De cijfers
Het CBS gaf vandaag een persbericht uit, waar ik drie passages uit naar voren haal:
Boekhandels hebben in 2007 opnieuw meer boeken, kranten en tijdschriften verkocht. Hoewel de internetverkopen toenemen, blijft de boekhandel met 55 procent marktaandeel nog steeds het belangrijkste verkoopkanaal voor boeken. Het aantal boekhandels neemt wel af. Tegenover de toegenomen verkopen staat echter een afnemend aantal uren dat de Nederlander per week boeken, kranten en tijdschriften leest.
Na twee moeilijke jaren is vanaf 2005 de omzet van boekhandels weer toegenomen. In 2007 hebben de boekenwinkels bijna 2,5 procent meer omgezet dan in het jaar ervoor. Zowel het aantal verkochte artikelen als de prijzen waren 1,2 procent hoger.
De hogere verkopen werden in steeds minder winkels gerealiseerd. Waren er in 2000 nog bijna 1.400 boekhandels, in 2006 was dit aantal gedaald tot ongeveer 1.100. Vooral kleine zelfstandige vestigingen verdwenen. Het aantal vestigingen van openbare bibliotheken is sinds 2000 ongeveer constant gebleven. De bibliotheken leenden wel minder boeken uit. Tussen 2000 en 2005 daalde het aantal uitgeleende boeken met ruim 15 procent. Sinds 2006 is er weer sprake van een kleine stijging, doordat er vooral meer jeugdboeken werden uitgeleend.
Dat klinkt redelijk, maar het betekent wel dat er in zes jaar tijd meer dan 21% van de boekhandels ('vooral kleine zelfstandige vestigingen') van de aardbodem is verdwenen. Zet die trend zich door, dan zijn er in 2012 nog zo'n 850 boekhandels over – en zo voorts, tot de Nederlandse boekenmarkt wordt gedomineerd door alleen ketenboekhandels. Een mooi moment om de vaste boekenprijs af te schaffen, maar dat is een terzijde.
Dat de omzet van de boekhandels 2,5% stijgt, bij een zo drastische daling van het aantal boekhandels; ik weet niet of dat nou echt heel gunstig is voor de boekenmarkt als geheel.
Romantisch intermezzo
Ach. En dan is het nu tijd voor een romantisch intermezzo. Ooit, lang geleden, toen ik in Nijmegen ging studeren, probeerde ik klant te worden bij Boekhandel Ten Hoet, een zeer oude firma van naam en faam. Mijn eerste betreding van het winkelparket werd opgemerkt door de eigenaar, een rijzige man met een adelaarsblik en de houding van iemand die tijdens het maken van een birdie ruw uit zijn concentratie wordt gehaald.
Of de jongeheer soms een bepaalde wens had. Nee, eigenlijk niet. De jongeheer zou graag eens door de prachtige winkel rondlopen, het aanbod – na zijn ervaringen met de minder gesorteerde boekhandels in zijn geboortestreek – als het ware genietend en proevend tot zich nemend.
Dat was geen enkel bezwaar. Zei de man. Maar ik kón gewoonweg niet rustig rondkijken, daarvoor was de eigenaar te aanwezig. Hij liep onopvallend rond, nu eens halt houdend bij de poëzie, dan weer bij de letter Z van de Nederlandse romans. Hij vertrouwde het niet, met die jonge student.
Om de situatie niet al te zeer op de spits te drijven, kocht ik voor het verlaten van de zaak een prisma-pocket, iets van Dickens, een boek dat de man aannam alsof het door mij met pestbacillen was besmet.
Van romantisch naar rovershol
Voor mijn gemoedsrust, en ook voor de gezelligheid, werd ik klant bij de Oude Mol, voorheen een linkse boekhandel die het literaire vaarwater had gevonden. Anders dan bij Ten Hoet werd je er niet voortdurend op de vingers gekeken – met als treurig resultaat dat de halve winkelvoorraad onder linkse jassen en in linkse tassen door (ex-)linkse klanten naar buiten werd gedragen.
Maar de winkel voldeed, zeker toen hij onder heerschappij kwam te staan van Casper Ablij (directeur) en Berry Schmeitz (adjunct en enig personeelslid) en er van die anti-diefstalpoortjes werden geplaatst. Zij wisten de winkel binnen een jaar na aantreden om te toveren tot een baken voor het jonge, naar letteren hakende hart van, nu ja, van mij.
Nog weer jaren later mocht ik zelf, eerst als invaller en later als vaste kracht, werken onder Casper Ablij. En kwam ik te weten dat hij zijn toen bijna 45 jaar omspannende loopbaan ooit was begonnen bij... Ten Hoet.
