Fumerende verzen, bij een verscherpt landelijk rookverbod, juli 2008
Marlboro man
I
Als zijn reclamefotograaf is uitgewerkt
heeft hij een vreemde voorsmaak in zijn mond
en hij is moe. Als niemand naar hem kijkt
is hij de cowboy van het sigarettenmerk
maar zonder hoed, met een gerookte tong,
een man die langzaam harde gele vingers krijgt.
Maar ik wil niet terug. Dus wij gaan zitten roken
alsof het hele plan niet opgegeven is.
Wij zijn een kleine doelgroep. Dit is geen vergissing:
wat hij er ook aan over houdt, dat wil ik ook.
II
Wij roken en wij roken. Het geheim
is bij het inhaleren af en toe te slikken
want rook prikkelt de maag. En stimuleert de darmen
en geeft een betere verdeling van de pijn:
de voorman met de cowboyhoed en ik,
wij vallen samen voor tabaksreclame.
Ik grijns en knijp mijn linkeroog stijf dicht
alsof het traant. Ik lijk op iemand anders;
terwijl ik zeg: ik zou mijn vingers willen branden
zet hij zijn cowboyhoed weer op. Contractverplichtingen.
Scène, in een tabakswinkel
Vanavond kreeg ik plotseling de geest. Die zegt:
je zult je vader moeten wreken. Zoek de man
bij wie hij sloffen sigaretten kocht
en knijp met blote handen hem de luchtpijp dicht.
Ik kom die winkel in. Daar staat mijn moeder
die net een praatje maakt. En dus verander ik van plan.
Ik onderbreek hen met een kunstig rokershoestje:
als hij zich schuldig voelt, dan weet ik niet meer zeker
wat nu het beste is. Hij kijkt mij giftig aan
en presenteert een sigaret. Die kunnen we niet afslaan.
Op mijn beurt dwing ik hem een pijp te roken:
de zaak staat blauw. De man grijpt naar zijn borstkas
en iedereen heeft het benauwd. Dit is een feestje:
zo dicht bij het succes ben ik nog nooit geweest.
Zelfportret met opgeraapte sigaret
Hier sta ik naast het huis. Ik heb geen vuur.
Dit is de waarheid in mijn mond. De sigaret
die ik gevonden heb. Ik ben gestopt met roken
omdat het wachten mij niet lang genoeg kan duren
maar als u overal die dingen neerlegt
ben ik uw man. Die nog moet worden aangestoken.
Dus komt u straks met vuur. Of zijn de lucifers
die ik in januari vond het teken
en wilt u dat ik alle troep laat liggen
en deze sigaret bewaar om op te steken
zodra ik pijn krijg op de borst, en mijn gedichten
niet langer nodig zijn. Ik kan de rook inslikken
want dat kalmeert de maag. Dan kan ik eindelijk
de laffe waarschuwing negeren en een roker zijn.
© Menno van der Beek; het tweeluik 'Marlboro man' werd niet eerder gepubliceerd, 'Scène in een tabakswinkel' is uit Kaddisj en 'Zelfportret met opgeraapte sigaret', licht gewijzigd, werd ook niet eerder gepubliceerd.

Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Dag Menno,
het rokersthema houd je wel bezig ('ach, kwestie van sublimatie', zou de oude heer Freud knorren). Wat mij betreft: ik prefereer het gedicht uit Kaddisj (en daarna het nieuwe 'Zelfportret').
Henk
Geplaatst door: Henk Knol | 7-7-08 om 16:25