Nieuwzuid (driemaandelijkse discursieve machine voor cultuurkritiek en amusement), inmiddels in de achtste jaargang, heeft een heus mission statement, dat zo inzet: "Nieuwzuid is een driemaandelijks tijdschrift voor cultuurkritiek en amusement. Het onderwerpt, nummer na nummer, courante discoursen in de literatuur en de cultuur maar ook daarbuiten aan kritische analyses. Het vraagt zich af of wat vanzelfsprekend lijkt te zijn, dat ook echt is. (En natuurlijk is het dat niet.) Nieuwzuid legt zich daarom vooral toe op het genre van het essay, in de ruimste zin van dat woord."
Dat een redactie die zich niet schaamt voor zoveel expres houterig geformuleerde onzin, nog interessante tijdschriftnummers kan maken, ligt aan de medewerkende auteurs – zij trekken zich gelukkig helemaal niets aan van die discursieve dissonanten.
Het onlangs verschenen 29e nummer van Nieuwzuid bevat twee zeer sterke bijdragen. In de eerste plaats: nagelaten verzen van Michel Bartosik, de begin dit jaar overleden dichter en docent, gevolgd door een in memoriam van Hans Vandevoorde. In zijn zeer persoonlijke stuk schrijft Vandevoorde:
Als criticus en docent had Michel Bartosik een fijne neus. Als een van de eersten onderkende hij het belang van Hamelink, op wie hij in 1978 aan de VUB promoveerde, en van Kees Ouwens, over wie hij les gaf, en als een van de eerste en weinige Vlamingen wijdde hij essays aan Gerrit Kouwenaar. Hij schreef liefdevol, tastend, voorzichtig over dichters die hij liefhad. Daarvan getuigen vooral de kronieken die hij de laatste jaren in de Poëziekrant schreef. Over Gezelle bijvoorbeeld: 'Wat de priester-dichter in de twee resterende meesterlijke en in mijn ogen ongeveinsd gealarmeerde strofen doet, is voor zijn doen (voor zover ik het als louter liefhebber kan overzien) behoorlijk uitzonderlijk.'
Over hemzelf echter heeft nauwelijks iemand op deze liefdevolle manier geschreven. Hij deed ook geen moeite om in de belangstelling te staan. Ik kende hem nauwelijks als mens en begon hem pas te leren kennen als collega, maar het beeld dat hij van zijn vader gaf in zijn gedichten – dat van een zachte, lieve man – was ook het beeld dat ik van hem had. Als elke dichter was hij overgevoelig voor onrecht en miskenning, waar hij die bespeurde. Hij meende dat de Universiteit als institutie zijn inzet niet genoeg waardeerde. Maar daarom gaf hij zich niet minder aan de studenten, die hij leerde lezen wat er stond. Hij analyseerde met hen onder meer 'Het lied der dwaze bijen' van Nijhoff, omdat de tocht van de bijen veel weg had van het dichten, het avontuurlijke zoeken naar het hogere. Dat reiken naar het onmogelijke, met als beloning de dreiging van het 'zwijgen' en 'het niets', is eigen aan elke authentieke dichter, en dus ook aan Michel Bartosik.
Te weinig bekend, onvoldoende gewaardeerd en te vroeg gestorven. We hebben zijn bescheidenheid te weinig attentie gegeven: als dichter, als docent, als mens. Zonder twijfel was hij onze beminnelijkste dichter, die echter door de dood te vroeg werd bemind.
Een van de nagelaten verzen van Bartosik uit Nieuwzuid heet 'Moeder probleemloos ondood':
Dat gehuurde bed lijkt je vanmorgen
vroeg te willen gaan passen, je
ligt voorbeeldig doodsstil
gekrompen, arm over de vederlichte oktober
deken open en bloot streelbaar, maar
meteen geschrokken schuw
terugdeinzend de doorluchte hand misschien
aanstotend die bij de arm hoort welke
je moeder probleemloos ondood
je offreert© [erven] Michel Bartosik
Daarnaast bevat Nieuwzuid 7 verzen van een van mijn favoriete dichters, Hendrik Carette. Met zijn toestemming nemen wij daarvan hier het gedicht 'Een dagdroom aan zee, hoog en droog op de dijk van Castricum' over.
Verder in Nieuwzuid: bijdragen van Arnoud van Adrichem, Danny Dobbelaere, Herlinde (sic) Vekemans, Philippe Beck, Jean-Michel Espitallier en Charles Pennequin; Jan H. Mysjkin zorgt voor vertalingen uit de hedendaagse Franse poëzie + inleiding.
Nieuwzuid #29, los nummer: €7,5; abonnement: €19; abonnement buiten België: €30. Meer info via e-mail >>
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties