Michael, hoe ontstaat jouw poëzie?
Ik heb geen universitaire studie poëzie achter de rug, maar ben autodidact. Ben daar in feite nog steeds mee bezig, lees dat wat me interesseert en integreer op die wijze nieuwe invloeden in mijn werk. In zekere zin voel ik me niet doelbewust experimenteel, mijn poëzie ontstaat gewoonweg wanneer ik Gertrude Stein lees en tegelijkertijd naar popmuziek luister. Ik probeer vervolgens de twee samen te smelten. Zo gaat dat in zijn werk.
Welke boodschap wil je aan jouw lezers overbrengen?
Een boodschap ... ik wil mezelf en anderen niet vervelen, alhoewel ik verveling anderszins wel kan waarderen als artistieke en vooral spirituele bezigheid. Misschien heb ik een ongehoord vertrouwen in lezen: 'lees jezelf gelukkig'.
Vorm speelt een belangrijke rol in je werk, je experimenteert er veel mee. Waarom?
Mijn eerste gedichten hadden allemaal dezelfde vorm: korte proza gedichten. Daarna ben ik overgestapt naar de 14 regels van het sonnet. Ik oefende, speelde met inhoud, formuleringen enzovoort (alhoewel niet altijd even bewust, geloof ik, maar zo komt het me nu voor). Ik was er zeker niet op uit om vorm te veranderen om het veranderen alleen. Op een gegeven moment voelde ik de drang om langere gedichten te gaan schrijven, teneinde meer ruimte te verkrijgen om dat wat ik las en hoorde te kunnen verwerken. Vooral onder invloed van mensen als John Cage en George Perec werd mijn belangstelling gewekt voor het fenomeen toevalligheid: welke gedichten zouden kunnen worden gecreëerd als ik het hele creatieve proces nu eens niet zou controleren? Ik gebruikte zelfs dobbelstenen om regellengtes vast te stellen. Een tijdje heb ik zo getracht nieuwe poëzie te maken. Vervolgens verschoof mijn interesse naar de leeservaring: kan alles gelezen worden? Maar ik ben niet zo extreem dat ik buiten het gebied van de tekst, het alfabet, wil treden. Ik ben niet tevreden met wat ik tot nu toe heb geschreven, daarom blijf ik experimenteren met het sonnet, klanken en collage.
Welke oudere dichters vormen jouw inspiratiebron en in welke traditionele lijn zou je jezelf als dichter plaatsen?
Ik wil aldoor nieuwe grote dichters en romanschrijvers ontdekken, daar zoek ik voortdurend naar. In mijn beginjaren heb ik me laten inspireren door onder meer James Joyce, Gertrude Stein, Wallace Stevens, John Ashberry, Frank O'Hara en ee cummings. Ook de theorieën van Barthes, Foucault, Cage, Perec en Brecht trokken me aan. Daarnaast zijn er dan nog de kunst van Andy Warhol, popmuziek en meer recent elektronische muziek en hiphop. Van de moderne schrijvers waardeer ik Gig Ryan, Susan Howe, Joan Retallack en Lionel Fogarty. Ik veronderstel dat ik behoor tot de experimentele traditie, maar ik zie mezelf ook graag ingedeeld bij de pop: dat van de dingen leuk vinden.
Dit interview met Michael Farrell werd door A.T. van 't Hof per e-mail op 29 april 2004 afgenomen.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties