verkoelende vleugeltjes te horen snorren
als een stad in een doosje.
The Honey Man
The tin trunk rusts in a red pool
with its cargo of old frames,
crumbling honeycomb dark with pollens
and a dried glisten of wings
from dead summers.
By the gate, six feet from the car,
the abandoned hive the wild swarm
took over last year, that we meant
to move in winter as they slept
before the March sun woke them.
From the car we watch behind glass.
He comes through the dusk
in his space suit and veil,
charming the bees with smoke
from the swung censer.
He lifts off the roof
and is jewelled with bees.
The air strums with a million stings
as they settle on the glass eye to eye
with the children.
At moonrise, before bed, they take turn
to press their ears against the hive,
to breathe in the honey and hear
a million cooling wings beat
like a city in a box.
Grenslijn
Hij verbrokkelt
waar het land zijn naam vergeet
en ik ben vreemd in mijn eigen land.
Braakland, grasland, akkerland
uit de heuvel gescheurd
naast een vervallen boerderij.
De precisie van het woord
ontglipt aan de tongen van kinderen.
In de parochies verbleken de heiligen.
Velden vervagen tussen het litteken
van haag en nieuwe weg.
De geschiedenis vergeet zichzelf.
Bij de garage zijn ze beleefd.
'Sorry schat, geen Welsh.'
In de winkel slaat haar harde
'Wat!' mij in het gezicht.
Ze kwamen voor de schoonheid
maar konden haar niet horen spreken.
Border
It crumbles
where the land forgets its name
and I'm foreign in my own country.
Fallow, pasture, ploughland
ripped from the hill
beside a broken farm.
The word's exactness
slips from children's tongues.
Saints fade in the parishes.
Fields blur between the scar
of hedgerow and new road.
History forgets itself.
At the garage they're polite.
'Sorry love, no Welsh.'
At the shop I am slapped
by her hard 'What!'
They came for the beauty
but could not hear it speak.
(c) Gillian Clark
(c) Vertaling: Ko Kooman
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties