Waarom poëzie?
Inderdaad.
Ik geloof dat ik tot de poëzie kwam vanwege de volledige verzadiging van mijn jeugd met popmuziek alsmede het geclicheerde, jongensachtige, romantische idee van het schrijven van de grote Amerikaanse roman. Het overgrote deel van mijn tienerjaren werd besteed aan het luisteren naar rock-'n-roll en het lezen van fictie en verder nog wat lanterfanten. Ik herinner me niet ooit een gedicht te hebben gelezen totdat ik werd gedwongen om de bundel Some Gangster Pain van Gillian Conoley door te nemen tijdens een les over de film noir (!). Daarna besloot ik deel te nemen aan een college over Milton. Vervolgens ontdekte ik in de bibliotheek Give 'em Enough Rope van Bruce Andrews. Etc.
Op een gegeven moment, na veel hopeloze pogingen tot het schrijven van verhalen, realiseerde ik me dat ik meer geobsedeerd was door wat kon worden gedaan met een enkele zin, met een regel van een zekere lengte, met een enkel woord, met verschillende soorten interpunctie, dan met het plot en de karakters en de andere dingen die belangrijk zijn voor een goed verhaal. Niet dat fictieschrijvers niet ook geïnteresseerd zijn in de zojuist opgesomde zaken, maar vermoedelijk toch minder dan ik dat ben. Misschien. Je zou dat eigenlijk niet aan mij moeten vragen, aangezien ik er nooit in ben geslaagd om ook maar één leesbaar stuk proza te schrijven. Uiteindelijk leek de poëzie (waarmee ik voor mijn 19e dus nauwelijks in aanraking was gekomen) het meest geschikt (alhoewel, en gelukkig maar, niet helemaal passend) om de dingen te exploreren waarvoor ik interesse had.
Ik neig ernaar om van gedichten te houden die de hele dag bezit van mijn hoofd kunnen nemen, gedichten die mijn hersens kunnen binnendringen tot aan het punt van veel plezier en nuttige irritatie, zoals popliedjes - die ik leuk vind, die ik denk niet leuk te vinden (totdat ik ze, natuurlijk, wel leuk vind) - dat kunnen. Ik verbeeld me dat ik dat soort gedichten probeer te schrijven.
Jouw gedichten zijn 'karig', bevatten alleen de onvermijdelijke woorden. Ik geloof dat het Ron Silliman was die je een 'meester der dichtheid' noemde. Deze wijze van schrijven geeft de lezer maximale vrijheid van interpretatie. Heb je altijd zo geschreven? Is het een bewuste keus?
Ron heeft wellicht bedoeld dat ik gewoonweg dom ben ['dense' kan zowel 'dicht/compact' als 'dom' betekenen - redactie], daarom zal ik niet ingaan op zijn commentaar.
Ik weet niet zeker of ik het eens ben met de bewering dat een minimaal of 'karig' gedicht méér 'vrijheid van interpretatie' geeft dan een lang gedicht. Lange, onbehouwen gedichten staan soms ook verscheidene lezingen toe. Ik las recent Don DeLillo's onvergelijkelijke, prachtige roman The Body Artist en begon het te 'interpreteren' als een gek - ik dacht weken lang aan dat boek, denk er nog steeds aan.
Om een gedicht te kunnen 'interpreteren', heeft de lezer een zekere ruimte in het gedicht nodig. Teveel ruimte betekent echter dat men de weg kwijt raakt, te weinig ruimte en er is niks meer voor hem of haar om te doen. Maar anders dan, zeg, bij een hotel, zal een zeer comfortabel gedicht niet uitnodigen tot terugkeer - er is een soort karteling nodig waarlangs men zijn of haar geest en tong kan halen. Anders is een gedicht louter een te consumeren object, dat men maar gauw moet opeten en vergeten.
Ik vermoed dat er talloze manieren zijn om de juiste ruimtes in een gedicht aan te brengen, een witregel is er slechts één van.
Waar haal jij je inspiratie vandaan?
'Je kent Dasher en Dancer en Prancer en Vixen, Comet en Cupid en Donner en Blitzen. Maar herinner je je het meest beroemde rendier van allemaal?'
Dit bovenstaand stukje, dat me mededeelt dat ik kennis heb van de vele obscure rendieren die de slee van de kerstman trekken en me vervolgens vraagt of ik 'het meest beroemde rendier van allemaal' ken - DIT! slechte, slechte schrijven is mijn inspiratie! Ik bedoel, natuurlijk, 'men is vervreemd van datgene wat het meest dichtbij is', ik weet het, ik weet, maar kom nou ...
Nu even serieus: films, het winkelcentrum, muziek, andere gedichten, lange wandelingen, korte wandelingen, pijn, Wisconsin, Alan Dugan, Wallace Stevens, Emily Dickinson, Aretha Franklin, AC/DC, Merle Haggard, Flannery O'Connor, wodka, slaap, cartoons, autorijden, me wakker trekken bij het geluid van een sneeuwruimer, het gebruikelijke.
Recensenten van jouw poëzie hebben de neiging om naar een soort filosofisch programma achter je werk te zoeken, naar een reeks ideeën. Je spaarzame gebruik van woorden, dat je werk soms mysterieus maakt, is daar wellicht debet aan. Ik heb genoten van je boeken. Je verandert abstracte ideeën als 'schuld', 'mode' en 'politiek' in poëzie, maar je gedichten lijken niet gebaseerd op de een of andere filosofie. Hoe belangrijk is filosofie voor jouw schrijven?
Ik heb behoorlijk wat filosofie gelezen, maar ik kan niet met enige zekerheid zeggen dat ik dat grondig heb gedaan. Hoe dan ook, het is niet belangrijker dan, zeg, het winkelcentrum of country muziek of alle andere dingen die een toevlucht hebben gevonden in mijn werk. Mijn gedichten zijn gebaseerd op zaken die ik mooi vind en verwarrend, en veel van de filosofie die ik heb gelezen is beide.
Tot nu toe zijn er een 'chapbook' en twee bundels van je gepubliceerd. Verscheidene critici voorspellen je een rooskleurige toekomst. Ik ben nieuwsgierig: wat volgt?
Ik ben bezig met een nieuw boek, getiteld That and Your Nourishing Shove, waaruit enkele gedichten zijn gepubliceerd in een recent nummer van Conjunctions. Ik ben nogal goed in het ontmantelen van mijn eigen gedichten, waardoor het samenstellen van een bundel een heel karwei wordt, veel meer arbeid vergt dan zomaar gedichten schrijven. Dit boek blijkt terug te vechten, wat frustrerend is, maar waarschijnlijk ook een goed teken.
Dit interview met Graham Foust werd door A.T. van 't Hof per e-mail op 29 maart 2005 afgenomen.
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Reacties