Titel: Bodemdaling
Auteur: Rouke van der Hoek (1952)
Uitgeverij: Atlas
ISBN: 90 450 1363 0
Recensies: Dagblad de Limburger (5-10-2005) Meander, Poëzieclub
Boekingen Nederland: SSS
Een gedicht uit de bundel:
HET SJOERDLIED
Er is een kleine Boeddha onder ons gekomen,
stralend middelpunt van een prethebbend universum,
drager van de gulste glimlach onder de zon,
vol verlichte gedachten. Dat slapen een goed idee is,
voor anderen. Dat eten een beter idee is, voor iedereen.
Dat elke voorbijganger oké is tot het tegendeel bewezen
en daarom voluit toegeglunderd. In dit koninkrijk
ben ik de dienaar die met een magische druk
op de knop de stofzuiger janken laat,
getrouwd met Lady Kiekeboe of Piepekoek,
koningin van de warme fles, hekserij bedrijvend
met babyzalven, voorzegster van eerste woorden.
Een incidentele bui van kromme zin accentueert
de opgewekte natuur van de overige dagen en is altijd
te wijten aan de kronkelwegen van de spijsvertering
of de meridianenkrommende zwaartekracht.
Soms, als Sjoerd alleen ligt, zich niet van publiek bewust
begint hij met nadruk te praten, gehaast,
alsof hij zichzelf vertellen wil wat hij eerder heeft
meegemaakt, voor het te laat is en vergeten.
Te vroeg helaas om door ons te worden begrepen.
Maar iets daarvan ontdekken we in het abrupte zwijgen
als zijn oog valt op een roze stokroos, wiegend
in de wind. Op een mus die over de schutting hipt.
Op de wandelende en waaiende schaduwen van de zomer.
Dan hoor je even dat ademstootje als het stokt in zijn keel
uit ontzag. Als je zijn gezicht geloven mag.
© Rouke van der Hoek, 2005



























Reacties