De grijze man met de adelaarsblik en de gehinderde houding had zijn winkel gesloten en was inmiddels klant bij Ablij. Hij kwam af en toe op bezoek, – een en al conservatieve jovialiteit, bleek mij toen. (Mij was de afstandelijkheid van vroeger liever.)
Terug naar de cijfers
Het aantal boekhandels daalt. De omzet stijgt, maar wordt gemaakt met minder titels. De romantische, ouderwetse boekhandel (zoals de Oude Mol) is verdwenen (na het faillisement in 1994). Soms wordt er wel eens gemijmerd, over deze of gene, over de boekhandels van weleer.
En inderdaad, Nederland wordt op dit moment overwoekerd door ketenboekhandels die niet van elkaar te onderscheiden zijn waar het aanbod en uitstraling betreft. In de strijd met de online verkoop zullen er nog meer winkels, en niet de grijze, verdwijnen.
Het CBS luidt ook de noodklok over de zogenaamde 'ontlezing': 'Waar de Nederlander in 1975 nog 6 uur per week in gedrukte media als boeken, kranten en tijdschriften las, daalde dit aantal in 1990 tot 5 uur en in 2005 zelfs tot minder dan 4 uur per week. Hoewel boeken ook minder worden gelezen, is de daling bij kranten en tijdschriften het grootst.'
Hoe vreemd: almaar meer verkochte titels, en almaar minder leesuren. Dat kan alleen maar komen omdat mensen die boeken kopen als die van Sonja Bakker, Saskia Noort, Kluun of Simone van der Vlugt die boeken in minder tijd uit hebben dan de boeken die 'vroeger' geschreven werden.
Of zou die 'ontlezing' een hoax zijn? Wordt er bijvoorbeeld meer tijd online gelezen dan offline, wat het aantal leesuren wellicht weer omhoog stuwt?
Joost Baars schrijft vandaag op zijn weblog: 'De Ontlezing Van De Jeugd, Ook Ik Heb Er Een Mening Over, beloofde ik u al aan het begin van dit stuk. Die ontlezing vindt wat mij betreft plaats in het onderwijs, bij de leraren. Die stoppen met lezen. En dus stoppen hun leerlingen ook. Literatuur lezen betekent ondermeer dat je jezelf relateert aan het boek dat je leest. Hoe verder onze tijd van die van de Grote Drie af staat, hoe meer leeservaring je moet hebben om dat te kunnen. En literatuuronderwijs gaat natuurlijk over onervaren lezers.'
Hopelijk bedoelt Baars daarmee niet dat je jonge lezers maar literatuur light moet laten lezen, omdat ze nu eenmaal geen andere boeken kunnen begrijpen, maar bedoelt hij dat je de jonge lezers leeservaring moet bieden. Het staat er niet, maar ik hoop het wel.
Wellicht loopt het voor de lezende mens dan allemaal nog mee. Maar of de boekhandel die mooie toekomst ongeschonden gaat bereiken? Ik vrees het ergste.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Baars hier. Ik hoop op mijn beurt dat Breukers Verhelst niet als "literatuur light" ziet. Voor de rest zou ik graag een radicale middenpositie willen innemen door te constateren dat de Grote Drie/Vier in zekere zin literatuur light zijn, namelijk in de zin dat de mogelijke leeservaring - die inderdaad van cruciaal belang is - die je met die schrijvers hebt uitvoerig is gedocumenteerd en daarmee uitvoerig kan worden voorgeschreven. Dat heeft echter m.i. niets met lezen te maken, omdat lezen inhoudt: ontdekken, je weg vinden, desnoods opnieuw het wiel uitvinden. Literatuuronderwijs zou zich moeten richten op het lezen zelf, niet op wat er gelezen wordt. Natuurlijk bedoel ik daarmee niet dat er slechte boeken moeten worden gelezen, integendeel. Maar ik noem bewust geen boeken die wel moeten worden gelezen: voor je het weet heb je weer een leeslijst en hoeven de leerlingen niet meer zelf op zoek.
Geplaatst door: Joost Baars | 17-3-08 om 23:17
Meneer Gerritsen van Ten Hoet! Op de tussenverdieping hield hij kantoor, met een enorm bureau waar hij soms achter zat. Bij de anecdote dat sommige boekhandelaren bij een bezoek van Geert van Oorschot zich verstopten onder hun bureau moet ik altijd aan hém denken.
Geplaatst door: Fokas Holthuis | 17-3-08 om 23:59
@ Joost: Welnee, ik bij 'literatuur light' denk ik aan andere schrijvers, die ik hier maar ongenoemd laat.
Voor de rest ben ik het – roerend – met je eens.
@ Fokas: precies, die meneer ja. Een wonderlijk persoon. Zijn prachtige pand had hij later verhuurd aan een kledingzaak, waarover hij wel kloeg – maar dan wel alleen maar tot hij bij de bank was.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 18-3-08 om 0:00