BRENG me wijn aan mijn lippen. Mij bezielt geen andere drang
dan de vergetelheid en het geluk van witte korstmossen.
De serene stilte heeft me als stigma getekend
met de lethargie van goden en zwarte poppen.
Breng me wijn aan mijn lippen met de jouwe. (Het geeft niet
dat het glas de kleur heeft van je huid
of van het zoele kristal van je naakte dijen).
Breng me wijn voor de machtige sleutel dat hij
de toegangen opent tot de zee van het constant verlaten.
Breng me wijn rustig aan op de oever van de droom
zo dat ik ze vergeet, zoveel gemiste treinen.
PONME vino en los labios. Ya no tengo otro afán
que el olvido y la dicha de los líquenes blancos.
El sereno silencio me ha marcado en estigma
con letargo de dioses y crisálidas negras.
Ponme vino en los labios con los tuyos. ( La copa
no me importa que sea del color de tu carne
ni del tibio cristal de tus muslos desnudos ).
Dame vino en la llave poderosa que abra
las entradas al mar del constante abandono.
Ponme vino despacio a la orilla del sueño
de tal forma que olvide tantos trenes perdidos.
© Juan José Vélez Otero, 'PONME vino en los labios...' uit: Ese tren que nos lleva (1999)
© vertaling Fa Claes
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Reacties