Limbugs Literatuut Lexicon: enige bedenkingen
Het is niet gemakkelijk om een Limburgse schrijver te zijn. Er is altijd wel wat.
Jan Hanlo was pedofiel en reed zich op zijn motor te pletter. Pierre Kemp was bijna blind. Hans van de Waarsenburg is in Brabant geboren. Wiel Kusters heeft onlangs Maria-verschijningen gehad, maar dat wil de Kerk niet in de openbaarheid hebben. Frits Criens houdt occulte bijeenkomsten in het Leudal. Huub Beurskens is gemaakt van twee in 1950 op Tegelen neergestorte brokstukken van Pluto. Manuel Kneepkens heeft in de gemeenteraad gezeten. Twaalf jaar. In Rotterdam. Frans Budé en Emma Crebolder wonen ónder de Pietersberg. Ik bedoel maar, die mensen zien áf.
Onlangs heeft Adri Gorissen, werkzaam bij mijn favoriete krant de Limburger, het bestaan van álle Limburgse auteurs voorgoed vastgelegd in een groot, ons als objectief verkocht werk, het Limburgs Literair Lexicon geheten. Laat ik beginnen met hem te prijzen. Het boek vormt een hoorn des overvloeds waar het gegevens over allerlei Limburgse of in Limburg wonende of in Limburg gewoond hebbende auteurs betreft. Ik heb er al avonden in zitten te lezen. Geboeid.
Daarnaast wil ik mijzelf enige ruimte gunnen voor kritiek. (Kritiek, waar men in Limburg niet zo dol op is. Mensen die zich in de landstreek tussen Mook en Eijsden ergens kritisch over uitlaten, worden al snel voor charlatan versleten. Dat is een vreemde eigenschap van Limburgers, een eigenschap die, na een zeer lange, Darwinistische selectie een ingesleten onhebbelijkheid is gaan vormen van deze verder zo joviale mensensoort. Dit, uiteraard, terzijde.) Nogmaals: geen kritiek op de prestatie die Gorissen heeft geleverd. Eerder: kritiek op de keuzes die de lexiconschrijver Gorissen heeft gemaakt.
Laat ik beginnen met een persoonlijke noot. Mijn nationaliteit is de Nederlandse, maar ik voel me Limburger. Ik ben in Limburg geboren en heb er tot mijn achttiende gewoond. Helaas is die splitsing niet helemaal probleem-vrij. Mijn relatie tot Limburg is er een van haat-liefde, en de nadruk is pas sinds een paar jaar op de liefde komen te liggen, wat niet wil zeggen dat de haat is gedoofd, integendeel. Ik hoef de grens van Limburg, ergens voorbij Eindhoven, maar te passeren of ik merk: 'Ik ben weer thuis. Weer in de provincie waar de kerk in het midden staat. Waar de mensen, oprecht en tevree, hun dagen slijten in een kalme, een mens astma bezorgende regelmaat.'
Ooit, eind jaren '80 begin jaren '90, was ik zelf een Limburgse auteur, vanwege mijn afkomst. Op een gegeven moment werd ik nergens meer voor uitgenodigd en door sommige radiomakers en krantenauteurs met dédain behandeld. Ik was Limburgse auteur af. Vreemd, maar een mens leeft voort en heeft wel wat beters te doen – al stak en steekt het wel. Het is moeilijk voor te stellen dat je het ene jaar wel ergens bij hoort en het andere jaar niet meer. Zomaar. Omdat het nu eenmaal zo is.
Bij het lezen van het lexicon speelt dit voor mij allemaal een rol. Maar toch zal ik deze beschouwing nu voorzichtig ergens anders heen duwen, richting minder persoonlijke overwegingen.
