Nieuw: Voorstander zijn, Alain Delmotte | De metamorfosen van de dichter, Roggeman | Meer

24-3-09

Mariano Shifman

Mariano Shifman werd in 1969 in Lomas de Zamora (Argentinië) geboren. Van hem verscheen de bundel Punto Rojo (Primer Premio XI Concurso Nacional de Poesía, Editorial de los Cuatro Vientos, Buenos Aires, 2005). In tijdschriften, bloemlezingen en op het internet verschenen gedichten van hem. Een paar werden door Jean Dif in het Frans vertaald. (Fa Claes)


VIJFTIEN UUR

Maar jonge meisjes zijn wat anders
gelijk een nieuwe voorstelling van de wereld

      Atilio J. Castelpoggi.

Dit is het zeldzame uur
om te lachen
met je mond die niet weet dat hij
gunstig wonder is
voor een eeuwige en enkele keer

om een waarheid te dromen
zonder nummers en zonder doornen
tot de dauw zijn uitstel verdampt

het openhartige uur
de laatste zuivere oogopslag van Lot.

Dat is het uur dat je vaag ziet, laat,
altijd laat
de wond die verwachting wekt
de onmogelijke magie

willen wegvluchten naar het paradijs
langs een weg grievend van het zout.


LAS QUINCE

Pero las adolescentes son otra cosa
Como una nueva presentación del mundo

      Atilio J. Castelpoggi.

Esta es la rara hora
de reír
con la boca que no se sabe
milagro a punto
por eterna y única vez

de soñar una verdad
sin números y sin espinas,
hasta que el rocío evapore su tregua

la hora franca
la última mirada limpia de Lot.

Esa es la hora que se vislumbra tarde
siempre tarde
la llaga que ilusiona
la imposible magia

querer escapar hacia el paraíso
por un camino hiriente de sal.


TOE NOU

Indien ik vergat wat ik niet ben geweest
zou ik mezelf vergeten.

      Antonio Porchia

Sta op, enige vogel van de zondvloed
zorg ervoor dat je je redt
in de restjes van andermans herinnering

Misschien heeft het water alle onenigheid uitgewist
en zal de steen die bestemd was om je af te maken
in startplaats veranderen

Niet je vleugels, de wind zal getuige
blijven van je gebroken vluchten
en van de olijfboom die je verder verzorgt

voor de dag van je eigen nagedachtenis.



ApA

Si me olvidase de lo que no he sido,
me olvidaría de mí.

       Antonio Porchia

Levántate, único pájaro del diluvio
acierta a rescatarte
en las migajas de un recuerdo ajeno

Quizá el agua haya borrado todas las discordias
y la piedra destinada a ultimarte
se convierta en punto de partida

No las alas, quedará el viento
testigo de tus vuelos rotos
y del olivo que sigues cuidando

para el día de tu propio recuerdo.


PRIESTERES IN UGARIT

De voorwaarde is je steeds te kunnen beminnen
dat je je dagelijks met de intense rust van de bloem
herschept
      Majesteitelijk ga je open
en sluit je je
traag sluit je je in het onvermijdelijke labyrint
dat de gelovigen voor je beramen.

Zonsondergang en -opgang bepalen je
tussen symmetrische schemeringen die je zoeken te verwarren.

Mij werd gezegd dat je het welwillende water van de vergetelheid afwijst,
balsem van de zwaksten

Je weet dat vóór de woorden
      vóór alle begin
      lang daarvóór

een lichaam je werd voorbestemd
      en een opdracht.


SACERDOTISA EN UGARIT

La condición es siempre poder amarte
que te recrees a diario con la intensa calma
de la flor
      Majestuosa te abras
y te cierres
morosamente te cierres en el laberinto ineludible
que tus fieles traman para ti.

El ocaso y el albor te determinan
entre simétricas penumbras que buscan confundirte.

Me han dicho que rehúsas las clementes aguas del olvido,
bálsamo de los más endebles

Tú sabes que antes de las palabras
      antes de todo principio
      mucho antes

te han sido destinados un cuerpo
      y una misión.


PEDAGOGIE

Kweek raven; maak de heuvels vrij
en met het geloof van wie niet weet, kijk
het licht van de wind zal je ogen polijsten
- wind is wat wij niet zijn -
en luister:
de eerbiedwaardige weerkaatsing
van wat geweest is zal je kroost bijlichten.
En ze zullen je met rust laten.

Noot: in het Spaans bestaat een spreekwoord Cría cuervos, y te sacarán los ojos. “Kweek raven, en ze pikken je ogen uit.” De zinspeling daarop is duidelijk.


PEDAGOGÍA

Cría cuervos; despeja los promontorios
y creyendo como el que no sabe, mira:
la luz del viento pulirá tus ojos
-viento es lo que no somos-
y oye:
a tus crías las alumbrará
el venerable reflejo de lo que ha sido.
Y te dejarán en paz.


LAMA

Een overdaad aan wegen, een arrogante kleur
een nummer verontrusten je
en ongestoord slapen is de magie
die je afsmeekt van je ondoorgrondelijk bewustzijn.

Intussen weigert de scherpe kant die
aan het mededogen met jezelf knaagt
het juiste evenwicht, en misschien
de gelatenheid.


LAMA

Un exceso de caminos, un soberbio color
un número te acucian
y dormir blancamente es la magia
que suplicas a tu conciencia abismal.

Mientras, el filo que muerde la piedad
hacia ti mismo se niega
al justo equilibrio, y acaso
a la resignación.


DAR/WIN

En als je in Birmingham als vlinder geboren wordt
- het halsstarrige leven legt zijn wetten op -
wordt alles herleid tot zich aanpassen
      of sterven:
zwart moeten je uren zijn
voor de illusie van het nieuwe uur.

De fossiele boom die je beschut
het roet waarin je verandert
zullen de kleur hebben van de hemel
      die wacht.

Noot: Dar/win is allicht een zinspeling op het Spaanse “dar” en het Engelse “win”.


DAR/WIN

Y si naces mariposa en Birmingham
-la terca vida impone sus reglas-
todo se reduce a adaptarse
      o morir:
negras deberán ser tus horas
para la ilusión de la hora nueva.

El fósil árbol que te ampare
el hollín en que te conviertas
tendrán el color de un cielo
      que espera.


DE FYSICA VAN HELMUT NEWTON

      Mi volle anche con i capelli rieci e selvaggi...
                              Ornella Mutti

De zwaartekracht van een lichaam is de wet van zijn gewicht op de Aarde.
Het steunpunt is nooit relatief:
het beschut zijn gewijd centrum tussen zijn benen.
De huid van het universum ruikt naar duurzame begeerte;
wie in de materie doordringt maar de vormen minacht
is een afvallige van de schepping.
Vergeet Kant: het oppervlak weerkaatst altijd
het enige extract van Ding an sich.
Onthoud van Cantor de intersecties die hij vergat te tekenen,
herleid alle formules tot een bochtige
en stekelige oogopslag.
Volg het onsterfelijk evenwicht van krolse katten

Je zult niet vallen zolang de huid van mijn verrukt universum
je met haar overdadige opwinding doordrenkt.


LA FÍSICA DE HELMUT NEWTON

      Mi volle anche con i capelli rieci e selvaggi...
                             Ornella Mutti

La gravedad de un cuerpo es la ley de su peso en la Tierra.
El punto de apoyo nunca es relativo:
preserva su sagrado centro entre las piernas.
La piel del universo huele a perpetuo deseo;
quien penetra la materia pero desdeña las formas
es un hereje de la creación.
Olvida a Kant: la superficie siempre refleja
la única esencia a cosa en sí.
Recuerda de Cantor las intersecciones que omitió graficar,
reduce todas las fórmulas a una mirada
sinuosa y erizada.
Sigue el inmortal equilibrio de las gatas en celo

No caerás mientras la piel de mi universo encantado
te impregne su lujosa excitación.


DE ZOON VAN JAMES WATSON

Ik ben zo nederig, Heer
zo onderworpen
gelijk de eerste trede
van je trap.

Als ik groei,
als ik zal groeien, Heer
en stappen van harder ijzer mij zullen verdrukken...

zal ik dezelfde blijven:
hun handelwijze kunnen ze veranderen

mijn hout verandert nooit.


THE SON OF JAMES WATSON

Soy tan humilde, Señor
tan sumiso
como el primer peldaño
de tu escalera.

Cuando crezca
cuando crezca, Señor
y me opriman pisadas más férreas...

seguiré siendo el mismo:
podrán cambiar las maneras

no cambiará mi madera.


WEER

Het feest van het zweten valt in je droom naar binnen
tussen het hier en het nu heerst de ontreddering

Er is geschreeuw gelijk vogels op je huid
en ochtendpupillen op jouw pupillen

Er is schuim en siddering in je geheim
en alchemie van heftigheid en honing

Altijd is de glooiing van het leven
      weer door je heen aan het trekken.


OTRA VEZ

La fiesta de los sudores irrumpe en tu sueño
entre el aquí y el ahora rige el desconcierto

Hay gritos como pájaros sobre tu piel
y pupilas del alba sobre tus pupilas

Hay espuma y temblor en tu secreto
y una alquimia de ardores y de miel

Es la vertiente de la vida siempre
      recorriéndote otra vez.


ROOD PUNT

Ik ben de heer van de toren: echo’s en puisten
uit het verleden bereiken mij niet.
Ongevoelig voor woorden en waanvoorstellingen
gaan rivieren en menigten onder gelijkenissen verloren.

Wat wordt er van de smaken,
van de hardnekkige gewoonten,
van de misdadigheid van de kinderen,
van datgene wat je niet krijgt gezegd?

Hier is het goed om zijn, bij valavond offer ik plannen
met de trots van een behoeftige, wrijf mijn handen
tegen de stenen - mijn vredelievend voedsel -
en ik ga zitten wachten.


PUNTO ROJO

Soy el amo de la torre: ecos y pústulas
del pasado no me alcanzan.
Insensible a palabras y delirios,
ríos y turbas se pierden entre semejanzas.

¿Qué será de los sabores,
de las porfiadas costumbres,
de la maldad de los niños,
de lo que no es posible decir?

Aquí se está muy bien; inmolo proyectos al atardecer
con la soberbia de un menesteroso; froto mis manos
contra las piedras -mi pacífico alimento-
y me siento a esperar.


LAATSTE ZADEN VAN VOOR DE ZONDVLOED

Het regende een groene triomfvoorspelling,
de wortels gingen open bij het heruitvinden van de wereld
      ze waren de wereld
maar iemand zei: in het begin ligt het einde.
Het groen was zo groen dat nieuwe handen
naar de grond afdaalden en vanuit de grond
keken ze samengevouwen op zoek naar de hemel.

Het regende want er moest gegeten worden
zei een ander, en omdat de handen schop zijn
en schotel en omdat ze naar omlaag groeven
en ook naar boven, en toen regende het.

Maar in het begin lag reeds het einde:
wie van beneden kijkt ziet slechts het duister,
en daar was de grote vicieuze cirkel
zwart gelijk de trage doodstijd van de grond,
en toen hield het met regenen niet meer op


ÚLTIMAS SEMILLAS ANTEDILUVIANAS

Llovía un verde augurio de triunfo,
las raíces se abrían reinventando el mundo
      eran el mundo
pero alguien dijo: en el principio está el fin.
El verde era tan verde que nuevas manos
bajaron a la tierra y desde la tierra
miraron entrelazadas buscando el cielo.

Llovía porque había que comer
dijo otro, y porque las manos son pala
y son plato y porque cavaron hacia abajo
y también hacia arriba, y entonces llovía.

Pero en el principio ya estaba el fin:
quien mira desde arriba sólo ve lo oscuro,
y allí estaba el gran círculo vicioso
negro como la lenta agonía de la tierra,
y entonces ya no dejó de llover.


DE HEER DER VERLEIDINGEN

Mij leerden ze dat je het essentiële niet leert:
als meesters dienden mij mijn wieg en de manen.
Enkele paradoxen verlichtten mijn pad:
zwakheid voorspiegelen om burchten te bouwen
het juiste woord verzwijgen zodat een andere mond
genoegen had aan het uitspreken ervan.
Laat ze mijn verzamelingen aan het toeval toeschrijven,
laat ze in mij haten wat in hen levensbrood zou zijn,
alleen de tijd kan me zachter stemmen, enige wet
waaraan ik mij moet onderwerpen, gelijk aan de gelijken.
Ondertussen geef ik aan wie mij minacht toe:
het gelijk is aan uw kant, Salamanca leent niet uit.
Iedere gave is gratis.

Noot: Salamanca is de oudste en eerbiedwaardigste universiteit van Spanje. In het Spaans bestaat het bekende spreekwoord: Lo que la naturaleza no da, Salamanca no lo presta, letterlijk: wat de natuur niet geeft, leent Salamanca niet uit.


EL SEÑOR DE LAS SEDUCCIONES

Me enseñaron que lo esencial no se aprende:
obraron de maestros mi cuna y mis lunas.
Algunas paradojas alumbraron mi sendero:
simular debilidad para construir fortalezas
callar la palabra justa para que otra boca
se complazca en pronunciarla.
Que atribuyan al azar mis colecciones,
que odien en mí lo que en ellos sería pan de vida;
sólo el tiempo podrá mitigarme, única ley
a la que debo someterme, igual a los iguales.
Mientras tanto, a quien me desprecia, admito:
la razón está de su parte, Salamanca no presta.
Todo don es gratuito.


VERGEZICHTEN

Overladen vensters oprakelen
en beslagen antwoorden vinden
in eenzelfde verval

Dwars door weerkaatsingen gaan
en verdampen
in laat tegenlicht

De klaarte opent een verborgen uitgang
en treft alleen wie de grendel beheert.

Varianten van de middag-oplichter:
een vuurtoren oprichten die in de wachttijd groeit
of aan de grond lopen gelijk een afdoend woord.


PANORAMAS

Hurgar ventanas abrumadas
y hallar respuestas empañadas
en un mismo declinar

Traspasar reflejos
y disiparse
en un tardío contrasol

La luz abre una salida oculta
y sólo acierta el amo del cerrojo

Versiones del mediodía impostor:
erigir un faro que crezca en la espera
o encallar como una palabra definitiva.


CULTIVEER SILESIUS

De huid van het absolute is een harde dop
mijn vingers tellen de wonden

in de roos van het leed
            is voor andere bloembladen geen plaats.

Mijn vingertoppen hebben de barheid gevoeld
van de lastige doornen
                  van het zonder waarom.


CULTIVA SILESIUS

La piel del absoluto es dura cáscara
mis dedos cuentan las heridas

en la rosa del dolor
            no hay lugar para otros pétalos.

Mis yemas han sentido los rigores
de las arduas espinas
                  del sin porqué.


OP DIT PLEIN

En hier word ik gerekend
tot de oneindige vormen
van het niet ik zijn:
een andere zonsondergang
die de gezichten doet glanzen
tegen de zieltogende avond,
schuldloze stappen
op het droge grind,
de blinde tanden van een hond
die op de wereld bijten
            midden op het been...

Ik blijf op iets knagen
de restanten van een valse belofte

over de vlucht van de duiven heen.


EN ESTA PLAZA 

Y aquí me cuento
entre infinitas formas
de no ser yo:
otra caída de sol
puliendo rostros
contra la tarde agonizante,
pasos sin culpa
sobre la grava reseca,
los ciegos dientes de un perro
mordiendo al mundo
            en medio del hueso...

