ONDER DE ROTSPUNT
Je woont onder een rotspunt.
En dat weet je.
Maar je zaait je akker in
en loopt rustig over je erf
en laat je kinderen spelen
en gaat slapen
alsof het niets is.
Het komt voor,
dat je op een zomeravond,
leunend op je zeis
even je ogen langs
de rotswand laat gaan
daar waar men zegt
dat de breuk
moet zitten,
en het komt voor
dat je wakker ligt
luisterend naar
vallend gesteente
in de nacht.
En komt de lawine,
komt hij niet onverwachts.
Maar je gaat aan de slag en ruimt
dat groene lapje
onder de rots
- bij leven en welzijn.
UNDER BERGFALLET
Du bur under bergfall.
Og du veit det.
Men du sår din åker
og trør trygt ditt tun
og lèt dine born leika
og legg deg
som inkje var.
Det hender.
når du stør deg til ljåen
ein sumarkveld,
at augo sviv som snarast
yver bergsida
der dei segjer
sprekken
skal vera,
og det hender
du vert liggjande vaken
og lyda etter
steinsprang
ei natt.
Og kjem raset,
kjem det ikkje uventa.
Men du tek til å rydja
den grøne boti
under berget
- um du då har livet.
KOM NIET MET DE HELE WAARHE]D
Kom niet met de hele waarheid,kom niet met de zee voor mijn dorst,
kom niet met de hemel als ik om licht vraag,
maar kom met een glimp, een dauw een vleug,
zoals de vogels waterdruppels meedragen na het baden
en de wind een korrel zout.
KOM IKKJE MED HEILE SANNINGI
Kom ikkje med heile sanningi,
kom ikkje med havet for min torste,
kom ikkje med himmelen når eg bed um ljos,
men kom med ein glimt, ei dogg, eit fjom,
slik fuglane ber med seg vassdropar frå lauget
og vinden eit korn av salt.
IK OPEN DE GORDIJNEN
lk open de gordijnen voor ik ga slapen,
ik wil het levende duister zien als ik ontwaak,
en het bos en de hemel. lk ken een graf
dat geen luik naar de sterren heeft.
Nu is Orion opgekomen in het westen, altijd jagend -
hij is niet verder gekomen dan ik.
De kersenboom buiten is naakt en zwart.
ln de duizelend blauwe hemelklok
kerft de harde nagel van de morgenmaan.
EG DREG IFRÀ GLASET
Eg dreg ifrå glaset fyrr eg legg meg,
eg vil sjå det levande myrkret når eg vaknar,
og skogen og himmelen. Eg veit ei grav
som ikkje har glugg mot stjernone.
No er Orion komen i vest, alltid jagande -
han er ikkje komen lenger enn eg.
Kirsebærtreet utanfor er nake og svart.
I den svimlande blå himmelklokka
ritar morgonmånen med hard nagl.
WONDERLIJKE VISSEN
Mensen vertrouwen?
Je ziet al snel
wat een wonderlijke
vissen het zijn,
soms groen,
dan zwart,
dan blauw -
Het zal het licht wel zijn
en de bodem
en de waterstroom die ze
van kleur doen verschieten.
UNDERLEGE FISKAR
Tru folk?
Ein ser snart
kva slags underlege
fiskar det en
snart grøne.
snart svarte,
snart blå -
Det skal vera
ljoset og botnen
og vassføringi som
gjer dei skifter let.
DIE MAN
Die oude trui van mij
aan een haak in het schuurtje,
een paar versleten schoenen,
ik ken
die man.
lk hang hem
aan een andere haak,
in een ander hoekje,
hij hangt in de weg.
Maar ik heb
het hart niet
om hem
weg te gooien.
DEN MANNEN
Den gamle trøya mi
på ein knagg i skytja,
eit par utslitne skor,
eg kjenner
den mannen.
Eg flytter på han,
til ein annan nabb,
åt ei onnor krå,
han er i vegen.
Eg har ikkje
hatt hjarta
til å kasta han
ut heller.
WILLIAM BLAKE
Wat is dit voor een trompet
die zo hard schalt
in de morgenzon,
welke stem is dit
die spreekt
zo driest
en zo wekkend?
Tijger, engel,
verborgen gloeit
je vuur
je vleugels gevouwen
voor je gevederde gang.
lk heb je lang
gehoord op aarde
helder klaar -
tussen hese hoorns en stierengebrul.
WILLIAM BLAKE
Kva er dette for ein trompet
som kling so høgt
i morgonsoli,
kva royst er dette
som talar
so djervt
so vekkjande?
Tiger, engel,
løynd glør
elden din,
vengene falda
til fjøral gang.
Eg har lenge
høyrt deg på jordi
skilleg, klårt -
millom håse lurar og stutabrøl.
GÉRARD DE NERVAL
Een opgebrand
lichaam, kan hij niet
aan een lantaarnpaal bungelen?
Wat rest is
het licht van de trouwe ogen
en de stem van een hart
dat zijn diamantslaap heeft geslapen.
GÉRARD DE NERVAL
Ein utbrend
kropp, kan han ikkje
dingla i ein lyktestolpe?
Att er
ljoset frå dei trugne augo
og røysti frå eit hjarta
som har sove sin diamantsvevn.
© Olaf H. Hauge
Vertaling: Erica M.D. Weeda
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Gisteren door een vriend attent gemaakt op deze dichter en op de vertaling van Erica Weeda. Dit is mijn eerste kennismaking. Ik ben verbijsterd, verdrietig, blij. De gedichten roepen bij mij op dit moment de stemming op die ik ervaar bij de liedjes van Nick Drake, Lhasa de Sela.
Vandaag nog ' het blauwe land' bestellen. Mijn honger is groot.
Geplaatst door: Ludovicus | 8-3-10 om 16:05