Het Limburgs Literair Lexicon is, het woord lexicon indachtig, een alfabetische geordend werk, bevattende informatie over Limburgse auteurs. Dat begrip 'Limburgse auteur' is problematisch. Wat wanneer ben je, als auteur, Limburgs? Als je in Limburg bent geboren? Als je in Limburg woont, hebt gewoond of bent gestorven? Als je een keer een fietsvakantie richting Limburg hebt ondernomen? Als je in het dialect schrijft, en niet in het ABN?
Mij dunkt dat alleen de laatstgenoemde categorie aanspraak kan maken op de term 'Limburgse auteur'. Maar Gorissen neemt het begrip ruimer, uiteraard, want anders had zijn lexicon nooit 432 pagina's hebben omvat. Gorissen: 'Het Limburgs Literuur Lexicon is een naslagwerk dat bestaat uit ruim driehonderd lemma's. Het belicht leven en werk van Limburgse of uit de provincie afkomstige auteurs en van schrijvers die in Limburg wonen en de streek als decor van hun werk gebruiken. (...) Het criterium "Limburgs" is strikt gehanteerd, elke schrijver die in Limburg is geboren wordt vermeld, zelfs wanneer hij al tijdens zijn tweede levensjaar met zijn ouders is verhuisd en vervolgens in zijn werk met geen woord over de provincie rept.'
Hiermee gaat Gorissen voor een ouderwetse, mij zeker aansprekende volledigheid. Ik ben dol op boeken waar alles in staat, waarin ik iets kan vinden over de vergeten auteur Edmond Nicolas én Pierre Kemp, over (dialect)auteur Paul Weelen en de curieuze figuur Salvador Hertog, over Marie Koenen én Neel Doff. Dergelijke boeken bevestigen mijn stille wens dat álles wat je over één onderwerp kunt weten in een boek te vatten is. Een besef dat teruggrijpt op de manier waarop een kind kan lezen: helemaal opgaand in zijn lectuur, de wereld om zich heen vergetend.
Toch maak ik een paar kanttekeningen bij de keuzes die hij heeft gemaakt. Want ook al is volledigheid zijn streven, binnen die volledigheid heeft de auteur een aantal verrassende keuzes gemaakt. De ruime aandacht die je aan sommige randfiguren (Hanneke Eggels, Koos van den Kerkhof, Ben van Melick en Peter Winkels; in alfabetische volgorde, en de lijst is niet compleet) besteedt, is op zijn minst merkwaardig te noemen. Vooral als je bedenkt dat dichters en schrijvers als Frans Budé, Peter Heringa (H.G. Liebentrau), Paul Hermans en Oscar Timmers (in alfabetische volgorde, en de lijst is eveneens niet compleet) net zo veel of minder kolomruimte krijgen toebedeeld.
Hanneke Eggels, iemand die er een gewoonte van maakt om met rechtszaken te dreigen als je iets over haar beweert, iets dat waar is, bedoel ik. Koos van den Kerkhof, die, nu ja, van de bijna-mortuis nil nisi bonum. Ben van Melick, de man die een dik maar leugenachtig werk over 'de' Limburgse poëzie heeft geschreven en die zich alleen maar tot enthousiasme weet op te werken als het over Pé Hawinkels of over 'erkende' uitgeverijen gaat. Peter Winkels, de man wiens ego een even groot soortelijk gewicht heeft als dat van een zwart gat, een man die zijn eigen gedichten uitvent alsof er een nieuwe Leopold is opgestaan, wat, wellicht ten overvloede, niet waar is....
Door deze figuren als dichters en/of letterkundigen te positioneren, doe je de 'Limburgse letteren' meer kwaad dan goed, denk ik. Volgens mij zijn de 'Limburgse letteren' alleen gebaat bij 'aansluiting' met de Nederlandse letteren. (Dit gaat niet op voor de dialectauteurs, uiteraard.) Zonder die aansluiting blijft er niets over, – of nog verder gaand: zonder die aansluiting is er alleen spraken van 'Limburgs' en 'Lexicon' en niet van 'Literatuur'. Het is de lexiconschrijver die deze keuzes maakt en die, door de organisatie en de onderverdeling van het materiaal dat hem ter beschikking stond, bepaalt welk verhaal zijn boek vertelt.