Algo sigo royendo
los restos de una falsa promesa

por encima del vuelo de las palomas.


NIEUWE WET VAN HET WOUD

Omheiningen om over te springen, volgens
de jager op prachtig ivoorwerk.

Niemandsland: het touw dat de vijandige
stammen uit elkaar houdt gaat strak staan.

Het dier roept, de angst herleeft:
de vader van de stilte scherpt zijn klauwen.

Sprongen om omheind te worden, volgens
de wijze stem uitgeput vóór de schreeuw.


NUEVA LEY DE LA SELVA

Cercos para ser saltados, según
el cazador de espléndidos marfiles.

Tierra de nadie: se tensa la cuerda
que separa a las tribus enemigas.

Llama el animal; revive la angustia:
el padre del silencio afila sus garras.

Saltos para ser cercados, según
la sabia voz rendida antes del grito.


ONDERGRONDSE

Een miniem oponthoud, de vermoeidheid
op de achterste zetel aanvallen.
Nog geeft de tunnel voor de kans te zijn
voor zoveel oogopslag die van licht is beroofd.
Tot hier is de som van alle feiten
die bezig zijn met voorvallen
                  geen muntplaatje waard.

En de slang die blijft verder kruipen
onverschillig voor de slaperigheid van haar gelijken.
We moeten ieder uitstel
op de schouders nemen, naar het schijnt,
en het uur van opstaan terugzetten tot
de volgende gelegenheid.


SUBTERRÁNEO

Una mínima tregua, acometer
el cansancio sobre el último asiento.
Aun el túnel simula ser chance
para tanta mirada privada de luz.
Hasta aquí, la suma de los hechos reunidos
en tren de seguir
                  no vale un cospel.

Y la serpiente que sigue reptando
indiferente al sopor de los iguales.
Habrá que cargar todas las postergaciones
al hombro, según parece,
y atrasar la hora de levantarse hasta
la próxima ocasión.


MERELS

Merels gezwollen van trots, van opoffering
van verwachting: woorden van onze verbazing
bij het concipiëren van hun nesten,
alleen vitale aanstichting, vaag instinct
van de moeder gespeend

De verschillen zijn altijd retrospectief.

Wij
die bouwen
            die verwoesten
die opnieuw beginnen te bouwen
            met het duurzame geloof van de dichter

wij die bewaakt worden
door het superieure oog van de adelaar

wij die bewaakt worden zijn merels.


MIRLOS

Mirlos henchidos de orgullo, de sacrificio
de previsión: palabras de nuestro asombro
al concebir sus nidos;
sólo vital instigación, lejano instinto
desprovisto de madre

Las diferencias siempre son retrospectivas.

Nosotros
los que construyen
                  los que destruyen
los que vuelven a construir
                  con la perdurable fe del poeta

nosotros observados
por el superior ojo del águila

nosotros observados somos mirlos.


DE BELONINGEN

Aan de grote maker van andermans sieraden
aan de zuivere held van verre ruiten,
aan zijn zo lastige handen
aan zijn verblinde stem:
as in de mond.

Aan wie zichzelf vergat sinds de dageraad
aan het taaie uitzweten duizendmaal dank voor niets,
aan zijn ster in het donker
aan zijn voeten in het slijk:
as in de mond.

Aan het weggetje dat geen prachtige dingen aankondigt
aan het zwijgzaam ontwijken van de drogbeelden van het goud,
aan de niet beproefde smaak
aan de niet geproefde smaak

as, eeuwige as in je mond.


LAS RECOMPENSAS

Al gran hacedor de joyas ajenas
al puro héroe de remotos cristales,
a sus manos tan arduas
a su voz obcecada:
ceniza en la boca.

Al olvidado de sí desde el alba
al duro exudar las mil gracias por nada,
a su estrella en tinieblas
a sus pies en el lodo:
ceniza en la boca.

Al sendero que no anuncia esplendores
al mudo evitar las quimeras del oro,
al sabor no tentado
al sabor no gustado

ceniza, eterna ceniza en tu boca.


JOB VANUIT DE AS

      Toen zeide zijn huisvrouw: Houdt gij nog vast aan uw oprechtheid? vloek God en sterf.
                              Job, 2,9

Welke stem zal ons verslag uitbrengen van het einde?
Gisteren
heeft het stof tienduizend dagen begraven
snel als de wijn die niemand zich herinnert:
het lot, blinde wolf, heeft mij uitgeput.
Misschien morgen
verdrijft het westen de onheilspellende wolken
en smeekt mijn versleten ademtocht de zonsondergang
                  om een nieuwe dageraad.

Maar vandaag
spreekt mijn beste rib voor mijn stilte:
haar woord is zweepslag van ijs, schim onder schimmen.
Verander ik me in haar oordeel van duisternis
of wacht ik op een wonder terwijl ik treurnis opslorp?...

Jij zult
Jij zult en ik zal moeten wachten;
en tegen alle dolken, vrouw
                  misschien is het mijn Heer.


JOB DESDE LAS CENIZAS

      Entonces le dijo su mujer: ¿Aún retienes tu integridad? Maldice a Dios, y muérete.
                        Job, 2,19

¿Cuál voz nos dará dictamen del fin?
Ayer
el polvo ha sepultado diez mil días
veloz como el vino que nadie recuerda:
el destino, ciego lobo, me ha esquilmado.
Tal vez mañana
el poniente disperse las nubes aciagas
y mi ajado hálito ruegue al ocaso
                  un nuevo amanecer.

Pero hoy
mi mejor costilla habla para mi silencio:
su palabra es látigo de hielo, sombra entre sombras.
¿Me convertiré en su veredicto de tinieblas
o esperaré un milagro mientras sorbo aflicción?...

Habrás
habrás y habré de esperar;
y contra todos los puñales, mujer
                  acaso sea mi Señor.


Mariano Shifman
Vertaling Fa Claes

17-2-09

Manuel Bolivar Graterol

Manuel Bolivar Graterol werd op 7 februari 1959 in de stad Coro in Venezuela geboren. Lagere en middelbare studies volgde hij in zijn geboortestad. Later vestigde hij zich in de hoofdstad Caracas. Universitaire studies voltooide hij aan de Universidad Central de Venezuela. Hij werkt actueel als scenarioschrijver voor een radiostation en voor de televisie. Tevens is hij als kunstcriticus medewerker aan tijdschriften. Zijn eerste gedichten publiceerde hij in 1979. Hij is auteur van vijf boeken waaronder  Destinatario y Santuario de Papel, een dichtbundel, en een uitvoerig essay Dos Geografías, un solo corazón waarin hij research doet naar de oorsprong van de Arabische immigratie in Amerika. De auteur woont nu in Maracay, de tuinstad van Venezuela, dicht bij de hoofdstad. (Fa Claes)
 

47

Terugkeren naar dat ginder
zonder blinddoek voor de ogen
de enige deur in jezelf ontdekken.

Dat ego
tegen mijn huid geplooid, tegen mijn aders
mij naar zijn plaats aan het sleuren.

Ik zoek me
(waar ik nooit was)
binnen in mij.

De nacht geeft mijn bloed terug
ik ben, de ander, de bestemmeling.
 

47

Regresar a ese allí
sin vendas en los ojos
descubrir la única puerta en uno mismo.

Ese yo
plegado a mi piel, a mis venas
arrastrándome a su sitio.

Me busco
(donde nunca estuve)
dentro de mí.

La noche devuelve mi sangre
soy, el otro, el destinatario.
 

ADEMHALING (poëtica)

Laat het woord stuiptrekking zijn
vulkaan
vrijheid, hemels blad
samengeperste belofte.

Laat het woord roekeloos zijn
zoals het bestaan
scherpe frequentie in de verbeelding.

Laat het bevalling zijn, massieve onschuld
klankwater, rustige weerstand.

Laat het niet uitdoven
gelijk een vervolgde taal, vernederd
kortstondig heimwee
scheppende balsem
laat het een woord zijn, recidive in de liefde,
laat het zich wegen banen
en laat het zijn oorsprong niet verraden.

Breng zijn gestolde tranen bijeen als relict,
gedeelde droom
laat het afwezigheid zijn, verre blik
laat het een woord zijn, aangeboren
gelijk onze dwalingen en onze kussen.
 

RESPIROS (arte poética)

Que la palabra sea convulsión
volcán
libertad, hoja celestial
promesa comprimida.

Que la palabra sea temeraria
como la existencia
aguda frecuencia en la imaginación.

Que sea parto, espesa inocencia
agua de vocablo, serena resistencia.

Que no se apague
como lengua perseguida, humillada
breve nostalgia
ungüento creador
que sea palabra, reincidencia en el amor,
que se abra caminos
y que no delate su origen.

Una sus lagrimas coaguladas, como vestigio,
sueño compartido.
que sea ausencia, lejana mirada
que sea palabra, congénita
como nuestros errores y nuestros besos.
 

ZANG VOOR EEN KOSMOPOLIETE MOOIE DAME
          Aan Diana Valente, (naar aanleiding van dit verdeelde land en van de tragedie van 11 april.)

Ik leef in je
geplet gelijk een hostie.

Gebonden aan je purperen zee
sterf ik zonder je te zien
gelijk een litteken in de woestijn,
gelijk een klok met gestremde wijzers
wek je je onderworpen onschuld,
en scheidt de laatste bekentenissen af
aan de oever van een altaar.
Niets is van mij, niets is van ons
Ook niet de geur van de menigte mensen
die hun gezicht voorttrekken over een week
extreem stuk land,
waar hun denkbeeldige mond schuldig ontbrandt.

Niets, alleen een lichamelijke klacht,
met je bagage van gejammer
dat aan je coronaire nauwkeurigheid hangt
die onstuimig opengaat gelijk een herinnering.

Spel van gedroomde oogleden die de dagen beliegen
in hun laffe spiegel,
verborgen gelijk hun tranen;
van buurtbewoners, op hun knieën voor valse vaandels,
die gesloopte paradijzen verkondigen
op de lippen van onverwachte profeten.

Niets is van jou of van ons,
Ook niet je vette crèmes
die je gezicht bedekken met amandelen
om ruimte te winnen voor de droefheid

Je stemloze tong blijft over
die de kortstondige marsen overleeft
die de vrijheid stuksgewijs begraven
bij het handel drijven met de droom uit je kinderjaren.
Niets is van jou, van ons, niets behoort ons toe
ook niet je ongeschonden gezicht
als rook die in je herinnering voorbijvliegt.
Niets, ook niet het territorium begeerten
dat gereduceerd werd tot zijn onverzadigbaar fanatisme.

Alleen deze oude en dagelijkse kou
vanwaaruit ik je deze mijn hemel
aanbied, zo onuitgegeven en zo dicht bij de dood.
 

CANTO PARA UNA BELLA DAMA COSMOPOLITA 
           A Diana Valente (a propósito de este país dividido y de la tragedia del 11 de abril,)

Vivo en ti
arrasado como una hostia.

Atado a tu mar púrpura
muero sin verte 
como una cicatriz en el desierto,
como reloj de agujas coaguladas
despiertas tu inocencia sumisa,
y segregas las últimas confesiones
a la orilla de un altar.
Nada es mio, nada es nuestro
Ni el olor de la muchedumbre
que arrastra su rostro por una porción de tierra
blanda, extrema
donde sus bocas imaginarias se encienden culpables.

Nada, sólo un quejido corporal,
con tu equipaje de lamentos,
colgados de tu exactitud coronaria
que se abre fogosa como una memoria

Juego de parpados ilusos que mienten a los días
en su espejo cobarde,
oculto como sus lágrimas,
de vecindarios arrodillados por falsas banderas,
que proclaman paraísos derruidos
en labios de inesperados profetas.

Nada es tuyo ni nuestro,
Ni tus cremas espesas
que cubren tu rostro de almendras 
para ganarle espacio a la tristeza.

Atrás queda tu lengua muda
que sobrevive a las marchas pasajeras,
que sepultan la libertad a pedazos
traficando con el sueño de tu infancia.
Nada es tuyo, nuestro, nada nos pertenece
ni tu intacto rostro
como humo que vuela en la memoria.
Nada, ni el territorio de deseos
reducido a sus fanatismos insaciables.

Sólo este frío antiguo y cotidiano,
desde donde te ofrezco
Este cielo mio, tan inédito y moribundo.
 

22

Ons voedsel was dood
gelijk je handen en mijn ogen
toen ik als bedelaar liederen naar de maan schreeuwde
met mijn hopeloze gitaar
en onze openhartige zenuwen.

Nu ben je het heimwee aan het bevolken
met je gemeenzame plensbuien
naakt gelijk een barmeid
die ik oppik in mijn onrustige nachten.

Van liefde word ik nat in jouw vochten
om mijn dromen van pottenbakker te veroveren
die bruisende kastelen bouwde
met mijn talrijke biertjes.

Ik zoek je aan mijn zwijgzame muren
gelijk een begraven hemel
gezweept door verre palmbomen
die mijn herinnering wegvagen
waar je lippen groeiden als algen,
zacht en blank,
die mijn verwachtingen verhaasten
op zoek naar je vergeten geslacht.

De morgen onbeschadigd door zijn tranen,
die vochtige en zachte doeken weven,
gelijk de blik van de landbouwer
die we achterlieten op het eiland,
datgene dat we samen droomden in het hart van zand.

Nu keer je niet terug naar mijn ingebeeld huis
waar ik me verborg om de bliksem van de vogels te ontwijken
die hun lijfjes te pletter sloegen tegen mijn ontroering.

Nu ik alleen ben, gelijk onze woorden,
buig ik mijn dagen naar je aanmatiging
verborgen in je duizendjarig gewaad
waarmee je de herinnering ontsteekt
die ik cultiveer met mijn versleten aders.

Nu ik alleen ben denk ik
zoals dit onvoorziene hoofdkussen
waar je onschuld ligt
en mijn impulsieve hemden.

Nu ik alleen ben, gelijk je verdriet
dat mijn vervlogen jaren verlichtte,
waarmee ik mijn heimwee uitdoof om onze
treuzelende as op de proef te stellen.
 

22

Nuestra comida estuvo muerta
como tus manos y mis ojos,
cuando mendigo gritaba canciones a la luna
con mi guitarra desahuciada
y nuestros nervios sinceros.

Ahora vas poblando la nostalgia
con tus aguaceros coloquiales
desnuda como una fresa del bar
que atrapo en mis noches intranquilas.

Me moje de amor en tus aguas
para conquistar mis sueños de alfarero,
que construía castillos espumosos
con mis cervezas repetidas.

Te busco en mis paredes mudas
como un cielo enterrado,
azotado por palmeras lejanas
que arrasan mi recuerdo,
donde tus labios crecen como algas,
tiernas y blancas,
que precipitan mis ilusiones
en busca de tu sexo olvidado.

El amanecer intacto de sus lágrimas,
que tejen panes húmedos y blandos,
como la mirada del campesino
que abandonamos en la isla,
aquella que soñamos juntos en el corazón de arena.

Ahora no regresas a mi casa imaginaria,
donde me escondí para evitar el rayo de los pájaros
que estrellaban sus cuerpos contra mis emociones.

Ahora solo, como nuestras palabras
inclino mis días a tu arrogancia,
oculta en tu ropaje milenario
con el que enciendes la memoria
que cultivo con mis venas desgastadas.

Ahora solo pienso
como esa almohada imprevista,
en la que tu inocencia
y mis camisas impulsivas.

Ahora solo, como tus penas
que alumbraron mis años transcurridos,
con los que apago mi nostalgia para probar
nuestras cenizas demoradas.
 

LIED VAN DE VEROORDEELDE

Allen groeien wij binnen in deze dracht
- vochtig van olie en azijn -
tussen oude foto’s
die ons lot bezegelden.

Er zijn geen katten meer in de schommelstoel
- om de tijd te bewaken
en de buurtbewoners -
Slechts enkele broodkruimels
verborgen in de wanden
waar we het speeksel van onze handen etsten.

Ooit baadden wij de bomen
met het water van onze harten
en de krekels kondigden hun tranen aan
De pannen drukten hun koorts samen
en stuurden hun dampen de hoogte in.

De poorten sprongen open van angst,
openden hun kieren om onze dromen te verbergen
waar ik je naam uitdacht en je lichaam
van boerenmeisje

dat de oogst bijeenhaalde en haar meloenen toonde,
teder en geagiteerd,
die ze samenbracht als ze ging slapen
als verwachtte ze een bliksem die de glimwormen wekte.

De bladen van mijn schriften verouderden
bij het verdonkeren van hun droevige gelen
En bij het verzwelgen van de woorden.

De nachten klonken gelijk liedjes uit een jukebox
en mijn vriendinnen waren het paradijs gaan verkennen
ze hadden heel wat verwachtingen op hun lippen
als waren ze geborduurd met felrode kleuren
die hartstochtelijke ontmoetingen voorzegden
toen hun silhouet in de schemering verdween

gelijk mijn oude radio, discreet en op sterven,
die pirouettes maakte in de lucht
- en ik vergeet mijn verborgen brieven -
hoewel hij met de eenzaamheid van mijn inktpot vertrouwd was,
loyaal, sereen en gekwetst,
die mijn heimwee van buiten kende.

Door de tranen van opgewekte vrouwen
werden enkele ramen stukgeslagen
die tegen de regen te pletter sloegen
waar ik mijn kartonnen bootjes liet varen
met rudimentaire en stoutmoedige matrozen
die nooit in stormen geloofden.

In een doos die ik met bloemen en pruimen versierde
hield ik mijn eigengereide engelen verborgen
om ze eruit te halen en ze te confronteren met de dieren
die verschenen als het erg warm was
en de muildieren aan de tuinhekken gingen staan.

De mieren namen mijn dagboek mee
om het te verbergen voor aanmatigende vrouwen
die hun gelaat bedekten met voortreffelijke poeders
gelijk levende grafstenen
die ze bij volksfeesten toonden.

We trokken dat pak aan
waarin jouw zeeën en de mijne pasten,
aan mijn oevers vind ik je kleren
door de golven van mijn herinnering gebracht
leeg van je ondoordringbare maagdelijkheid
waarin ik nog altijd mijn gedichten schrijf
en mijn brieven.


CANCIÓN DEL CONDENADO

Todos crecimos dentro de este traje
-mojado de aceite y vinagre-
entre fotografías antiguas
que sellaron nuestra suerte.

No hay más gatos en la mecedora
-para vigilar el tiempo
y el vecindario-
Tan sólo unas migajas de pan
escondidas en las paredes,
donde grabamos la saliva de nuestras manos.

Un día bañamos a los árboles
con el agua de nuestros corazones
y los grillos anunciaron sus lagrimas
Las ollas apretaron su calentura
elevando sus vapores hacia el cielo.

Los portones se reventaron de angustia,
abriendo sus grietas para esconder nuestros sueños
donde inventé tu nombre y tu cuerpo
de muchacha campesina,

que recogía la cosecha y mostraba sus melones,
tiernos y efervescentes,
que juntaba a la hora de dormir
como esperando un rayo que despertara a las luciérnagas.

Las hojas de mis cuadernos envejecieron
oscureciendo sus amarillos tristes
Y tragándose las palabras.

Las noches sonaban como canciones de rocolas
y mis amigas se fueron a explorar el paraíso
tenían muchas ilusiones en sus labios
como bordadas en colores rojos intensos,
que presagiaban ardientes encuentros
cuando su silueta se perdía en la penumbra,

como mi viejo radio, discreto y moribundo,
que realizaba piruetas en el aire
- y olvido mis cartas escondidas-
aunque conocía la soledad de mi tintero,
fiel, sereno y lastimado,
que se sabia de memoria mi nostalgia.

Unas cuantas ventanas fueron arrasadas por las lágrimas
de mujeres alegres
que se estrellaron contra la lluvia,
donde paseaba mis barcos de cartón
con marineros rudimentarios y audaces
que nunca creyeron en las tormentas.

Tenía mis ángeles cuadriculados
ocultos en una caja que adornaba con flores y ciruelas,
para sacarlos y enfrentarlos a los animales
que aparecían cuando hacia mucho calor,
y las mulas se colocaban en los portones.

Mi diario se lo llevaron las hormigas,
para esconderlo de las mujeres arrogantes,
que cubrían su rostro con polvos exquisitos
como lápidas vivientes
que mostraban en las fiestas del pueblo.

Nos metimos en este traje
donde caben tus mares y los míos,
a mis orillas encuentro tus vestidos,
traídos por las olas de mi memoria
vacíos de tu virginidad impenetrable,
donde aún escribo mis poemas
y mis cartas.
 

SMEEKBEDE

Deze handen kosten me meer dan een leven en een verloren liefde,
Overgeleverd aan mijn woordenwoud
Waar ik je verberg om je uit de wereld te redden,
Verloren als ik ben in mijn papieren torens
Toevluchtsoord voor je voorouderlijke maagdelijkheid
Die de hanen op mijn rug kraaiden

In je herinnering vloog mijn hut in brand
Tussen verbijsterde spiegels
Die in de schaduw verwachtingen noteerden.
Niemand zag je algen
-  stukken brood en melasse -
Die je verzamelde voor een meeuwenkaart.

Mij liet je misselijkheid niet zonder adem
En die nachtelijke droefheid
Voorouderlijk gelijk je zakdoeken
Mijn ingebeelde stranden zeul ik mee
Toen we in het maanlicht speelden
in een land door aardamandelen en kussen verlaten.

Je hemel van amandelen en kalebassen kwam ik storen
Met mijn leger spoken en slangen
Die boeken van Shakespeare lazen
Om de plaag van de ontginning tegen te gaan
Bij het tellen van tabaksblaren
Die we opwarmden in het vuur van de rivier.

De bomen verouderden vlugger dan onze dromen
Midden in de roereieren
En de loep van opa
Die de jaren van de deuren ontcijferde
En die ze op oude karren laadden
In de hoop op een barmhartige zon
-  week en angstig -
Gelijk een aantekenschrift
Waarin de cicaden groeien.

Deze straten bewaren je aroom
Spoor van je gesteven blouses
En je schoenen van prinses
Die de welwillende lucht beroerden.
Er waren geen tranen meer in je kamer
Om de bedroefde limoenen te doen rijpen
Aan de rand van je hoofdkussen.

Duizend dromen lopen door je hart
Als verwachten ze tekens van de aarde
Die zich ophoopte in je haar
En je beet op de graankorrel
die getekend was met hemelmetaforen
geschreven in een ver dialect
-  zoals mijn vergeten kussen -
Aangepast aan de steen
Die gespleten werd door de onschuldige hand
Van dronkaards en ontgoochelden
Die geen weerstand boden aan de dood.

Op een dag kom je met hen mee
Om lijkschouwing uit te voeren op mijn dichtbundels,
En alleen mijn handen zul je aantreffen,
bezweet en afgeleefd,
Trillend gelijk de eerste verzen van de dichters
die alleen de sterren vermoeien
Als ze slapen en de krekel zijn plantaardige afkomst opeist.

Met hen zul je meekomen
Om de as te bekijken
Van blaren en inkt,
Van een droog afscheid in de lente.
Ik zal wachten
Of je je hooghartige borsten toont
En je lippen je woorden warmen,
En zo samen zijn
De een bij de ander,
Gelijk een lotsbestemming zonder meester.
De sleutels van je koninkrijk zullen door het water van de tijd teruggebracht.worden.
 

PLEGARIA

Estas manos me cuestan más que una vida y un amor perdido,
Entregado a mi selva de palabras,
Donde te escondo para salvarte del mundo,
Abandonado en mis torres de papel
Refugio de tu virginidad ancestral
Que cantaban los gallos a cuestas

Mi bohío se incendió en tu memoria,
Entre espejos alucinados
Que marcaban ilusiones en la sombra.
Nadie vio tus algas
- trozos de pan y melaza-
Que juntabas para un mapa de gaviotas.

A mi tu marea no me dejó sin aliento
Y esa tristeza nocturna
Ancestral como tus pañuelos
Arrastro mis playas imaginarias
Cuando jugábamos a la luna
En un país desierto de cotufas y besos.

Vine a importunar tu cielo de almendras y calabazas,
Con mi ejército de duendes y serpientes,
Que leían libros de  Shakespeare
Para detener la plaga de los cultivos
Contando hojas de tabaco
Que calentábamos en la fogata del río.

Los árboles envejecieron más que nuestros sueños
En medio de los huevos revueltos
Y la lupa del abuelo,
Que sacaba los años de las puertas,
Y que cargaron en viejas carretas
Escapando de un sol misericordioso,
- tierno y angustiado-
Como un cuaderno de anotaciones,
Donde crecen las cigarras.

Estas calles guardan tu aroma,
Rastro de tus blusas almidonadas
Y tus zapatos de princesa
Que rozaban el aire complaciente.
No hubo mas lagrimas en tu aposento
Para madurar limones tristes
A la orilla de tu almohada.

Mil sueños corren en tu corazón,
Como esperando señales de la tierra
Que se acumulaba en tus cabellos
Y mordías el grano,
Grabado con metáforas del cielo
Escritas en un dialecto remoto
- como mis besos olvidados-
Ajustados en la piedra
Rasgada por la mano inocente,
De borrachos y desahuciados
Que no ofrecían resistencia a la muerte.

Un día vendrás con ellos
Para realizar la autopsia a mis libros de poemas,
Y sólo encontrarás mis manos,
Sudorosas y gastadas,
Palpitando como los primeros versos de los poetas,
Que sólo cansan las estrellas,
Cuando duermen y el grillo reclama su alcurnia vegetal.

Vendrás con ellos,
Para mirar las cenizas
De hojas y tinta,
De un adiós seco en primavera.
Esperaré,
A que muestres tus senos arrogantes
Y tus labios calienten las palabras,
Y así estar juntos,
El uno al otro,
Como un destino sin dueño.
Las llaves de tu reino serán devueltas por las aguas del tiempo.


Manuel Bolivar Graterol
Vertaling Fa Claes

30-12-08

Bernardo Atxaga

BernardoAtxaga Bernardo Atxaga werd in 1951 geboren als José Irzu Garmendia in Asteasu, Guipúzcoa, in Spaans Baskenland. Hij studeerde economie aan de Universiteit van Bilbao en filosofie aan de Universiteit van Barcelona. Hij behoort tot de generatie schrijvers die in plaats van in het Spaans in het Baskisch (Euskera) begonnen te publiceren. Van zijn hand verschenen gedichten, romans en kinderboeken. Zijn prijswinnende boek De zoon van de accordeonist verscheen in 1995 bij Nijgh & Van Ditmar in een vertaling van Johanna Vuyk-Bosdriesz. De hier opgenomen gedichten werden in 1997 gepubliceerd in Kruispunt nr. 172, in een vertaling van Bob de Nijs (Kees Klok).

Lees meer "Bernardo Atxaga" »

23-11-08

Cesar Cabello

Cesar_eduardo_cabello

Cesar Cabello werd in 1976 in Temuco (Chili) geboren. Hij studeerde journalistiek en geschiedenis aan de Universidad de la Frontera in Temuco. Werk van hem verscheen in verschillende Chileense tijdschriften en bloemlezingen. Einde 2008 verschijnt van hem de bundel Las Edades del Laberinto waaruit het grote fragment stamt dat hier in vertaling volgt. Hij ondervond reeds veel erkenning voor zijn werk, heel wat prijzen en vermeldingen werden hem toegekend.

Lees meer "Cesar Cabello" »

4-11-08

Isaac Rosenberg

Isaac_rosenberg

Isaac Rosenberg werd in 1890 geboren als kind van arme Russisch-joodse immigranten in Londen. Hij groeide op in het Londense East End. Hij had een uitgesproken talent voor tekenen en volgde avondlessen aan de Art School van het Birkbeck College. Vanwege het mildere klimaat en zijn wankele gezondheid vertrok hij naar Zuid-Afrika, waar hij trachtte als portretschilder aan de kost te komen. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog keerde hij in 1915 terug naar Engeland, om als vrijwilliger dienst te nemen in het Britse leger. Hij publiceerde een dichtbundeltje onder de titel Youth, dat zeer gewaardeerd werd door dichters als T.S. Eliot en Ezra Pound. Ware hij niet in 1918 gesneuveld, dan was hij volgens sommige critici zeer waarschijnlijk uitgegroeid tot een van de grote dichters van de 20e eeuw. De onderstaande gedichten van Rosenberg werden vertaald door J. Eijkelboom voor de bloemlezing De War Poets, in 2002 uitgegeven door Wagner & Van Santen. (Kees Klok)


De dag breekt aan in de loopgraven

Het donker kruimelt weg -
Het is weer dezelfde oude druïde de Tijd,
alleen springt er een levend ding over mijn hand -
een rare sardonische rat -
als ik de klaproos van de borstwering pluk
om achter mijn oor te steken.
Gekke rat, ze zouden je neerschieten als ze wisten
van je cosmopolitische sympathieën
(en God mag weten welke antipathieën).
Nu je deze Engelse hand hebt aangeraakt
zul je al gauw hetzelfde doen bij een Duitse -
ongetwijfeld, als je er zin in hebt
het slapende groen tussen ons over te steken.
Het lijkt of je innerlijk grijnst als je sterke
ogen, fraaie ledematen, hooghartige atleten passeert,
met minder kans op leven dan jij,
onderhevig aan de nukken van het moorden,
liggend in het ingewand van de aarde,
de verscheurde velden van Frankrijk.
Wat zie je in onze ogen
bij het krijsende vlammende ijzer
gesmeten door stille hemels?
Welk sidderen – welk verbijsterd hart?
Klaprozen die wortelen in mensenaderen
vallen neer, verwelken zelfs;
maar de mijne in mijn oor is veilig,
alleen een beetje wit van het stof.


Break of Day in the Trenches

The darkness crumbles away -
It is the same old druid Time as ever.
Only a live thing leaps my hand -
A queer sardonic rat -
As I pull the parapet's poppy
To stick behind my ear.
Droll rat, they would shoot you if they knew
Your cosmopolitan sympathies
(And God knows what antipathies).
Now you have touched this English hand
You will do the same to a German -
Soon, no doubt, if it be your pleasure
To cross the sleeping green between.
It seems you inwardly grin as you pass
Strong eyes, fine limbs, haughty athletes
Less chanced than you for life,
Bonds to the whims of murder,
Sprawled in the bowels of the earth,
The torn fields of France.
What do you see in our eyes
At the shrieking iron flame
Hurled through still heavens?
What quaver – what heart aghast?
Poppies whose roots are in man's veins
Drop, and are ever dropping;
But mine in my ear is safe,
Just a little white with the dust.


