Weer voor pelgrims
Op het eind van de nationale feestdag,
rijdend over de brug
(de langste brug ter wereld),
ratelde en kreunde de oude auto,
verslikte zich en kletterde en stierf.
Uit de achterkant stroomde de smurrie
opgewekt vrijuit, losgelaten,
op het eind van de nationale feestdag.
De kogellagers waren castagnetten
die nokten als de versplinterde poorten
die de vier windstreken bewaken,
sijpelden als de eieren van een karper
op het eind van de nationale feestdag,
sprongen over de stenen rijbaan.
Olie stroomde over de motorkap
en de Chevrolets zwommen naar huis
naar kalkoenen gevuld met blokjes
cellofaan-verpakt en bruin,
selderij en pompoenpastei,
ooms te dronken om ergens om te geven,
geconstipeerd maar nog vol leven
op het eind van de nationale feestdag.
Wij aten van heel andere kost,
kauwend op smog en regen
terwijl vlammen opsprongen uit de banden
en de glinsterende boten beneden
doorvoeren naar de Oriënt.
Bekleding rookte en gloeide
terwijl wij onze dankbare handen warmden
op het eind van de nationale feestdag,
wetend dat handen wijs zijn,
en het stevige cement prezen,
terwijl kalkoenen neervlogen als vliegen
om te rusten en te roosteren in de vlammen.
Weather for Pilgrims
At the end of Thanksgiving Day,
Driving across the bridge
(The longest bridge in the world),
The old car rattled and groaned,
Choked and clattered and died.
Out of the rear the sludge
Poured joyously free, unfurled,
At the end of Thanksgiving Day.
The bearings were castanets
That knocked like the shattered gates
Guarding the points of the world,
Oozed like the eggs of a carp
At the end of Thanksgiving Day,
Bounced on the trafficked stone.
Oil poured over the hood
And the Chevrolets swam home
To turkeys stuffed with squares
Cellophane-bagged and brown,
Celery and pumpkin pie,
Uncles too drunk to care,
Constipated but spry
At the end of Thanksgiving Day.
We dined on different fare,
Chewing the smog and spray
As flames spread up from the bands
And the glistening boats below
Sailed on to the Orient.
Upholstery smoked and glowed
As we warmed our thankful hands
At the end of Thanksgiving Day,
Knowing that hands are wise,
And praised the firm cement,
While turkeys flew down like flies
To roost and roast in the flames.
Weldon Kees
Vertaling: J. Eijkelboom
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Reacties