Toespraak bij het overhandigen van het eerste exemplaar van de dichtbundel Vrouwen & Rotterdammers aan burgemeester Ivo Opstelten in Boekhandel Snoek, 8 Februari 2008
Burgemeester, Beste Ivo,
Zo meteen ga ik je het eerste exemplaar van mijn nieuwste dichtbundel Vrouwen & Rotterdammers overhandigen, uitgekomen bij uitgeverij Douane.
Arie van der Ent, de dynamische directeur van deze enthousiaste nieuwe Rotterdamse uitgeverij, vroeg mij of ik mijn Rotterdamse gedichten niet eens wilde bundelen, liefst alfabetisch. En dat heb ik toen gedaan.
Vervolgens kreeg ik de smaak goed te pakken en heb ook mijn 'vrouwengedichten' alfabetisch gebundeld. Zo is het gegaan.
Bij dezen wil ik Arie bedanken, en tevens de twee dames die mij terzijde hebben gestaan, Astrid Koelemeijer als redactrice en Barbara Pella als vormgeefster. Zonder hen was het nooit zo’n ‘prachtbundel’ geworden.
Dat ik jou, Ivo Opstelten, het eerste exemplaar overhandig, ligt voor de hand. Jij bént immers de burgemeester van alle Rotterdammers. Zo heb je jezelf betiteld , en zo heb je ook de afgelopen jaren gehandeld. Zijn er nog Rotterdamse babietjes die je niet gekust hebt, oudjes waarmee je niet hebt gedanst? Nou dan!
Jij was en bent inderdaad de burgervader van alle Rotterdammers, dus je affiniteit met de tweede helft van mijn bundel zit wel goed!
Maar hoe zit met Ivo Opstelten en…de vrouwen? Daar is heel wat minder over bekend Daarover lees ik zelfs alarmerende berichten in de krant.
Je vrouw en vier (!) dochters vormen een 'ijzeren ring' rondom je, zo heb ik moeten lezen. Jij zou op hun instigatie slecht sporadisch of zelfs helemaal niet meer drinken. Een burgemeester van Rotterdam die niet drinkt! Dat heeft Rotterdam in het verleden toch bepaald wel eens anders meegemaakt.
Daarom is het goed dat het andere deel van mijn bundel 'Vrouwen' heet. Lees het je vrouw en je dochters voor, dan komt het allemaal vast weer goed. Dronken van de poëzie daar kan het thuisfront toch niet tegen zijn?
En wat het overhandigen betreft …driemaal is scheepsrecht. Zeker in de havenstad Rotterdam. Je hebt een paar jaar geleden mijn dichtbundel het Dolfijnenkostuum al eens in ontvangst genomen, en anderhalf jaar geleden De Lustgouverneur, ook hier in boekhandel Snoek. En nu dan Vrouwen en Rotterdammers.
Een vierde keer zit er niet in , want jij gaat met pensioen binnen een jaar, en wat mij betreft: binnen een jaar een nieuwe dichtbundel schrijven, dat is me nog nooit gelukt.
Zelf ben ik nu al een jaar met pensioen. Ik ben zogezegd een ervaringsdeskundige wat pensionering betreft. Laat ik je een tip geven op een vraag die naar mij gebleken is de Rotterdammers strijk en zet aan oud-politici stellen: 'Meneer Kneepkens, bent u niet in een zwart gat gevallen, nu u uit de politiek bent?' Waarop ik dan antwoord: 'Nee, hoor, eindelijk kan ik mij geheel en al aan het schrijven en tekenen wijden. Ik mis de politiek niet.'
Burgemeester, zij gaan u die vraag ook stellen. Ivo, prepareer je daar maar op. Want je zult dan geneigd zijn te zeggen: 'Welnee, ik val helemaal niet in een zwart gat. Ik ga voor landelijk voorzitter van de VVD!' Waarop die Rotterdammers dan zullen zeggen: 'Maar burgemeester dat bedoelen we nou, landelijk voorzitter van de VVD… dan valt u toch juist in een zwart gat!'
Ivo, een gewaarschuwd man telt voor twee!