Luizenjacht

Spiernaakt en glinsterend
gillend van schrille pret. Grijnzende
koppen en razende ledematen
wervelen over de vloer die brandt.
Vanwege een shirt dat wemelt van ongedierte
dat gindse soldaat van zijn strot afscheurde,
met vloeken waar een god voor terug zou deinzen,
maar niet de luizen.
En meteen stond het shirt in brand
boven de kaars die hij had aangestoken.

Toen sprongen we allemaal op en kleedden ons uit
om op het luizengebroed te jagen.
Meteen was het één groot gewemel
als een pantomime van duivels.
Zie de gapende silhouetten,
zie de brabbelende schaduwen
vermengd met de beproefde wapens aan de wand.
Zie gekromde reuzenvingers
die plukken aan puik vlees
om puike kleinheid te verpletteren.

Zie de vrolijke leden en verhitte Hooglanddans
omdat een luis met toverkracht
uit rust die dolle pret tevoorschijn bracht
toen onze oren al half sliepen
bij de donkere muziek die er kwam
uit de trompet van de Slaap.


Louse Hunting

Nudes, stark and glistening,
Yelling in lurid glee. Grinning faces
And raging limbs
Whirl over the floor on fire;
For a shirt verminously busy
Yon soldier tore from his throat
With oaths
Godhead might shrink at, but not the lice,
And soon the shirt was aflare
Over the candle he'd lit while we lay.

Then we all sprang up and stript
To hunt the verminous brood.
Soon like a demons' pantomime
This plunge was raging.
See the silhouettes agape,
See the gibbering shadows
Mixed with the baffled arms on the wall.
See gargantuan hooked fingers
Pluck in supreme flesh
To smutch supreme littleness.

See the merry limbs in that Highland fling
Because some wizard vermin willed
To charm from quiet this revel
When our ears were half lulled
By the dark music
Blown from Sleep's trumpet.


Augustus 1914

Wat wordt er in onze levens verbrand
in het vuur van dit gebeuren?
De goede graanschuur van het hart?
Het vele dat we gaan betreuren?

Drie levens heeft één leven -
ijzer, honing, goud.
Het goud, de honing weg -
wat blijft is hard en koud.

Van ijzer zijn onze levens
dwars door onze jeugd heen gegoten.
Verbrande strook in rijpe velden,
in mooie mond een tand gebroken.


August 1914

What in our lives is burnt
In the fire of this?
The heart's dear granary?
The much we shall miss?

Three lives hath one life -
Iron, honey, gold.
The gold, the honey gone -
Left is the hard and cold.

Iron are our lives
Molten right through our youth.
A burnt space through ripe fields
A fair mouth's broken tooth.


Isaac Rosenberg
Vertaling: J. Eijkelboom

13-10-08

Marian Suárez

Marian_suarez

Marian Suárez werd in Avilés (Asturias - Spanje) geboren. Van beroep is zij journaliste maar zij schrijft ook opiniestukken in dagbladen en tijdschriften. Zij is een productieve dichteres met meer dan tien dichtbundels waaronder enkele zeer gewaardeerde zoals Tú, la compasión humana de los dioses (1989), Libro de Aloe (1998), Mujer de arena (2001), Las Calendas Griegas (2006). Haar bundels werden met allerlei prijzen bekroond. Ze schreef ook studies, o.a. over Marguerite Yourcenar.


Misschien bereik ik
op een ander ogenblik wat het woord nu niet kon

het zal meer gevormd op het papier neerkomen
en zeggen wat het heeft gezien
het zal de dromen vertalen
en in de metafoor de stralende knipoog zijn

                maar dan zal ik er niet zijn
deze tekens zullen er niet zijn die me nu voortstuwen
om zeer naakt te schrijven

en het kristal van mijn handen zal niet hetzelfde zijn
het geluid van mijn pen bij het raken van het blad

ze zal niet hetzelfde zijn
de waarheid die op dit ogenblik
haar onschuld toont.


Tal vez en otro instante
alcance lo que ahora no pudo la palabra

sobre el papel se posará más hecha
y dirá lo que ha visto
traducirá los sueños
y será en la metáfora el guiño rutilante

                mas no seré yo entonces
no serán estos signos los que ahora me empujan
a escribir muy desnuda

y no será lo mismo el cristal de mis manos
el ruido de la pluma al rozar la cuartilla

no será lo mismo
la verdad que ahora enseña
su inocencia.


AUTOGRAAF

Overigens heeft het geen belang dat ik
                        deze middag
een droevig opstel schrijf
                    de woorden
zijn niets dan het voorwendsel om je in hen te overtuigen
door herinneringen te plegen en herfsten af te slanken
                                wat
ik bedoel te zeggen
-         misschien te interpreteren voor mezelf -
met de zonnetrouw van de spiegels
is dat hier buiten het leven al bestaat
                        en dat
de enige redenen die je overblijven die van voltooiing
                        zullen zijn
beter
    van zeker gezond verstand
inbegrepen de aanvaarding van het onbekwame
                omdat het al geschreven stond
hier buiten stond de liefde geschreven
dat de zee het van ver rondbazuint
en het tere vogeltje op een gebroken middag
zoals deze
        vanuit de onstuitbare belegering
van de lymfeklieren
naar de abdij van het bloed
in het hart van de enige
                jij
die al stilaan ouder wordt
met jezelf alleen je aan het afvragen
of er wel iets waarheid is om te blijven leven
                jij
het menselijke medelijden

    van
        de
            goden.


AUTOGRAFÍA

Por lo demás no importa que yo escriba
                        esta tarde
una composición muy triste
                    las palabras
no son sino el pretexto de cerciorarte en ellas
al perpetrar recuerdos y adelgazar otoños
                            lo que
intento decir
-        si acaso interpretar para mí mismo-
con la fidelidad solar de los espejos
es que fuera de aquí ya está la vida
                        y que
las únicas razones que te restan serán de
                        acabamiento
mejor
    de cierta sensatez
incluso aceptación de lo negado
                porque ya estaba escrito
fuera de aquí el amor estaba escrito
que lo pregona el mar desde muy lejos
y la avecilla frágil en una tarde rota
igual a ésta
        desde el asedio incontenible
de las linfas
a la abdía de la sangre
en corazón del solo
                tú
que ya vas para viejo
contigo a solas preguntándote
si ya nada es verdad para seguir viviendo
                tú
la compasión humana

    de
        los
            dioses.


BUXUSBLAD

Moeder,
dit is dezelfde plaats waar we zo vaak zijn geweest.

Hetzelfde gebied waar de kastanjebomen nestelen
en de varen een windvlaag spant van zaadjes
die jij altijd oppakte
om in de bloempotten dromen te zaaien.

Moeder,
dit licht dat nu meedogenloos
in hetzelfde
hart van de herinnering licht geeft
bewaakt vanaf toen uw stappen nog altijd.

Hier zijn nog de vijgenboom en de mus,
de met linten versierde maïsvelden,
en de wolk die de storm aankondigt,
spook van mijn angsten.
Hier nog de moerbeibomen
en de laatdunkende pijnboom
op de bergen dichters uit mijn kindsheid.

Was ik teruggegaan om de afmeting van het vuur
te zien bij de zomerzonnewende,
de zeis die werd getemperd op de rand van het licht
en de ouderloosheid van de eik,

ik zou opnieuw je werkhanden voelen die ongeduldig,
op schooldagochtenden, twee alfabetvlechten
in mijn blonde haar schetsten.

Maar trouw aan je nacht,
aan je haastige sterven,
heb ik vandaag in dit gedicht deze zeer oude wond gelegd
die ik voor jou onder
de lakens verborgen hield.

En voor een enkele keer heb ik
de tijd willen doorbreken
en naar de rozenstruik willen gaan en de roos strelen
(die jij me altijd plukte)
als vrucht van de grond, als honger van eeuwen
naar een ogenblik liefde
of een vluchtige aai.


HOJA DE BOJ

Madre,
este es el mismo lugar donde hemos estado muchas veces.

El mismo territorio en donde anidan los castaños
y cimbrea el helecho un viento de semillas
que tú cogías siempre
para sembrar de sueños las macetas.

Madre,
esta luz que ahora alumbra,
despiadada,
en el mismo corazón de la memoria
aún custodia tus pasos desde entonces.

Aquí están todavía la higuera y el gorrión,
las praderas encintas del maíz
y la nube que anuncia la tormenta,
fantasma de mis miedos.
Aquí, todavía, las moreras
y el arrogante pino
de los montes poetas de mi infancia.

Hubiera vuelto a ver la dimensión del fuego
en el solsticio del verano,
la guadaña templada al filo de la luz
y la orfandad del roble.

Volvería a sentir tus manos artesanas dibujando
impacientes, por mañanas de escuela,
dos trenzas de alfabeto en mis cabellos rubios.

Pero fiel a tu noche,
a tu morir con prisa,
hoy he posado en el poema esta herida muy vieja
que oculté para ti
debajo de las sábanas.

Y he querido, por una sola vez,
romper el tiempo,
y acercarme al rosal y acariciar la rosa
(que me cortabas siempre)
como fruto de tierra, como hambre de siglos
de un instante de amor
o de breve caricia.


Terugkeren is opnieuw zijn blik uitzetten
rond de tijd,
opnieuw de zon haar in brand gestoken ogen kleuren
in de vleugels van een draak van duizend kersenbomen.

Nogmaals weerkeren naar dezelfde weiden
en het zaad met zeisen van rook afsnijden
tot ze nooit meer uitbotten, vader.

In onzekerheid elke dag van toen doorlopen
terwijl je de taal van het water in de spiegels vastlegt,
de begrafenisregens
die onze stiltes over de zee uitstrooiden.

Zij komt uit een blik die nog aan de winter doet denken
en aan ontbrand carbid
langs de hoge muren van de kindertijd.

Zij was het die stilzwijgend territoriums vormde
van rozenbloembladen
voor het geval ze ooit princes werd.

Zij, die bij het vallen van de avond steden uitdacht
en tussen schaduwen de verboden vrucht zocht
om de routine een brok eten te geven.

Het licht komt,
de nacht heeft een stilte van zand meegenomen,
stukken van een misdaad
en veel gebroken manen
in de overwonnen hand zonder tijd al.

De droom heft zijn gezicht omhoog.
Hij weet dat hij de nacht heeft verloren
en dat hij gauw moet terugkeren
om het gordijn te openen dat vandaag
- aan het duistere alfabet van de taal -
het leven scheidt van de dood.


Volver es construir de nuevo una mirada
alrededor del tiempo.
Teñir de nuevo al sol los incendiados ojos
en alas de un dragón de mil cerezos.

Regresar otra vez hacia los mismos prados
y cortar su simiente con guadañas de humo
hasta que nunca más retoñen, padre.

Recorrer en precario cualquier día de entonces
fijando en los espejos el idioma del agua,
las funerarias lluvias
que esparcieron al mar nuestros silencios.

Ella viene de una mirada que aún recuerda el invierno
y el carburo encendido
por las altas paredes de la infancia.

Ella fue quien, callada, construyó territorios
de pétalos de rosa
por si un día llegaba a ser princesa.

Ella, que al caer de la noche inventaba ciudades
y buscaba entre sombras el fruto prohibido
para darle un bocado a la rutina.

Llega la luz,
la noche se ha llevado un silencio de arena,
fragmentos de algún crimen
y muchas lunas rotas
en la mano vencida ya sin tiempo.

Alza su rostro el sueño.
Sabe que ha perdido la noche
y que ha de volver muy pronto
a correr la cortina que hoy separa
-al alfabeto oscuro del idioma-
la vida de la muerte.


NACHTELIJKE SPELEN

Ik ben de vertelster,
de schrijfster van het enige verhaal
dat ik met mijn naam onderteken.

Het ogenblik van het onbeschreven blad is aangebroken
en in mijn ooglid wordt de zoon van de maan geboren.

Ik steek mijn hand in mij,
aai aan de binnenkant waar niemand mij hoort
de snaren van de viool.
Op het ogenblik dat ik aankom is er licht in de lamp
en ogen die uit de verte
mij niet bekijken.

Mijn vingers, uit zichzelf tegendraads,
krijgen op het tijdstip dat ze schrijven
de behoefte om vreemd te zijn..
In het duister struikelen ze, verzetten zich,
vragen me om mijn kou en om mijn koorts
en een beetje vermoeider en wat droeviger
laten ze mij bij het eerste licht in de steek.


JUEGOS NOCTURNOS

Yo soy la narradora,
la autora del único relato
que firmo con mi nombre.

Ha llegado el instante de la página en blanco
y en mi párpado nace el hijo de la luna.

Hundo la mano en mí,
acaricio por dentro las cuerdas del violín
donde nadie me escucha.
Al instante que llego hay luz en la bombilla
y ojos que, desde lejos,
ni me miran.

Mis dedos, de por sí contradictorios,
adquieren precisión de ser ajenos
al momento en que escriben.
En lo oscuro tropiezan, se rebelan,
preguntan por mi frío y por mi fiebre
y un poco más cansados y más tristes,
en las primeras luces, me abandonan.


WINTERTUIN

Hij was zoals ikzelf.
Hij kwam van heel ver
met veel winterzon
in zijn pupillen.

Nooit vroeg ik hem
van hoeveel steden hij weerkeerde
noch hoeveel mensen
hij had gekend
of, wie weet, vergeten.

Ik wenste hem niet te vragen
waarom
na zoveel tijd
de roos van mijn nachten
nog in zijn ogen schitterde.


JARDÍN DE INVIERNO

Era como yo misma.
Venía de muy lejos
con mucho sol de invierno
en las pupilas.

Jamás le pregunté
de cuántas ciudades regresaba
ni a cuántos hombres
había conocido
o, tal vez, olvidado.

No quise preguntarle
por qué,
después de tanto tiempo,
aún brillaba en sus ojos
la rosa de mis noches.


DE KLOS VAN HET SPINNEWIEL

Zeker,
het onzekere van het mens-zijn staat geschreven
in het kristal van een eeuw.
Maar de woorden zijn noodzakelijk,
het hardnekkige gereedschap van het geheugen,
het muzikale bonzen.

Het gisteren verschroeit het leven,
in de spiegel brandt de glans van een traan,
de pijn liefkoost de verloren schoonheid.

Ik zie het water vallen
de overstroomde rivier voert een dode vogel mee
gelijk het lichaam van een achtergelaten kind.

Ik schrijf, er is al stilte.


EL HUSO DE LA RUECA

Cierto,
lo incierto de ser hombre queda escrito
en el cristal de un siglo.
Pero son precisas las palabras,
la herramienta tenaz de la memoria,
el musical latido.

Quema el ayer la vida,
arde en el espejo el brillo de una lágrima,
acaricia el dolor la belleza perdida.

Miro caer el agua:
el río desbordado trae un pájaro muerto
como un cuerpo de niño abandonado.

Escribo, ya es silencio.


DWAALLICHTEN

Er bestaan alfabetten gelijk prooihonden
die veel stemmen koloniseren.
Lectuurfragmenten die geborgen
binnensluipen in de functies van de taal.

Iemand geeft voor het weefspoel van
de apocriefe herinneringen te zijn,
iemand eigent zich de functie toe de waarheden
voor de helft kluchtspel te vertellen zoals geen;
het overschot van ruïnes
dat elkeen ondersteunt
als was het de laatste zuil van zijn tempel.


FUEGOS FATUOS

Hay alfabetos como perros de presa
Que colonizan muchas voces.
Fragmentos de lecturas que se cuelan
amparadas en los oficios del lenguaje.

Hay quien simula ser la lanzadera
de apócrifas memorias,
quien se arroga el oficio de contar como nadie
las verdades a medias de la farsa;
el resto de las ruinas
que cada cual sostiene
como la última columna de su templo.


BOETE VOOR HET VOORRECHT

Ik ben de volmaakte handlangster
van al mijn vergissingen.
Vrouwelijk onderwerp en recidiviste
voor alle inbreuken met extreem verzet
die ze mij aanwrijven
vooral tegen de gevestigde lichamen.

Ik zal verschillende keren met voorsprong
hebben gespeeld,
ik zal sterkere emoties
de rug hebben toegedraaid
- ik beken dat ik
in liefdeskwesties niet bepaald
toegeeflijk ben geweest
voor de zwakheden van anderen -.

Van dit vrijheidsaandeel zonder beperkingen
hoef je niemand de schuld te geven,
ik alleen met eigen hand heb mij
het recht gewonnen om alleen te zijn,
gewoon alleen,
in mijn eentje met mijn leven.


EXPIACIÓN DE PRIVILEGIO

Yo soy la cómplice perfecta
de todos mis errores.
Sujeto femenino y reincidente
en cuantas infracciones se me imputan
de extrema rebeldía:
sobre todo con las instituciones.

Habré jugado con ventaja
muchas veces,
habré dado la espalda
a emociones más fuertes
-en oficios de amor
confieso no haber sido
demasiado indulgente
con las debilidades de los otros-.

Que no se culpe a nadie
de esta cuota de libertad sin límites,
yo sola me he ganado por la mano
el derecho a estar sola,
sencillamente sola
a solas con mi vida.


OVER DE DRADEN DIE DE VLIEGER VASTHOUDEN

Hier liggen  mijn rijksgebieden:
het tastbaarste bewijs van mijn trouweloosheid
aan de natuurlijke orde van bestaan.
Mijn eigen doolhoven
kwam ik heel vroeg tegen,
de schaduwen die het geheim van de
sjofele schors der bomen bedekken.
Ik schuif de schemeringen weg
van een stad die in nevel verloren ligt
als was het een fragment
van een toekomstige geschiedenis.
Van de zon van mijn verbanning
koester ik de vederdos van de dageraden,
het waas met weemoed doorweven
dat aan al wat ik zie de kleur ‘onmogelijk’ geeft..
Vanuit een gebrandschilderd raam vol slapeloosheid
laat ik mijn lichaam achter, alleen,
en zie de wereld langskomen,
hoe hij ronddraait in een traan.


DE LOS HILOS QUE SUJETAN LA COMETA

Aquí están mis dominios:
la prueba más palpable de mi infidelidad
al orden natural de la existencia.
Encontré muy temprano
mis propios laberintos,
las sombras que cubren de misterio
las raídas cortezas de los árboles.
Descorro los crepúsculos
de una ciudad perdida entre la niebla
lo mismo que un fragmento
de una historia futura.
Al sol de mi destierro
acaricio el plumaje de los amaneceres,
el vaho entretejido de nostalgia
que tiñe de imposible cuanto miro.
Desde un vitral de insomnio,
dejo mi cuerpo a solas
viendo pasar el mundo
rodando en una lágrima.


TEKENING

J.NIZÁN
MONTMARTRE (PARIJS) FEBRUARI, 2001

Het blijft in rust verzonken,
het gezicht dat ik nu
verdrietig bekijk.

De pupil verspreidt haar naaktheid,
spreekt de stilte
van een ogenblik
onherhaalbaar licht.

Er zijn ogenblikken
waarop het doorleefde mij
als een last die hem te zwaar is
de verdorde
jeugd teruggeeft,
de voorbije kindertijd,
de opzettelijk
humane gelaatstrekken
van de dood.

Ik overval
die harmonische rust
van de lip,
de beschutting van de wenkbrauw
om de sporen van de vermoeienis
voor het doek te verhullen,
de tijd die weerhouden ligt in die ogen
die nooit opnieuw de mijne zullen zijn.

        Voor Aurelio González Ovies


RETRATO

J. NIZÁN
MONTMARTRE (PARÍS). FEBRERO, 2001

Permanece en reposo
el rostro que ahora miro
con tristeza.

Propaga su desnudo la pupila,
habla el silencio
de un instante de luz
irrepetible.

Hay momentos
en que me devuelve lo vivido
como una carga que le excede
demasiado:
la juventud ardida,
la infancia declinada,
los rasgos,
deliberadamente humanos,
de la muerte.

Sobrecoge
esa quietud armónica
del labio,
la protección del párpado
para ocultar al lienzo
las huellas del cansancio,
el tiempo retenido en esos ojos
que nunca volverán a ser los míos.

        Para Aurelio González Ovies


WAPENRUSTING

Niets aan te geven.
Maar jullie weten dat ik
gevoelige instrumenten
bij me heb,
werktuigen
met scherpe zijkant,
wapens
van degelijk kaliber
in staat om te verwonden
- indien het nodig was -
verordeningen in de trant van
het wel en goed leven
elke keer dat het leven
mij in de luren legt.


ARMADURA

Nada que declarar.
Pero sabéis que llevo
encima
instrumentos sensibles,
herramientas,
de afilado perfil,
armas,
de regular calibre,
capaces de vulnerar
-si fuera necesario-
ordenanzas al uso
del bien y buen vivir
cada vez que la vida
me hace trampas.


OVERGEPLANT

Hij liet op zijn deur
het volgende opschrift aanbrengen:
“de dichter werkt
op de dagen waarop hij droevig is”,
en voerde zo de formule in
om tot het uiterste de grootste
eenzaamheid te perfectioneren,
de volmaaktheid van de vaarwels
waaraan alle schriftuur
zich moet onderwerpen
om zichzelf te zijn.

Hij behoorde tot een wereld
in gevorderde staat van verdelging,
de schoonheid van destijds is, evenals
zijn herinnering, aan het vervagen gegaan.

Maar misschien weerstaat de droefheid
de kamers van het weten niet meer,
het naakte materiaal van zijn stem,
die verzwegen vorm van kiezen
(tussen waanzin en rede)
een andere verschillende vorm
om de geheime drijfveren van de taal
als eigen te aanvaarden,
de nachten die door zijn ogen
de koudste
ogenblikken verlichtten,
de geheimste dageraden.


TRANSTERRADO

Hacía colocar sobre la puerta
la siguiente inscripción:
"el poeta trabaja
los días que está triste",
y así instauró la fórmula
de afinar hasta el límite
la soledad primera,
la perfección de los adioses
a que se debe someter
toda escritura
para ser ella misma.

Pertenecía a un mundo
en avanzado peligro de extinción;
la belleza de entonces se ha ido,
igual que su recuerdo, disipando.

Mas acaso el dolor
ya no resiste las celdas del saber,
el material desnudo de su voz,
esa forma callada de elegir
(entre la locura y la razón)
otra forma distinta
de aceptar como propias
las razones secretas del idioma,
las noches que alumbraron
por sus ojos
los instantes más fríos,
los amaneceres más secretos.


TIJD VAN SINT-JUTTEMIS

Ze waren intens
maar kort
de bewaarde ogenblikken,
de afwijkende dagen
die ik tot hiertoe volbracht.

Zoals een ongeschonden gisteren
bekijk ik vandaag in de spiegel
een groot vreugdevuur
dat achter de herinnering
is blijven branden.
En ik zie zijn glans,
de nevel in lagen
van de gloeiende houtskool
die vuur brengt in mijn ogen
als een bewijs
van verborgen schepping.

Het schijnt dat het vandaag was
dat ik nog met vallende sterren
de hemel opmat;
dat februari in mij
de stille harmonie
van de winter tot leven bracht,
en het was werkelijk mooi om
naar de hemel te kijken
met de plotse dringende nood
aan een onbekende ontroering.

Het was mooi om de wereld
in zijn handen te houden
- de edelmoedige offerande van zijn gaven -
en niet te weten wat ermee te doen,
hem niet
          hartstochtelijk
                  willen weerhouden.


TIEMPO DE CALENDAS

Fueron muy intensos
pero breves,
los instantes guardados,
los días diferentes
que hasta ahora cumplí.

Como un ayer intacto
hoy miro en el espejo
una luz de fogata
que se ha quedado ardiendo
detrás de la memoria.
Y veo su fulgor,
la bruma entreverada
de las brasas
que dan fuego a mis ojos
como una muestra
de creación latente.

Parece que fue hoy
cuando aún medía el cielo
por estrellas fugaces,
cuando febrero resucitaba
en mí la tácita armonía
del invierno,
y era realmente hermoso
mirar el firmamento
con la súbita urgencia
de una emoción desconocida.

Era hermoso tener el mundo
entre las manos
-la ofrenda generosa de sus dones-
y no saber qué hacer con él,
no querer,
            apasionadamente,
                    retenerlo.


VUURTOREN VAN HET EINDE VAN DE WERELD

Ik kan,
als ik dat echt wil,
ogenblikkelijk van eenzaamheid wisselen
want de stilte staat geen gezelschap toe.

Als ik nog overleef
is het omdat ik niet weet
dat de tijd voorbij is
om hem niet nog meer te verliezen.

En de wereld hoeft niet dezelfde te zijn
als degene die vandaag mijn ogen ontkleedt
en het geluid niet gelijk aan de regen
op het groen van de bladknop.

De kleuren hoeven niet hetzelfde
te zijn,
       het gewicht van het licht
op de intimiteit van de rivier,
de licentie van de bomen
die aan elk blad in beweging het recht
verleent op de vragen die ik moest bewaren
om mezelf te kennen,
magneet; koers en doel van mezelf
meetkunde zonder stem,
spiegel waarin ik me kan bekijken,
mezelf zijn.

Na veel rondtrekken
- als de geschiedenis en de contouren
vervaagd zijn -
zal ik eindelijk boven het blauw
verheven zwermen kometen hebben gevonden,
de eerstgeboortegaven van schoonheid
opnieuw zo naakt,
elke dag verder.


FARO DEL FIN DEL MUNDO

Puedo,
si así lo quiero,
cambiar de soledad en un instante,
porque el silencio no admite compañía.

Si sobrevivo aún,
es porque no ignoro
que se ha cumplido el tiempo
de no perderlo más.

Y no ha de ser igual el mundo
que hoy desnuda mis ojos
ni idéntico el sonido de la lluvia
en el verde del brote de la hoja.

No habrán de ser lo mismo
los colores,
          el peso de la luz
sobre la intimidad del río,
la licenciatura de los árboles
que otorga a cada hoja en movimiento,
las preguntas que tuve que guardarme
para saber de mí,
imán, rumbo y objeto de mí misma
geometría sin voz,
espejo donde poder mirarme,
ser yo misma.

Tras mucho caminar
habré encontrado al fin,
sobre el azul, alzadas,
-diseminados los perfiles y la historia-
bandadas de cometas,
los dones primigenios de belleza
otra vez tan desnuda,
cada día más lejos.


Ik  weet  heel  goed dat ze net terug is,
dat ze haar stappen loopt te tellen
als kralen van een rozenkrans zoals ze als kind deed.

In de stilte van de middag
voelt ze in haar hart de bedaarde slagen
terwijl sereen, heel langzaam
haar gewrichten leven herwinnen.

De korte duur van de tijd verteert, verzwakt
niet alleen de gedachte
maar ook de opvatting van al wat ze, na de totale
naaktheid van het bestaan, wou of kon zijn.

Zij verkoos, tot in de beteugeling zonder grenzen,
te weigeren om dezelfde te zijn, of
dat andere ogen haar zouden zien als ze in haar handen
realiteiten en dromen aan het verkreukelen was,

belevenissen
en uiteenlopende intensiteit

van indrukken

Niemand zal ooit weten wie van de twee
dit gedicht schreef,
wie, door muren op te trekken, verkoos

om droefheden gevangen te zetten
op een blad dat met stiltes

verzegeld werd.


Yo  sé  muy  bien que viene de regreso,
que va contando pasos
cual cuentas de rosario, como hacía de niña.

En el silencio de la tarde
siente en su corazón los latidos pausados
mientras silentes, muy despacio,
las articulaciones cobran vida.

La brevedad del tiempo consume, debilita,
no sólo el pensamiento
sino también la idea de todo cuanto quiso y pudo ser
tras el desnudo integral de la existencia.

Ella eligió, hasta la contención sin límites,
negarse a ser la misma;
que otros ojos la vieran apretando en sus manos
realidades y sueños,

sensaciones,
e intensidades varias

de impresiones.

Nadie sabrá jamás quien de las dos
escribió este poema,
quien, levantando muros, quiso

encerrar tristezas
sobre un folio lacrado

de silencios.


Marian Suárez
Vertaling Fa Claes

26-9-08

Sidney Keynes

Keyes

Sidney Keynes werd in 1922 geboren in Dartfort in Kent. Omdat zijn moeder kort na zijn geboorte overleed en zijn vader als officier langere tijden afwezig was, werd hij voornamelijk grootgebracht door zijn grootouders. Na zijn middelbare schoolopleiding aan de Dartfort Grammar School en aan Tonbridge School ging hij geschiedenis studeren in Oxford. Al snel legde hij zich daar ook toe op het schrijven van poëzie. Zijn bundel The Iron Laurel werd in 1942 gepubliceerd. In april 1943, na een maand active dienst als luitenant in het West Kent Regiment, sneuvelde hij in Tunesië. Kort na zijn dood verscheen zijn bundel The Cruel Solstice. De hier opgenomen gedichten werden gepubliceerd in de bloemlezing De War Poets, die in 2002 verscheen bij uitgeverij Wagner & Van Santen. (Kees Klok)


    Twee diensten van een schildwacht

1
Middagdienst

Aan de rand van het veld, waar de krekel
zijn brosse vleugels wrijft tussen het gele kruid,
sta ik stil om te horen hoe de zee eindeloos gezeefd
wordt tussen de granieten vingers van de kaap.
Op dit twaalfde uur van niet afhoudende zomer
denk ik aan hen wier grage monden zijn gestopt.
Ik herinner mij hen die hurken in nauwe graven.
Ik ween om hen wier ogen vol zand zijn.

II
Middernachtsdienst

Zij die zich gaven aan ieder moment
tot de tijd zacht werd als een verzadigd minnaar;
de jongeren snel ter been, de ouderen scherp van blik,
wier wegen vrijheid zijn en wier sterren constant,
staan naast mij terwijl ik deze lege stad aanschouw.
Ik bemin het wilde van de levenden,
ik bemin de ritmes van dode ledematen,
ik bemin al degenen die zijn ingegaan
in de nacht die ruikt naar bloemblaadjes en stof.

    juli 1942


    Two Offices of a Sentry

I
Office for Noon

At the field's border, where the cricket chafes
His brittle wings among the yellow weed,
I pause to hear the sea unending sifted
Between the granite fingers of the cape.
At this twelfth hour of unrelenting summer
I think of those whose ready mouths are stopped.
I remember those who crouch in narrow graves.
I weep for those whose eyes are full of sand.

II
Office for midnight

The ones who gave themselves to every moment
Till time grew gentle as a sated lover;
The young swift-footed and the old keen-eyed,
Whose roads are freedom and whose stars are constant,
Stand by me as I watch this empty town.
I am in love with the wildness of the living.
I am in love with the rhythms of dead limbs.
I am in love with all those who have entered
The night that smells of petals and of dust.

