Over Dylan Thomas
'Zelfs in religieuze hartstocht,' zei Walt Whitman in zijn Notebooks, 'is altijd een vleug dierlijke drift aanwezig.' Zowel religieuze hartstocht als dierlijke drift zijn in hoge mate in de poëzie van Dylan Thomas voorhanden. Zijn poëzie is 'puur vuur, samengeperst in heilige strofes', zijn taal 'aangewakkerd door de dansende ademtocht van de natuur'. Hij pelt van woorden hun oude, verbruikte betekenissen af en geeft ze een opgefriste inhoud mee, een nieuwe percussie. Zijn stem is uniek; de oorsprong der dingen vormt de ziel van zijn werk: er is geen sprake van verbeelding of verzinsel. Jakob Böhme zei: 'Het sap van de boom is een teken van pure goddelijkheid.' Thomas onderschreef dit. Hij hield van 'de kracht die middels de groene lont de bloem ontsteekt' en de
Dik bevriende dieren
Op Gods ruige tuimelgrond
Poëzie is voor Dylan gebed. 'Wanneer we bidden,' zei Curé d'Ars, 'zouden we ons hart moeten openen voor God als een vis die de golf ziet aankomen.' Dylan Thomas zou dit gezegd kunnen hebben. Na de vreemde, obscure schoonheid van zijn vroege werk, weet hij in zijn latere verzen tot een wonderbaarlijke verdichting te komen, zoals in zinnen als 'een verdriet geleden' en 'in de reus zijn grijze dij'. Deze verdichting, condensatie, maakt Dylan Thomas tot een groot dichter. Zijn stem is altijd die van de natuur:
Mijn verwarde geringde duif
Die de bossen lof roekoekt,
Die de wulpse kudde beneden
Blauwe tonen toemijmert vanuit haar nest
Hoewel hij de machtige hand van de tijd aldoor moet hebben gevoeld, wellicht wist dat hij jong zou sterven, trotseerde hij immer de dood en het stof van de wereld:
Een haan-op-een-mesthoop
Kraait naar Lazarus dat de ochtend slechts ijdelheid is
Dat stof je redder mag zijn onder de te voorschijn getoverde aarde
Zijn medelijden met de verschoppelingen is groot evenals zijn liefde voor degenen die geen geluk hebben in het leven:
Ik zie de kruising van tijger en leeuw in tranen
In de androgyne nacht,
Zijn gestreepte en met dikke manen behepte troep op weg naar de holocaust,
De wijfjes dragen hun minotaurussen
In het grote gedicht A Refusal to Mourn the Death, by Fire, of a Child in London, met zijn donkere, prachtige, imposante ritme, zien we de dood in al zijn naaktheid - als een terugkeer naar het begin van alle dingen, als een uitdossing, een plechtige omhanging van al diegenen die onze vrienden zijn geweest sinds het ontstaan der tijden:
Samen met de eerste doden ligt diep de dochter van Londen,
Gehuld in oude vrienden,
Het eeuwige graan, de donkere geest van haar moeder,
Verborgen door het rouwloze water
Van de voortkabbelende Theems
Vogel, dier en bloem hebben hun aandeel in het ontstaan van de mensheid. De waterdruppel is heilig, de korenaar een plaats van gebed. De 'afschuivende en vernederende duisternis' is tevens een scheppende kracht. Zelfs verdriet en tranen zijn scheppingen. Ademen is bidden. Bidden is poëzie. Poëzie is ademen. Dylan Thomas moet een diep gelovig mens zijn geweest.
Dame Edith Sitwell
Copyright Nederlandse vertaling © A.T. van 't Hof 2004
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Reacties