Sidney Keynes werd in 1922 geboren in Dartfort in Kent. Omdat zijn moeder kort na zijn geboorte overleed en zijn vader als officier langere tijden afwezig was, werd hij voornamelijk grootgebracht door zijn grootouders. Na zijn middelbare schoolopleiding aan de Dartfort Grammar School en aan Tonbridge School ging hij geschiedenis studeren in Oxford. Al snel legde hij zich daar ook toe op het schrijven van poëzie. Zijn bundel The Iron Laurel werd in 1942 gepubliceerd. In april 1943, na een maand active dienst als luitenant in het West Kent Regiment, sneuvelde hij in Tunesië. Kort na zijn dood verscheen zijn bundel The Cruel Solstice. De hier opgenomen gedichten werden gepubliceerd in de bloemlezing De War Poets, die in 2002 verscheen bij uitgeverij Wagner & Van Santen. (Kees Klok)
Twee diensten van een schildwacht
1
Middagdienst
Aan de rand van het veld, waar de krekel
zijn brosse vleugels wrijft tussen het gele kruid,
sta ik stil om te horen hoe de zee eindeloos gezeefd
wordt tussen de granieten vingers van de kaap.
Op dit twaalfde uur van niet afhoudende zomer
denk ik aan hen wier grage monden zijn gestopt.
Ik herinner mij hen die hurken in nauwe graven.
Ik ween om hen wier ogen vol zand zijn.
II
Middernachtsdienst
Zij die zich gaven aan ieder moment
tot de tijd zacht werd als een verzadigd minnaar;
de jongeren snel ter been, de ouderen scherp van blik,
wier wegen vrijheid zijn en wier sterren constant,
staan naast mij terwijl ik deze lege stad aanschouw.
Ik bemin het wilde van de levenden,
ik bemin de ritmes van dode ledematen,
ik bemin al degenen die zijn ingegaan
in de nacht die ruikt naar bloemblaadjes en stof.
juli 1942
Two Offices of a Sentry
I
Office for Noon
At the field's border, where the cricket chafes
His brittle wings among the yellow weed,
I pause to hear the sea unending sifted
Between the granite fingers of the cape.
At this twelfth hour of unrelenting summer
I think of those whose ready mouths are stopped.
I remember those who crouch in narrow graves.
I weep for those whose eyes are full of sand.
II
Office for midnight
The ones who gave themselves to every moment
Till time grew gentle as a sated lover;
The young swift-footed and the old keen-eyed,
Whose roads are freedom and whose stars are constant,
Stand by me as I watch this empty town.
I am in love with the wildness of the living.
I am in love with the rhythms of dead limbs.
I am in love with all those who have entered
The night that smells of petals and of dust.
July 1942
Oorlogsdichter
Ik ben de man die vrede zocht en om
mijn eigen ogen prikkeldraad vond.
Ik ben de man die naar woorden tastte
en in mijn hand een pijl vond.
Ik ben de bouwer wiens stevige muren
drijfzand omvatten.
Wanneer ik ziek word of gek
bespot en keten mij niet:
wanneer ik reik naar de wind
maak mij niet af:
al is mijn gezicht een verbrand boek
en een verwoeste stad.
maart 1942
War Poet
I am the man who looked for peace and found
My own eyes barbed.
I am the man who groped for words and found
An arrow in my hand.
I am the builder whose firm walls surround
A slipping land.
When I grow sick or mad
Mock me not nor chain me:
When I reach for the wind
Cast me not down:
Though my face is a burnt book
And a wasted town.
March 1942
Sidney Keyes
Vertaling: J. Eijkelboom

Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Reacties