    July 1942


    Oorlogsdichter

Ik ben de man die vrede zocht en om
mijn eigen ogen prikkeldraad vond.
Ik ben de man die naar woorden tastte
en in mijn hand een pijl vond.
Ik ben de bouwer wiens stevige muren
drijfzand omvatten.
Wanneer ik ziek word of gek
bespot en keten mij niet:
wanneer ik reik naar de wind
maak mij niet af:
al is mijn gezicht een verbrand boek
en een verwoeste stad.

    maart 1942


    War Poet

I am the man who looked for peace and found
My own eyes barbed.
I am the man who groped for words and found
An arrow in my hand.
I am the builder whose firm walls surround
A slipping land.
When I grow sick or mad
Mock me not nor chain me:
When I reach for the wind
Cast me not down:
Though my face is a burnt book
And a wasted town.

    March 1942


Sidney Keyes
Vertaling: J. Eijkelboom

22-9-08

Julio Espinosa Guerra

Images Julio Espinosa Guerra werd in 1974 in Santiago de Chile (Chili) geboren. Hij verblijft sinds 2001 in Spanje. Hij publiceerde de verzenbundels La soledad del encuentro (Mosquito, 1999), Las metamorfosis de un animal sin paraíso (El árbol espiral, 2004, Premio Villa de Leganés) en de roman El día que fue ayer (Mago Editores, finalista del premio Herralde 2006). Gedichten van hem verschenen in verschillende tijdschriften en bloemlezingen in Spanje, Chili, Mexico, Guatemala en de Verenigde Staten. Hij leidt het poëzietijdschrift Heterogénea en is verbonden aan de schrijfschool .

INCERTIDUMBRE

Certidumbre del pájaro que muere en la carrera hacia el infinito
del hombre haciéndose viejo para dormir
del río que no es el mismo río
de bóvedas sin luna
de la luz que capturan los ojos en la aurora.

Certidumbre de regiones que dan miedo
de historias que nos persiguen
de gente sola fumando en la penumbra
de la mujer enferma
de otro día que levantará los cuerpos
de la manzana cayendo hacia el vacío.

Certidumbre del viajero que se marcha para volver
de la ciudad y su locura
del vino rojo acabado entre amigos
de que hubo algún comienzo
del caudal que avanza que llega al mar.

Certidumbre del aullido que augura desgracia
de nuevos corderos que serán llevados al matadero
de pasajes solitarios
de bares abiertos a la medianoche
de niños jugando en cementerios
de no poder nombrarlo todo.

ONZEKERHEID

Zekerheid van de vogel die sterft op weg naar het oneindige
van de man die zich oud voordoet om te slapen
van de rivier die niet dezelfde rivier is
van zolderingen zonder maan
van het licht dat de ogen opvangen in de morgen.

Zekerheid van streken die angstig maken
van geschiedenissen die ons achtervolgen
van mensen die alleen in het schemerdonker roken
van de zieke vrouw
van de volgende dag die de lichamen zal doen opstaan
van de appel die naar de leegte valt.

Zekerheid van de reiziger die weggaat om terug te keren
van de stad en haar waanzin
van de rode wijn onder vrienden opgedronken
van wat een of ander begin had
van de watermassa die doorstroomt die de zee bereikt.

Zekerheid van het gehuil dat onheil voorspelt
van nieuwe lammeren die naar de slachtbank zullen geleid worden
van eenzame doodlopende straten
van cafés die om middernacht open zijn
van kinderen die op begraafplaatsen spelen
van niet alles te kunnen noemen.

EPITAFIO

Me he quedado con hambre en la piel:
no alcancé a caminar esta tierra
el polvo me negó su paraíso
y aún así intenté volar:
alcé los brazos hacia el dios que no vive
y sonreí
mientras el barro recorría mi rostro.

(De “La soledad del encuentro”)

GRAFSCHRIFT

Met honger in mijn huid blijf ik achter:
ik kwam er niet toe deze aarde te doorkruisen
het stof weigerde mij zijn paradijs
en zo probeerde ik nog te vliegen:
ik stak mijn armen omhoog naar de god die niet bestaat
en glimlachte
terwijl de modder over mijn gezicht liep.

VOZ TERCERA

No puedo descansar en esta habitación.

Mi lecho
ya sin mujer
se presenta como la mano abierta del verdugo
el cubo mágico del destino
que muestra sus caras a la desdicha:
aquel viejo salón de las apuestas
que convoca a los cuerpos
como el dios de la fecundidad.

Me atormentan los rostros que reflejan los cristales:
mujeres corriendo hacia el sepulcro
fantasmas del paraíso.

El dolor es una escama de hielo
atravesándome verticalmente.

Todas las carreteras desembocan en esta habitación
todos los caminantes se dan cita
alrededor de esta mesa negra.

Soy esclavo de las imágenes del sueño
de la felicidad inalcanzable que proyectan las fotografías:
un desterrado en las minas de diamantes
que frente a sus ojos
ve la falsa destrucción de Sodoma.

DERDE STEM

Uitrusten kan ik in deze kamer niet.

Mijn bed
reeds zonder vrouw
ziet eruit als de open hand van de beul
de magische kubus van het noodlot
dat aan het ongeluk zijn gezichten toont:
dat oude salon van weddenschappen
dat gelijk de god van de vruchtbaarheid
de lichamen samenroept.

Mij kwellen de gezichten die de ruiten weerspiegelen
vrouwen die naar de graftombe hollen
spookbeelden van het paradijs.

De pijn is een ijsscherf
die verticaal door mij heen gaat.

Alle wegen monden uit in deze kamer
alle reizigers komen bijeen
rond deze zwarte tafel.

Ik ben slaaf van de beelden uit de droom
van het onbereikbare geluk dat foto’s uitstralen:
een balling in de diamantmijnen
die vlak voor zijn ogen
de namaakverwoesting van Sodom ziet.

VOZ DÉCIMA

Te veo leyendo sobre mi cama
mientras escucho cómo caen los pelos de los gatos
sobre la alfombra del primer piso.

Comprendo entonces
que el silencio se creó para escuchar tu voz
y las frazadas
para que tu peso quede en ellas.

Mirándote
es fácil pensar que algo queda tras la sombra
que las cosas siguen ahí
intactas
aunque las cubra el olvido
y que pronto
para las sillas
seguirás creciendo en el pasamanos de la escalera
y hasta en mi voz
aunque mi cuerpo
sólo sea una pisada más en el jardín.

Observando cómo hilvanas tus palabras
estoy segura de que somos y morimos en las cosas
y que poco sirve hablar sobre humanidad y existencia.

Algún día
sólo quedará tu tibieza en la página de un libro
y absorbida por la madera
la tiza con que marcaste tu nombre:
será de noche
y mis ojos verán la moneda del tiempo sobre ellos.

No es difícil creer eso ahora
que te has quedado en silencio
para escucharte a ti mismo
en esta habitación donde los objetos hablan
y el polvo no mata el recuerdo
sino que lo guarda en su profundidad
esperando que el viento lo reviva.

Pero todo no pasa de ser una ilusión
porque sabemos que las canciones no dicen la verdad
aunque siempre las recordemos
y que sólo los viejos que lloran con un poema
saben de la guerra y del amor.

Mas, a pesar de eso
seguirás aquí
en ese mismo rincón de mi cama
clavando tus ojos en otro mundo.

Es cierto
el silencio se creó para escuchar tu voz
lo sé ahora que los gatos se han quedado dormidos
porque todavía siento tu tibieza
tu peso
tus palabras desmigajándose
cuando abro aquel libro
te busco
y no encuentro nada.

TIENDE STEM

Ik zie je zitten lezen op mijn bed
terwijl ik hoor hoe de haren van de katten
op het tapijt van de eerste verdieping vallen.

Op dat ogenblik versta ik
dat de stilte ontstond om naar je stem te luisteren
en wollen dekens
om je gewicht daarin na te laten.

Als ik naar je kijk
is het makkelijk om denken dat iets achter de schaduw zit
dat de dingen hier voortgaan
ongeschonden
hoewel vergetelheid ze toedekt
en dat je plots
voor de stoelen
verder zal groeien in de leuning van de trap
en zelfs in mijn stem
hoewel mijn lichaam
alleen een stap meer in de tuin is.

Bij het aandachtig toezien hoe jij je woorden rijgt
ben ik er zeker van dat wij leven en sterven in de dingen
en dat praten over menselijkheid en bestaan weinig helpt.

Ooit
blijft alleen je warmte op de bladzijde van een boek
en door het hout verteerd
het krijt waarmee je je naam noteerde:
het zal nacht zijn
en mijn ogen zullen de munt van de tijd boven hen zien.

Het is niet moeilijk dat te geloven
nu je stil bent geworden
om naar jezelf te luisteren
in deze kamer waar de voorwerpen spreken
en het stof de herinnering niet doodt
maar ze in zijn diepte bewaart
in de hoop dat de wind haar doet herleven.

Maar niets houdt op een illusie te zijn
want we weten dat liederen niet de waarheid zeggen
hoewel we ze altijd onthouden
en dat alleen oude mensen die bij een gedicht wenen
weet hebben van oorlog en van liefde.

Maar ondanks dat
zul je hier blijven
in deze zelfde hoek van mijn bed
met je ogen op een andere wereld gevestigd.

Het is zeker
de stilte ontstond om naar je stem te luisteren
ik weet het nu de katten in slaap zijn gevallen
want nog altijd voel ik je warmte
je gewicht
je woorden die aan het verkruimelen zijn
als ik dat boek opendoe
ik zoek je
maar vinden doe ik niets.

LA VOZ DE UN FIGURANTE

Tras las cámaras
en el luminoso pero frío pasillo de los extras cinematográficos
donde todos somos uno y uno, todos
-como un D’Artagnan con alzheimer
repitiendo insidioso la triste musiquilla-
nos pasamos la vida esperando la llamada del director de orquesta
para pasearnos por el plató como perros sin rostro
corriendo tras el hueso de plástico con “sabor a carne verdadera”
que nos permite vislumbrar de refilón
por cuatro pesos
desde nuestra incómoda pero verdadera posición
del ayudante del ayudante del ayudante del protagonista
el paraíso del éxito y la fama
y seguir soñando
aquí abajo
en la caverna
en el pasillo
con nuestros 5 minutos
esos que no existen
esos que siempre le tocan a otro
esos que todos los lunes nos repite nuestro jefe
serán nuestra salvación
nuestra recompensa
por haber representado nuestro papel sin chistar
e ir al sacrificio
con una sonrisa eterna en los labios.

DE STEM VAN EEN FIGURANT

Achter de camera’s
in de helverlichte maar koude gang van de filmfiguranten
waar we allen men en iemand zijn, allen
- zoals een D’Artagnan met Alzheimer
die verraderlijk het trieste deuntje herhaalt -
brengen wij ons leven door al wachtend op het telefoontje van de orkestdirigent
om over het plateau te wandelen gelijk honden zonder gezicht
aan het hollen achter het plasticbeen met “natuurlijke vleessmaak”
dat ons zou toelaten om voor vier pesos
vanuit ons ongemakkelijke maar heuse standpunt
van de assistent van de assistent van de assistent van de protagonist
zijdelings een blik op te vangen van
het paradijs van het succes en de roem
en om verder te dromen
hier beneden
in de spelonk
in de gang
over onze 5 minuten
degene die niet bestaan
degene die altijd aan anderen toevallen
degene waarvan de baas elke maandag ons herhaalt
dat ze onze redding zullen zijn
onze beloning
om zonder tegensputteren onze rol te hebben gespeeld
en om met een eeuwige glimlach op de lippen
naar de offerbank te gaan.

EPÍLOGO

- y se dieron cuenta de que estaban desnudos -

¿Has visto a los ancianos en las plazas de Lisboa?

¿Has escuchado el murmullo que guardan sus huesos
y la luz en las opacas aguas del Tajo
que ya no se distingue de sus frentes?

¿Puedes comprender que cada piedra de sus veredas
y cada miga tirada a las palomas
no son ni sus piedras ni sus migas
sino cada uno de los sueños
que cada uno de sus muertos
regaló a la ciudad?

¿Sientes lo que yo
cuando uno de ellos abre su mano
y deja caer una estela de luz
a pesar del hambre?

¿Te has atrevido a observar sus ojos
aquellos por los que pasan las gaviotas
trayendo y llevando a las almas
de un lado al otro del gran río?

¿Has despertado
sintiendo la necesidad
de ir a tirar migas
y contar las piedras
en las plazas de Lisboa?

(De “Las metamorfosis de un animal sin paraíso”)

EPILOOG

- En ze gaven er zich rekenschap van dat ze naakt waren -

Heb je de bejaarden gezien op de pleinen van Lissabon?

Heb je het murmelen gehoord dat hun botten bewaren
en het licht in het ondoorzichtige water van de Taag
dat je niet meer van hun voorhoofden onderscheidt?

Kun je begrijpen dat elke steen van hun voetpaden
en elke kruimel die ze voor de duiven strooiden
niet hun steentjes en niet hun kruimels zijn
maar elk van de dromen
die elk van hun doden
aan de stad cadeau gaf?

Voel je wat ik voel
als één van hen zijn hand opent
en een lichtbaan laat neerstromen
ondanks zijn honger?

Heb je hun ogen durven bekijken
degene waarin de meeuwen voorbijtrekken
die de zielen opnemen en meevoeren
van de ene naar de andere kant van de grote rivier?

Ben je wakker geworden
met het gevoel dat het nodig is
om kruimels te gaan strooien
en de stenen te tellen
op de pleinen van Lissabon?

Deze verzen van Julio Espinosa Guerra zijn vertaald door Fa Claes.

