Dezelfde stoel hetzelfde raam
I
Koperen beuk 'en volant' gearresteerd, vertrekkende vorm weg
van het verticale. Schuine tak neergaand naar
neergaand tot, grond
comme strookjes petticoat,
verbergt als meest vertrouwelijke plek
het geboortepunt - het opduiken van de oorsprong als stam.
Aubergine zwart en glanzend gebladerte - tengere toppen schraler.
Het middendeel, waar het de lucht reflecteert,
elk blad geglaceerd matwit
als een indikkend oog.
Besmeurde kastanjebruine duisternis.
Aan haar lot overgelaten duisternis op een driekleurenstrook -
Helder groen, dampig blauw, opeengepakt wit. Dat is: lichtgevend gazon,
verre heuvels en lucht. Aan haar voet
een miniatuur wildernis: veervormig gras,
stipjes langstelige boterbloem
achtergelaten door de maaier als een plichtpleging
jegens het tafelgebed van de boom, zijn bovengrondse cirkelomtrek.
Een gift van stilte vult de waarneembare ruimte. Geen bezoekers
uitgezonderd een of twee nog wakkere zwaluwen
(het is laat maar nog licht; ver noord en midzomer).
Er moet een briesje zijn anders zouden de uiteinden van de boom
niet ademen zoals zij doen - lichte wuiving,
licht omhoog en weer neergaan, meest duidelijke top tegen het wit.
En dan niets. Nog altijd als een schilderij. Een bleke mot fladdert het paars in.
De gehele verschijningsvorm van de boom houdt aan als opgespatte
druppels uit een gesponnen as; afzonderlijke takjes
dragen zorg voor een broze balans, apen
de krommingen van de verre heuvels na, maar meer gebogen, als koninklijke handen
knokkelig en opgeheven, voor lippen om naar toe te buigen.
II
De vogels - zij kunnen zich toch niet stilhouden tijdens hun begroeting van de dageraad?
Toch geloof ik dat, want de achtergrond is een dik gaas
ingekapseld door de berg aan de overkant. Verreikend getjilp
er niet van te onderscheiden, daaronder het geraas van een beek.
Laat mijn oren (hun volle gewicht) hierop onbevreesd rusten.
Boterbloemen nog in slaap.
Nu, terwijl mijn oren dit gat in de wereld der klanken onderzoeken,
proberend om stil te schrijven teneinde de onderneming van het oor niet te interrumperen,
bemerk ik tot mijn verrassing hoe duidelijk waarneembaar de woorden zijn, tuffend
door mijn hoofd, doorgaans onopgemerkt. Wie had
dat gedacht? Maar als ik luister naar woorden als 'gordijn', kan ik dan nog wel
de vogels horen?
Wat een plezier in luisteren in randgebieden. Echo en resonantie.
Vormen van ruimte die zich openbaren door de auditieve halo
van de cadens van vogels, samen met een massa bijeengepakt loof
en de waterige lucht van vandaag. Ik bedoel niets
eigenaardigs. Het menselijke oor is een vleermuisachtig radarorgaan; we geven
het geen krediet.
Als de vogels een voor een stoppen, worden regendruppels honderd voor honderd
hoorbaar. Kleurloze items - zichtbaar als neerwaarts bewegende lijnen
tegen donkerdere achtergronden krachtens minireflecties.
Tegen het bleke scheenbeen van de lariks zijn ze überhaupt niet zichtbaar. Hun geluid
klinkt als knetteren, als een vuur. Op kopergekleurde beukenbladeren klettert
regen echter.
Nu de vogels stil zijn kan ik geloven in de oude legende dat regen
van gras een rammelaar maakt. Ik wil het woord voor het ding maar blijven herhalen
als een door de geest bevingerde kralensnoer - regen, gazon, - vliegend als vogels
van piazza naar nissen om oude plaatsen in volksliedjes in te nemen.
Ik schrijf Het regent hier - het zachtste getrommel op het gazon -
Edward Thomas'
nog-altijd-vallende volgende-ochtend regen op Audens lang geleden ontruimde gazon.
Is het verkeerd om dit raam (dat niet van mij is) open
te laten? Waarschijnlijk. Uitzicht, mijn uitzicht. Hoewel niet van mij. Nu
wordt je tot bedaren gebracht door negentig graden. Nu ben je volledig
door glas afgescheiden. Ik vertrek vandaag, met mijn blauw en rode rugzak.
'Same Chair Same Window' won de eerste prijs in de Poetry London Competition 2004
Copyright Nederlandse vertaling © A.T. van 't Hof 2004
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Reacties