En Gorissen vertelt dus het verhaal waarin de genoemde mensen op één lijn staan met Hans Berghuis, Jos Versteegen, Paul Hermans, Hans Dekkers en Frits Criens. Hij vertelt daarnaast een verhaal waarin Huub Beurskens, Wiel Kusters, Cyrille Offermans, Connie Palmen, Ger Thijs en Ton van Reen de grootste levende Limburgse auteurs zijn. Kusters en Van Reen: uiteraard. Maar Beurskens, Offermans, Palmen en Thijs? Wat krijgen wij nu? Palmen is een beroemde schrijfster van meisjesboeken. Beurskens, Offermans en Thijs – ze hebben heel veel papier gevuld met tekst, maar die teksten meteen tot literatuur bombarderen? Dan heb je als lexiconschrijver de kans op kritische reflectie laten lopen.
Gorissen heeft – helaas – niet gekozen voor een royale weergave van het meest waardevolle dat de Limburgse literatuur te bieden heeft. Hij heeft een boek gemaakt waarin Nederlandstalige auteurs die een band hebben met Limburg staan, én auteurs die in Limburg wonen en die zich opdringen aan de literatuur, zonder zelf literatuur te schrijven. Gorissen streeft naar volledigheid, zal hij tegenwerpen. Hij zegt in zijn inleiding zelfs: ‘Voor veel van de schrijvers zal het de eerste en de laatste keer zijn dat ze in een lexicon komen.’ Zeker. Maar!
De Limburgse letteren, door Gorissen in lexiconvorm vastgelegd, worden meer bepaald en gedirigeerd door het soort margefiguren waarvan ik hierboven een paar voorbeelden noemde dan door 'echte' schrijvers. Die margefiguren draaien rond in een eigen kringetje, waar ze elkaar hevig bewieroken. Dat is ongezond voor het literaire 'klimaat', maar bepaalt het wel. En Gorissen sanctioneert dat ongezonde klimaat, door de vertegenwoordigers ervan veel ruimte te bieden. Hij had ze wellicht kunnen opnemen, maar hij had ze niet moeten uitvergroten tot ‘auteur’; want dat zijn ze niet.
Gorissen had de ramen open kunnen gooien. Hij had kunnen zorgen voor frisse lucht. Hij had een wat ruimere blik op de Limburgse letteren kunnen bieden. Jammer genoeg heeft hij deze gelegenheid, buigend voor de mensen die de letteren eerder versjteren dan dienen, voorbij laten gaan. Nogmaals: het is een lovenswaardige boek. Maar het schiet op een paar essentiële punten tekort. Het grote aantal (typ)fouten bedek ik dan nog met de mantel der liefde, op deze dag.
Limburg Literatuur Lexicon, Adri Gorissen, Stichting Historische Reeks Maastricht, 2008
© Chrétien Breukers, Valentijnsdag 2008
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Limburg en zijn verkrampte en overgesubsidieerde cultuurdragers: nog bekrompener dan de Nederlandse. Gelukkig zal het de eerste provincie zijn die volledig zal worden opgeslokt door een Verenigd Europa, en het kleinzielige De Limburger zal het slachtoffer worden van een gecentraliseerde pers. Globalisering heeft zo ook zijn voordelen. Hulde!
Geplaatst door: Der Peter | 8-7-08 om 13:45
noob achtig
Geplaatst door: | 14-7-08 om 9:53
Voor Sef Derkx, regionaal cultuurkenner van het Limburgs Museum in Venlo, is de krant een cultureel erfgoed, dat desnoods met subsidie in leven gehouden moet worden.
http://www.limburger.nl/article/20080322/REGIONIEUWS01/240688666/1001
Hou op, ik kom niet meer bij!... :)
Geplaatst door: Der Peter | 16-7-08 om 13:07