Breukers ging de weg van Maarten ’t Hart, Jan Wolkers, Jan Siebelink, de weg die ik ook bewandeld heb: reflectie op een achtergrond waarin het geloof een belangrijke rol speelde. Je gelooft zelf niet en toch is de religieuze wereld deel van je geworden: een haat-liefdevehouding. Iedereen doet dat op zijn eigen manier, Breukers door in te gaan op de kwestie dat de ons beloofde Verlosser niet kwam. Hij laat Jezus zelf aan het woord, leeft zich in in iemand die het juk van moordende verwachtingen torste.
In het eerste deel ‘O – Antifonen en epigrmam’ beschrijft hij in zesregelige gedichten die verwachtingen: ‘Verjaag de nacht van onze nood’ citeert hij Jeremia. In het tweede deel, ‘Niemendal’, schetst hij in negenregelige verzen de teleurstelling van Jezus in zijn vrienden en de mensheid, bijvoobeeld in het gedicht ‘Dood’:
Het voorhang scheurt.
De tempel wankelt.
Dat heb ik op mijn geweten. Er
was vandaag zwaar weer.
Tempeesten die
het landschap teisterden. Ik ben niet
moe. Ik ben ook niet
bedroefd. Zonder
iemand aan te roepen; het is tijd.
En dan? Mijn lijk
omzwachteld. Mijn praat
ten einde; zotteklap. Volgelingen
die zichzelf
verdoen. Ik ben weg.
De verlosser kapt ermee, vindt de mensheid de moeite niet waard. De wereld als een tranendal van losers. In een onderafdeling ‘Naleven’ laat hij de verering en navolging zien als een onbedoeld gekissebis: ‘Het zijn de joden niet – het waren joden’ (klinkt verdacht overeenkomstig met ons marokkanendebat) en gedweep: ‘Ze hebben mij gemoord. Maar dat het bloed // zou vloeien tot in verre verte, daar heb / ik bij mijn uitspraak toen nooit aan gedacht.’
Hier is de steutel te zien van de bundel: Christus is de brenger van het woord, maar hoe het uitgelegd wordt, heeft hij niet in de hand. Net als een dichter is hij afhankelijk van interpretatie. En door in de huid te kruipen van Christus geeft Breukers het dichterschap een extra lading, en door Christus menselijk te maken heeft hij het evangelie ook een extra (ont-)lading. dat culmineert dan in het derde (jawel- de Christelijke symboliek wordt natuurlijk meegenomen) deel, dat ‘Tongebreek’ heet.
Dat bestaat uit varianten op het sonnet, als ik zo vrij mag zijn: gemankeerde sonnetten, bestaat. Hier draait hij het evangelie om: de apostelen kregen volgens de Bijbel het vermogen om in alle talen te spreken, bij Breukers is het juist tegengesteld: ‘Wij konden ons verstaan. Wij stemden met ons in. / Toen brak van één de tong. Hem sloeg de taal uiteen. (...) wat geen spraak beschrijft / hangt (...) steekt als een angel in de keel.’
Al met al behelst de visie die Breukers hier voor ons ontvouwt twee kanten: de Christelijke interpretatie van wat er met Jezus is gebeurd ging met de feiten aan de haal, de wereld is door hem te nihilistisch bevonden, en de taal heeft ons daar goed bij helpen verdwalen. Die idiotie vat hij samen in de slot-onderafdeling Mania Relogiosa: door letters geordende, achtregelige verzen, waarin de mens (ergo: de dichter, ergo: Breukers) grip krijgt op de ontspoorde zaak:
Het was een dag! Ik
had mijn God gevonden. in een lege la
van het dressoir. Daar had Hij spijt
van het heelal, betuigde
rouw om menig fout en hield op even dagen
audiëntie.
Hij had een bui. Het was een kleine Guitengod. Ik hield
hem
dicht tegen Mij aan, maar voor de zekerheid. Hij was zo wild
en
onbezonnen, en die wapens in Zijn hand, ik vreesde dat
Hij ze gebruiken zou
op Ons. Mijn God was bijna niet
in slaap te krijgen later, duizend liederen
ten spijt.
Het is knap hoe Breukers zijn visie op dit alles weet neer te zetten, een visie op dichterschap in een wereld die door de Verlosser verlaten is. Wat je erop af kunt dingen is dat hij redeneert vanuit een visie die hij zelf ontkracht: hij laat een Jezus aan het woord die allang vertrokken is, zijn belangstelling verloor. Goed, hij speelt zodoende advocaat van de duivel, soit. Ondertussen ontleent de bundel zijn kwaliteit mede aan de geloofwaardigheid van degene die aan het woord is, het spel tussen Christus en Breukers. Maar de verhouding tussen hen gaat mank: ik lees te weinig over Breukers zelf, wat hij dan wél gelooft. Ontkrachten is één ding, iets zelf met betekenis durven laden een ander. Marsman stelde een vergelijkbaar probleem aan de orde, maar had een visie op de toekomst. Dus, Breukers, kom op met je volgende bundel.
© Hanz Mirck, lange versie van een recensie in: Krakatau 52 (december 2008)
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
'Door Christus menselijk te maken'? Maar Christus wás diep menselijk.
Geplaatst door: Maarten Das | 25-1-09 om 23:45
Geweldig dat ik je bundel mocht lezen .
Hij is geweldig.
Groeten mamma.
Geplaatst door: Breukers-Peeters | 9-3-09 om 21:31