10-8-08

Damsi Figueroa

Damsi_figueroa

Damsi Figueroa werd in 1976 in Talcahuano (Chili) geboren. Aan de universiteit van Concepción studeerde ze pedagogie. In 1994 publiceerde ze haar eerste bundel Judith y Eleofonte. Gedichten van haar werden opgenomen in verschillende bloemlezingen. De bekendste daarvan is Informe para Extranjeros, bloemlezing die in 2001 verscheen en die de meest representatieve stemmen uit de Chileense poëzie van de laatste dertig jaar van de twintigste eeuw bevat. In 2003 verscheen haar bundel Cartografía del éter. (Fa Claes)


ALS HET DE JODIN WAS

Als het de jodin was
zou ze de poorten van de stad
met een zucht openen
Ze zou de belediging van gevangenschap verdragen
Weduwe en maagd was ze terzelfder tijd
Verslindster van legers
En het volstond haar om man te zijn
om rechtop over hun doden te lopen
Maar voor de jodin volstond het om vrouw te zijn
om overdadig te drinken
om overdadig te eten
en door de naakte dromen van de Assyriërs
te wandelen
Vindingrijke eenzame
Universele voedster
Reden van tijd en geschiedenis
Als het de jodin was
zou ze met haar schoonheid de gevallen
tempels van de Aarde oprichten
ze zou het hoofd van Holofernes afslaan
om vanuit haar grot
te voorschijn te springen
Maar het is Judith degene die wacht
op de gebogen spiegel van haar lot
Onze Judith is nog niet gezegend
en veroudert tegelijk
met de optochten van Eleofonte
de wever van ondoorzichtige zangen
zoals de uitstraling
van zijn eigen kale kont


SI FUESE LA JUDÍA

Si fuese la judía
abriría las puertas de la ciudad
de un soplo
Soportaría la injuria del cautiverio
Viuda y virgen sería a la vez
Devoradora de ejércitos
Y le bastaría ser hombre
para caminar erguida sobre sus muertos
Pero a la judía le bastó ser mujer
para beber en exceso
para comer en exceso
y pasear por los sueños desnudos
de los asirios
Inventiva solitaria
Amamantadora universal
Razón del tiempo y de la historia
Si fuese la judía
levantaría con su belleza
los templos caídos de la Tierra
cortaría la cabeza de Holofernes
para saltar a la luz
desde su cueva
Pero es Judith la que espera
por el espejo encorvado de su destino
Nuestra Judith aún no está bendita
y envejece a la par
de los cortejos de Eleofonte
el tejedor de cantos opacos
como el aura
de su propio culo reseco

(Uit: Judith y Eleofonte)


ZELFHERKENNING

Ik ben niet degene die je kwijtspeelt
zo gauw als je haar ontmoet
De liefde in mij raak je niet aan
je schrijft ze
Met kleingelovige mensen ben ik niet de godvruchtige
mijn onderbroeken ruil ik met niemand
Daarentegen neem ik de schaamteloosheid op mij
van collectieve naaktheid
in een strandhuis
of kortweg op een strand
Ik schrijf voor niemand
hoewel ik probeer te ontsnappen
en vermijd je mee te nemen naar het bal
je kunstjes en pirouettes
eisen altijd een daverend applaus
dat wil zeggen een woord
Ik maak mijn leven niet ingewikkeld
door het weglaten van bijwoorden en voegwoorden
Ik schaats over het blad en sluit de bittere voren
met het bloed van mijn vrienden
Ik bedrijf de liefde niet
ik ontwapen ze
louter voor het plezier ze terug op te starten
elke keer opnieuw
tot ik gemeenschap heb
om de liefde te vergeten
en u allemaal


AUTORRECONOCIMIENTO

Yo no soy la que se pierde
tan pronto como se la encuentra
El amor en mí no se toca
se escribe
Yo no soy la piadosa con los hombres de poca fe
no intercambio los calzones con nadie
En cambio asumo la desvergüenza
de una desnudez colectiva
en una casa de playa
o en una playa a secas
Yo no escribo para nadie
aunque intente escapar
y evite sacarte al baile
tus malabares y piruetas
siempre exigen un aplauso cerrado
es decir, una palabra
Yo no me complico la vida
omitiendo adverbios y conjunciones
Patino por la hoja y tapo los surcos amargos
con la sangre de mis amigos
Yo no hago el amor
lo desarmo
por el puro gusto de volverlo a armar
una y otra vez
hasta tener sexo
para olvidarme del amor
y de todos ustedes


HET IDEE ER TE ZIJN

Ik weet wat ik ben
En zelfs terwijl ik het weet noem ik me niet
Het idee er overal voor de helft te zijn
Alsof de helften niet slechts met zijn tweeën waren
Ik ben zoveel meer wanneer ik me weet
En zelfs terwijl ik het weet noem ik me niet
Zich noemen is toebehoren
En ik, ik slaag er niet in de lettergrepen die me vatten samen te brengen
Ik weet me, dat is zeker, ik ben
En zelfs terwijl ik me weet noem ik me niet


LA IDEA DE ESTAR

Sé lo que soy
Y aún sabiéndolo no me nombro
La idea de estar a medias en todas partes
Como si las mitades no fuesen tan sólo dos
Soy tanto más cuando me sé
Y aún sabiéndolo no me nombro
Nombrarse es pertenecer
Y yo, no logro juntar las sílabas que me atrapen
Me sé, es cierto, soy
Y aún sabiéndome no me nombro


OMHELZING IN TAÚRIDES

    voor mijn vriend Carlos Henrikson

Door een zure nacht en zonder pauzeren
sleep ik het lichaam van mijn vriend
Door de gerieflijke holte van zijn borst
gaan mijn nacht en mijn lamp en zijn meubel
de rode nacht waaraan ik schrijf voorbij

Zo ver van mijn deur
berijden spelboeken van zijn taal
te paard een gedicht dat zich buigt
over het bloederige schuim van mijn mond
of over de herinnering aan het bloederige schuim van mijn mond
die in mijn borst van zijn lamp en zijn meubel
de rode nacht maken waarin hij schrijft


ABRAZO EN TAÚRIDES

    para mi amigo Carlos Henrikson

Por una noche ácida y sin tregua
arrastro el cuerpo de mi amigo
Por el hueco confortable de su pecho
mi noche y mi lámpara y su mueble
la noche roja en la que escribo pasan

Tan lejos de mi puerta
silabarios de la lengua suya
cabalgan un poema que se inclina
sobre la espuma ensangrentada de mi boca
o el recuerdo de la espuma ensangrentada de mi boca
que en mi pecho hacen su lámpara y su mueble
la noche roja en la que él escribe


DE STEEN

    voor Alejandra Pizarnik

Ik weet waarom het je pijn doet
met razernij de steen tot tegen je tanden te trekken
en hem daarna weg te gooien alsof het niets was
naar de magnetische dans
waar het wonder eindigt

Mettertijd ben je blind geworden
de werkwoorden verblindden je
de gloed van de schrijnende verzen
Het praatziek ongedierte verlamde je
het schizofrene gemurmel van de menselijke natuur

Ik weet
dat je geweeklaag nooit een eind zal nemen
omdat jouw honger mijn honger is
en het brood dat je zocht, dat brood werd vlees
het werd vuur dat je onmogelijk naar je mond kunt brengen


LA PIEDRA

    para Alejandra Pizarnik

Yo sé por qué te duele
atraer con furia la piedra hasta los dientes
y arrojarla después como si nada
a la danza magnética
donde acaba el milagro

Con el tiempo te has vuelto ciega
encandiláronte los verbos
la incandescencia de los versos dolorosos
Te paralizaron las alimañas palabreras
el susurro esquizofrénico de la naturaleza del hombre

Yo sé
que tu lamento no cesará jamás
porque tu hambre es mi hambre
y el pan que buscaste, ese pan se hizo carne
se hizo fuego imposible de llevarse a la boca

(Uit: Cartografía del éter)


MINDER LICHT

Kijk, ik heb een aardschok in mijn keel
Het roest of de schim van je ogen wandelt
door mijn vers
Kijk
De regenboog in stukken boven het mos is geen teken
Bekijk me alstublieft, lees me toch niet


MENOS LUZ

Mira, tengo un sismo en la garganta
La herrumbre o el fantasma de tus ojos se pasea
por mi verso
Mira
El arco iris trozado sobre el musgo no es un signo
Mírame por favor, ya no me leas.


UITNODIGING

Het zou niet beter zijn dat we bleven,
zittend en alleen, laat en rustig
wachtend op de volledigheid van een gebaar.

Het zou niet beter zijn dat we de semiotische
koe vergaten die ongebreideld graast
zweet dauw die ons het gebeente hersenen verstijfde

Binnen in het licht
is er een kleiner licht
dat donker is

Binnen in het licht
is er een kleiner licht
dat donker is

Binnen in het licht
is er een kleiner licht
dat donker is


CONVITE

No sería mejor que nos quedáramos
sentados y solos, tardos y quedos
esperando la totalidad de un gesto.

No sería mejor que olvidáramos
a la vaca semiológica que pasta a la deriva
sudor rocío que nos entumeció los huesos sesos

Hay dentro de la luz
una luz más pequeña
que es oscura

Hay dentro de la luz
una luz más pequeña
que es oscura

Hay dentro de la luz
una luz más pequeña
que es oscura


DE LAATSTE

Ik loop een boom te zoeken
die schaduw geeft
tussen de wortels waarvan een lichaam mag rusten
dat het toch niet zozeer zal zijn

Ik loop een boom te zoeken
die een lange schaduw geeft
hoewel diep

Ik loop een vochtigheid te zoeken
die gelijk een tunnel onder de
zwarte aarde wegzakt

Ik loop een aromatische vochtigheid
te zoeken
met aroma van schaduw en boom

Ik loop een boek te zoeken, zeker
geen boek dat op twee knieën openligt

Ik loop een boek te zoeken
om mijn billen niet vochtig te maken
als ik ga zitten in de schaduw
van de boom die ik loop te zoeken.


EL ÚLTIMO

Ando buscando un árbol
que de sombra
entre cuyas raíces repose un cuerpo
que ya no lo sea tanto

Ando buscando un árbol
que de una sombra larga
pero profunda

Ando buscando una humedad
que se hunda como un túnel
en la tierra negra

Ando buscando una humedad
Olorosa
con olor a sombra y árbol

Ando buscando un libro, seguramente
no un libro abierto sobre dos rodillas

Ando buscando un libro
para no humedecerme las nalgas
cuando me siente bajo la sombra
del árbol que ando buscando.


MEER LICHT

Ik heb het gedicht gedroomd dat de wereld zegt
met zijn tumult van gevleugelde woorden
zwermen vuurvogels
die het licht aan alle grasvlakten teruggeeft

Hier heb ik het gedicht dat wil opengaan
het gedicht dat het midden van de aarde wil bereiken
omdat het het magma van zijn essentie goed genoeg kent
het gloeiende en geheime element van zijn adem
Hier heb ik het gedicht dat voor altijd zal zingen met de zee.


MÁS LUZ

He soñado el poema que dice el mundo
con su tumulto de palabras aladas
bandadas de pájaros de fuego
que devuelve la luz a todas las praderas

He aquí al poema que quiere abrirse
el poema que quiere llegar al centro de la tierra
porque no desconoce el magma de su esencia
el ígneo y secreto elemento de su aliento
He aquí al poema que cantará para siempre con el mar.


DE TIJD

Slapeloos schiet het licht pijlen naar de lichamen
De lichamen moeten elkaar omhelzen
Tot ze de nacht doen vallen
In het donker moeten de lichamen elkaar herhalen
De nacht moet vallen over de lichamen
Zodat hij de omhelzingen overschaduwt tot hij ze doet verdwijnen
Het oog moet verdwijnen
Opdat de omhelzingen gedroomd zijn
De duisternis schiet pijlen naar de lichamen
In de droom moeten de lichamen elkaar omhelzen
In het licht van de droom moet het af en aan van de omhelzingen het oog openen
Opdat de lichamen ontwaken


EL TIEMPO

Insomne la luz dispara dardos sobre los cuerpos
Los cuerpos deben abrazarse
Hasta hacer caer la noche
A oscuras los abrazos deben repetirse
La noche debe caer sobre los cuerpos
Oscureciendo los abrazos hasta hacerlos desaparecer
El ojo debe desaparecer
Para que los abrazos sean soñados
La oscuridad dispara dardos sobre los cuerpos
En el sueño los cuerpos deben abrazarse
A la luz del sueño la intermitencia de los abrazos debe abrir el ojo
Para que los cuerpos despierten


HET WOORD

Het roept; mijn schaduw roept het
Zeg niet dat ik het ben die het schrijft
Zeg niet dat het mijn schreeuw was die zijn droom naar deze andere oever wierp
Zijn stappen zijn een ontbrande wolfspin op het water
die voren trekt in de bronst van de nacht
en die de maan in een halo van donkere bloemblaadjes overstroomt
Ik vermoed een minder menselijke ontsteltenis omdat het komt
alles beeft en de zeeën trekken terug
en met zijn floers bereikt het horizonten
die branden in het middelpunt van het gedicht


LA PALABRA

Llama, la llama mi sombra
No digan que soy yo la que la escribe
No digan que fue mi grito el que arrojó su sueño a esta otra orilla
Sus pasos son, sobre el agua, una licósida inflamada
que hace surcos en el celo de la noche
y rebalsa a la luna en un halo de pétalos oscuros
Yo adivino un terror menos humano porque viene
todo tiembla y los mares se recogen
y ella alcanza con sus velos horizontes
que arden en el centro del poema


WINTERZONNEWENDE

In de winter spreken de zwaluwen mij
over hun hartstocht voor geheime en verheven lucht
ik spreek ze over beschimmelde foto’s in de handen
van rivieren en kanalen met geheugen
Een versnelde beweging van de aarde volstaat
om de woorden als zwaluwen te laten zijn
om met onszelf te laten blijken dat we nog steeds niet dood zijn


SOLSTICIO DE INVIERNO

En invierno me hablan las golondrinas
de su pasión por el aire secreto y alzado
yo les hablo de fotografías enmohecidas en las manos
de ríos y canales con memoria
Basta un movimiento acelerado de la tierra
para que las palabras sean como golondrinas
para que con nosotros parezca que ya no estamos muertos


NEEM

Waar, waar naar toe de vissenkop die de blindste
onder de mensen op zijn schouders en onder de regen meedraagt
Waar naar toe de ledematen die loslaten gelijk een tros rozijnen
Oud lichaam dat ongenadig voor zichzelf verder sukkelt
Waar naar toe de honger en het stof
En waartoe


TOME

Hacia dónde, dónde la cabeza de pez que lleva
sobre los hombros y bajo la lluvia el más ciego de los hombres
Hacia dónde los miembros que se desgajan como un racimo de pasas
Viejo cuerpo que se arrastra impiadoso de sí
Hacia dónde el hambre y el polvo
Y para qué


Damsi Figueroa
Vertaling Fa Claes

20-7-08

Juan Paulo Huirimilla

Huirimilla

Juan Paulo Huirimilla werd in 1973 op het Chileense eiland Calbuco geboren. Hij schreef o.a. El ojo de vidrio, Cantos para niños de Chile en Palimpsesto. Zijn teksten verschenen in binnen- en buitenlandse publicaties. Hij schreef ook essays en bijdragen over cultuur in tijdschriften en dagbladen. Verschillende literaire onderscheiden werden hem toegekend. Hij doceerde ook Mapuchecultuur en -wereldvisie aan de Universidad de los Lagos. Hij doceert er nu moedertaal en filosofische grondslagen van de basispedagogie. Huirimilla is één van de Chileense dichters die zeer door de cultuur van de oorspronkelijke bewoners is beïnvloed en die zich inzet voor het behoud ervan.

Noot: De taal die deze dichter schrijft is niet overal Castellano. Om al te grote moeilijkheden te vermijden heb ik gedichten gekozen waarin spelling en zinsbouw niet of niet te sterk daarvan afwijken. Huirimilla is weinig consequent in zijn gebruik van eindpunten en hoofdletters. Het feit dat er geen punt staat betekent niet dat de zin niet af is; zijn versregels beginnen tamelijk willekeurig met hoofdletter of kleine letter. Een andere eigenaardigheid: op het internet staan gedichten van hem, maar de versie van het gedicht kan varianten tonen van site tot site. Zo luidt het slot van het eerste gedicht dat ik hier vertaal: que vamos a trenzar con la música del respirar. Op een andere pagina staat: con la música del respiradero, en nog op een andere plaats: con la música de caballos blancos. Dat is lang geen alleenstaand geval. In datzelfde gedicht is een paard van de ene versie in de andere een stier. Misschien is dat een speciaal gebruik. Het heeft er de schijn van dat dergelijke "kleinigheden" de dichter niet bijzonder interesseren. (Fa Claes)


                 "Ik heb je mond aangeroepen
                 uit de kruin van een kersenboom"

ZANG VOOR DE POËZIE

De poëzie is de kop van een haan,
Onder de grond afgesneden door een boom,
Die een jongen van op de hoek
Verwart met de zon die in
Een waterpoel blinkt.
Dat is mijn woord in de grote stad:
Een duif die onder deze stad woont terwijl ze
De beklemming van een haven observeert
Zonder dat iemand de gouden sleutel bemachtigt
Een volk met tarwe verguld
Dat naast de zon en de maan loopt
In dezelfde ruimte
Met hoeden die worden uitgewisseld
En bomen met pas ontloken knoppen.
Hier heb je de zee met zijn steiger voor kwallen
Die nooit zullen sterven bij het aan land gaan
Vermits de stier met zijn hoorn de weg
Aan het vrijmaken is voor de geesten
Die vanuit zomerweiden reizen.
Vanuit het hemelsblauw
Is er een magische wind die stenen opent
Tot hij estuariën opgraaft die verschijnen
Als de nevel aan boord gaat
En wij een bloedende slang op haar plaats brengen
Aan het luik van de achtsteven vastgemaakt
Om elkaar in onze jeugd te ontmoeten
Zo lief als het bos en de poëzie
Die we gaan vervlechten met de muziek van het ademhalen.


                 "He llamado a tu boca
                 desde la copa de un cerezo"

ÜLKANTUN PARA LA POESÍA

La poesía es la cabeza de un gallo
Cortado bajo tierra por un árbol
Que un muchacho de la esquina
Confunde con el sol que brilla
En una poza de agua.
Esta es mi palabra en la urbe:
Una paloma observando la congoja
De un puerto que habita bajo esta ciudad
Sin que nadie consiga la llave de oro
Un pueblo dorado de trigo
Que corre junto a la luna y sol
En el mismo espacio
Con sombreros que se intercambian
Y árboles de brotes recién nacidos.
He ahí el mar y su atracadero de medusas
Que nunca morirán al llegar a tierra
Porque está el toro con su cuerno
Abriendo el paso a los espíritus
Que viajan desde veranadas.
Desde el azul
Está un viento mágico que abre piedras
Hasta desenterrar esteros que aparecen
Al subir la neblina al barco
Y nosotros colocamos una serpiente sangrante
Amarrada al lucero en popa
Para encontrarnos en la infancia
Tan dulce como el bosque y la poesía
Que vamos a trenzar con la música del respirar.

(De "Rawe")


DE TERECHTSTELLING VAN DE APPELBOOM

- Je moet met jezelf te rade gaan vent
je hebt toen geen tiuqes om regen zien roepen
en geen trailes hun vlooien over de weg zien meesleuren
Laat het drinken van die tequila con gusano
Je hebt me zo vaak gestorven en ik blijf het moeilijk hebben
ik zal niet ophouden je slechte bed te krabben
tot ik je hoofd bereik.
Ik was je beste ballerina.
Ik kom je huis binnen als je samen met andere zweet.
In de appelboom zal ik met een karabijn je strot staan samen te drukken:
je zult te paard slapen tot de flessen gisten -

Noot: Tiuque en traile zijn namen van vogels, valkachtigen. Tequila con gusano is een naam die de dichter gebruikt voor mezcal con gusano. Mezcal is zoals de tequila een sterk alcoholhoudende drank uit de agave gedistilleerd. Naar het schijnt is de “gusano” (worm, in casu een worm uit de agave) er pas in de jaren 1950 aan toegevoegd als kwalijke grap om te zien of de Noord-Amerikanen, de gringo’s, ook mezcal zouden drinken als er een worm in de fles lag. Mezcal con gusano wordt nu als een specialiteit beschouwd.


EL AJUSTICIAMIENTO DEL MANZANO

-Debes entrar en tu juicio hombre
no has visto entonces tiuques llamando lluvias
y trailes arrastrar sus pulgas en el camino-
Ese tequila con gusano deja de beber
Me has muerto tantas veces y sigo en pena
no dejaré de rasguñar tu camastro
hasta llegar a tu cabeza.
Fui tu mejor bailarina.
Entro a tu casa cuando sudas junto a otras.
En el manzano apretando con carabina tu cuello estaré:
dormirás en tu caballo hasta que las botellas fermenten-


RANCHERSVROUW IN DE VROEGE MORGEN

"zelfs de dood wint het niet van de wijn"

Vroeg in de morgen zoekt mijn hart je heengaan
In een zwarte kat die op elk ogenblik mijn keel kruist.
Misschien is het nodig het licht dat waait op te geven
want
"zelfs de dood wint het niet van de wijn".
Je beeld verschijnt op de buis
Ik luister naar Antonio Aguilar in de radioseries.
Opnieuw het dromen van een steen in mijn schoen.
En toch, je schaduw blijft in mij
gelijk een ster in een wasbak met water.


RANCHERA DE MADRUGADA

"al vino no lo vence ni la muerte"

Mi corazón de madrugada busca tu partida
En un gato negro que ha cada rato cruza mi garganta.
Es preciso acaso renunciar a la luz que sopla
porque
"al vino no lo vence ni la muerte".
Tu imagen en la T.V. a tubos aparece
Escucho a Antonio Aguilar en las radionovelas.
De nuevo el soñar con una piedra en el zapato.
Y sin embargo, tu sombra queda en mí
Cual estrella en un lavatorio de agua.


IK VERWACHT DE KOMST VAN EEN GROTE GEEST

Ik ben uit de droom gestapt.
Vandaag is donkere nacht en de bomen vechten niet
het water staat stil in het mos
en jij blinkt niet zoals Witranalwe vroeger
Ik weerspiegel je afwezigheid in de oogleden
van het vensterluik
laat de rivieren terugkeren
als tranen van andere rivieren.

Noot: Witranalwe is een landelijke duivel, het kwaad of de negatieve krachten in de natuur.


ESPERO LA LLEGADA DE UN GRAN ESPÍRITU

He bajado del sueño.
Hoy es noche de oscuridad y los árboles no se trenzan
las aguas se detienen en el musgo
y tú no brillas como antes Witranalwe
Reflejo tu ausencia en los párpados
del lucero
que los ríos vuelvan
como lágrimas de otros ríos.


ABSURDITEITEN

Als ik uit de kerker weerkeer en je bent er niet
Strijkt een ster neer op mijn adem.
In mij had ik de stilte en de dood nooit zo vlakbij als nu.
Ik ben het wit van de opschriften:
*TIEN DUIZEND VOOR EEN SCHURK*
daarom krimp ik ineen als een pasgeboren kleine
niemand kan de galg oprichten in mijn ogen.
Ik neem het bloed van de zwakste
Zijn zielen vallen in mij.
Bij de voorraden bekijkt het astrolabium mij overdekt met vissen
Op zee bedreigt Ñankupel mij met een mes
en de striemen vervormen mij
want ik was de dapperste piraat van de spiegel.
Op mijn schip jagen allen de hasj erdoor
Met sterke drank.
Vrouwen lopen krankzinnig op het dek
En de haaien omsingelen hun zielen
Die omdraaien in mijn mond.
- Dat een zeeman me wekt als er sterren geboren worden -
- Niemand luistert
misschien zien ze geen zeemeerminnen ontroerde ranchersvrouwen dansen -
Ik kom aan in de haven van het vuilnis waar de wijnhandeltjes om vijf uur in de middag sluiten.
Ik neuk een prostituee en houd al op met spreken.

Noot: Pedro María Ñankupel (ook gespeld Ñancupel) was een bloeddorstig piraat uit de 19de eeuw die zijn gevangen met een mes afmaakte. Hij werd in 1890 terechtgesteld.


DESVARÍOS

Cuando vuelvo de la cárcel y no estás
Una estrella se posa en mi aliento.
Nunca tuve en mí el silencio y la muerte tan cerca como ahora.
Soy el blanco de los letreros:
*DIEZ MIL POR UN PEÑAN*
por eso me encojo como cría recién parida
nadie puede poner la horca en mis ojos.
Cojo la sangre del más débil
En mí caen sus almas.
En los retenes el astrolabio mírame cubierto de peces.
Ñankupel en el mar me amenaza con un cuchillo
Y se me tuercen las estrías
Porque fui el pirata más bravo del espejo.
En mi barco todos se fuman el cáñamo
Con bebidas blancas.
Mujeres corren a cubierta locas
Y los tiburones rodean sus ánimas
Que dan vuelta en mi boca.
-Que un marino me despierte cuando nazcan astros-
-Nadie escucha
acaso no ven a las sirenas bailar movidas rancheras-
Llego al puerto del desperdicio donde los negocios de vino
cierran a las cinco de la tarde.
Cojo a una prostituta y termino ya de hablar.

(De "La vuelta del ojo de vidrio")


DE GELE BLOEM

Dronken van sterven
Observeer ik de bloem die lacht en niet tot me spreekt
- Ik herinner me alleen het trillende jachtgeweer
bij de haven van het zwijgzaamste gehucht
Zij die de bar binnenkomen
tonen me sterren in hun handen
Ik luister alleen naar het weggaan van het wapen
Een oude sirene weerklinkt -
Ik weet dat iemand zijn eigen aders doet zwellen
Daarginds is de gele bloem
ingesloten in een druppel melk.


LA FLOR AMARILLA

Ebrio de morir
Observo la flor que ríe y no me habla.
-Recuerdo sólo la escopeta temblando
junto al puerto de la aldea más muda
Ellos que entran a la cantina
Mostrándome estrellas en sus manos
Sólo escucho la salida del arma
Suena una sirena vieja-
Sé que alguien hincha sus propias venas
Ahí está la flor amarilla
Encerrada en una gota de leche.


MASKER

Ruk me de ogen uit in aanwezigheid van Tiresias
een ander kijkt in zijn masker
iemand weet dat ik hier in Het Noorden
voorbijkwam toen ik wraak kwam innen
Aan de pruimenboom bij de waterput proberen ze me op te hangen.
Ik bind mijn haar samen tot ik het nieuwe zaaisel bijeenraap
Ik verbrand droge takken opdat de rook mijn lichaam uitdroogt.


MÁSCARA

Sácome los ojos ante Tiresias
otro mira en su antifaz
alguien sabe que he pasado
Por El Norte cobrando venganza.
En el ciruelo junto al pozo intentan ahorcarme.
Encojo mis cabellos hasta recoger una nueva siembra
Quemo ramas secas que el humo deshumedezca mi cuerpo.


OVER HOE PAARDENDIEVEN ELKAAR KENNEN

Ze noemen mij Porfirio Alcalá
degene die vergaat bij het zien
van de blik van die meiden tussen twee waters.
Een boom begint onzichtbaar te zijn.
Ik ga naar de steenachtige weg
om de afstand van mijn luchtpijp te verkorten
Op de andere oever wachten mijn streekgenoten de Schurken:
- We brengen je een stuk koe
opgegraven met de machtigste van de toverkunsten
Er is een kaneelboom gezaaid
In onze grot -
Mij blindheid zal ik bedekken met wat leer.
Aan zijn hals hangt een witte zakdoek
Die zijn blik doet stikken.


DE CÓMO SE CONOCEN LOS CUATREROS

Me llaman Porfirio Alcalá
aquel que se triza al ver
La mirada de ellas entre dos aguas.
Un árbol comienza a ser invisible.
Voy al camino pedregoso
Para acortar la distancia de mi respiradero
En la otra orilla aguardan mis paisanos los Peñan:
- Te hemos traído un pedazo de vaca
desenterrada por la más poderosa de las magias
Se ha sembrado un canelo
En esa cueva nuestra -
En la barra brindaremos Peñan
Taparé mi ceguera con un poco de cuero.
De su cuello cae un pañuelo blanco
Que ahoga su mirada.


ZANG VOOR DE WATERVAL

We daalden met mijn moeder af naar de waterval
om medicijn te halen uit zijn nevel
Hier is de blauwe bloem in zijn beek
roept de laarzenmaker van het andere eiland
De morgenster licht ons bij
In de dauw zeggen we de ballade:
Ai, blauwe steen die komt om ons hart te doen groeien
Blauw was de bliksem
Hier brengen we het goud want vader slaapt vandaag
met de maan hoger dan de regenboog
Zij heeft een zilveren boom geplant
In de vijver
En bejaarden maken met een pijl knopen los
in regen sneeuw later hagel.


CANTO A LA CASCADA

Bajamos con mi madre a la cascada
Para tomar remedios de su neblina
Aquí está la flor azul en su arroyo
Llama el botero de la otra isla
El lucero de la mañana nos alumbra
En el rocío decimos el romance:
Ay! Piedra azul que vienes a crecernos el corazón
Azul ha sido el relámpago
Aquí te traemos el oro que el padre hoy duerme
Con la luna más arriba del arco iris
Ella ha plantado un árbol de plata
En el pantano
Y ancianos desatan nudos con una flecha
En lluvia nieve luego granizo.


BEZWERING VAN EEN CABARETUTOPIE

Het regent noodlotsregen
Ankers ophalen en neerlaten
en dit anker valt opnieuw.
Een vogel is het slangenoog
Daarmee terugkeren naar de haven waarvan de nacht
af en toe een spelonk is
Daar zijn nog gestreepte
vissen
Stranden
En de "Witte Olifant"
waar we niet naar binnen mogen
omdat er een man is
met een been op zijn rug
die het hoofd naar zijn moeder heeft gekeerd
om het naakt van de boom te bespieden.
Buiten bij het openen van de grot
zwerven mijn verlossers met de utopie
dat de rivier die ons baadt
gelijk een museumstuk is geschramd.


EXORDIO A UNA UTOPÍA DE CABARET

Llueve lluvia de destino
Subir y bajar anclas
y esta vuelve a caer.
Un pájaro es el ojo de serpiente
Con esto volver al puerto cuya noche
Es a ratos una caverna
Allí aún están rayados
peces
Playas
Y el "Elefante Blanco"
al que no podemos entrar
porque hay un hombre
con pierna en la espalda
que ha vuelto la cabeza a su madre
para espiar el nudo del árbol.
Afuera al abrir la cueva
Rondan mis redentores con la utopía
Que es el río que nos baña
Arañado como pieza de museo.

Juan Paulo Huirimilla
Vertaling Fa Claes

Uitgeverij De Contrabas
Lucifer - Frédéric LeroyFrédéric Leroy
Lucifer

Een talent om te koesteren
Uitgeverij De Contrabas
€ 12.50
Klaai - Lammert VoosLammert Voos
Klaai

Voos schildert en maakt nog steeds muziek
Uitgeverij De Contrabas
€ 12.50

Zoeken

Twitter

Nationale Gedichten Wedstrijd

Colofon

Onder redactie van Chrétien Breukers en Ton van 't Hof. Vaste medewerkers: Fa Claes, Peter de Groot, Kees Klok, Hanz Mirck en Jan Pollet. Reacties onder eigen naam of dichters- pseudoniem zijn zeer welkom. Anonieme of niet ter zake doende reacties worden verwijderd.
Het leven van - Nachoem M. WijnbergNachoem M. Wijnberg
Het leven van

Winnaar van de
VSB Poëzieprijs 2009
Uitgeverij Contact
Veldheer en andere liefdesgedichten - Bart FM DroogBart FM Droog
Veldheer en andere liefdesgedichten

Uitgeverij De Contrabas
Nieuw
Lees enkele gedichten

Laatste reacties

Elders

Google Nieuws

Pagina's

Adverteren?

De Contrabas wordt meer dan 40.000 keer per maand bekeken. Wilt u ook tegen gunstige tarieven adverteren? Neem dan contact met ons op >> email. Bekijk onze advertentietarieven.

FeedCount

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005