Burgemeester , op een heikel punt mis ik de politiek wel degelijk. Er is een zaak die ik onafgewerkt op de Coolsingel heb moeten achterlaten. Een serieus te nemen zaak. Een zaak betreffende de verhouding haven en stad. Toen de gemeenteraad debatteerde over de verzelfstandiging van het havenbedrijf, heb ik in mijn toespraak tot de gemeenteraad het volgende gezegd: 'Haven en stad gaan nu ook mentaal uit elkaar, fysiek was dat allang gebeurd. En ik vroeg het Havenbedrijf het woord van Mahatma Gandhi tot de Engelsen gedachtig te zijn: “Het gaat er niet om dat onze wegen scheiden, dat moet, dat kan niet anders, maar het gaat er om dat wij uit elkaar gaan als vrienden.”'
En daarom, zei ik, toen: 'Havenbedrijf, nu jullie van ons weg gaan,doe dat dan als vrienden, laat een afscheidscadeau achter in de stad!'
Vervolgens overspeelde ik mijn hand . Ik kon mijn linksheid weer eens niet onderdrukken. 'Schenk ons, o, Havenbobo’s,' zei ik : 'een beeld van de “Onbekende havenarbeider" over wiens rug het allemaal verdiend is.'
Nou dat stopte de toenmalige Havenwethouder van Sluijs natuurlijk meteen af. Maar in de pauze kwam havendirecteur Willem Scholten naar mij toe en zei: 'Manuel, je hebt eigenlijk wel gelijk. Dat van die "Onbekende havenarbeider", dat vind ik onzin. Maar het zou inderdaad goed zijn als wij ten afscheid een beeld van de onderlinge verbondenheid van haven & stad achterlaten. Als je wat weet, kom er dan mee langs.'
Benaderde mij een maand later de beeldende kunstenaar Toine Horvers! Die wilde een reusachtig bord plaatsen op de Binnenrotte ter hoogte van Station Blaak met een soort lichtkrant erop in fraaie jaren dertig-letters. Waarop steeds aangeven zou staan welk schip onze haven binnenkomt en welk er uit weg vaart. Onder welke vlag, onder welke kapitein, met welk tonnage et cetera. Zo’n elektronisch gebeuren bevindt zich in het klein al in het Havengebouw.
Eureka!
Ik maakte onmiddellijk een afspraak met Willem Scholten. Op een warme Julidag zaten we bij hem op kantoor. Horvers legde het plan voor. Er werd een technisch iemand bijgehaald om over de uitvoerbaarheid te spreken. Het plan kon inderdaad gemakkelijk worden uitgevoerd.
'Wat moest het kosten?' 'Honderduizend euro.' 'O, dat is peanuts. Dat hoesten wij bij het Havenbedrijf zo op!' Willem Scholten stond op en reikte ons plechtig de hand. Een genteman’s agreement was geboren
Helaas, die augustusmaand daarna onstond het Havenschandaal. En Willem Scholten verdween van het toneel. De volgende keer dat Toine Horvers langskwam, werd hem verteld dat het einde oefening was, want… er stond niets op papier.
Burgemeester, deze ellende heb ik in de bundel verwerkt onder de O in het gedicht 'Onbekende havenarbeider', wat eindigt met de strofe:
Zeg , heren havenbobo’s
dat afscheidscadeau van jullie aan de stad Rotterdam
Dat standbeeld voor de onbekende havenarbeider
over wiens rug het allemaal verdiend is..
komt daar nog wat van?
Want burgemeester: een gentleman’s agreement is een gentleman’s agreement! En telt! Zeker in de haven. U als burgemeester van een havenstad en onbetwist gentleman weet dat.
U begrijpt waar ik naar toe wil. Zou u uw invloed als burgemeester en gentleman eens aan willen wenden, opdat het Havenbedrijf eindelijk met dat beloofde beeld, dat haven & stad met elkaar verbindt, voor de dag komt?
Mooi!
Dan hebben we nu dus een nieuw gentleman´s agreement en overhandig ik u nu met des te groter vreugde Vrouwen en Rotterdammers.
Manuel Kneepkens
Naschrift
De burgemeester meldde in zijn antwoord op mijn toespraak dat óók hij groot voorstander van een beeld dat in Rotterdam de bijzondere verbondenheid tussen haven en stad markant aangeeft. Hij beloofde het Havenbedrijf op het gentleman´s agreement daaromtrent aan te spreken. Hij meende zelfs al bespeurd te hebben dat het Havenbedrijf op zijn dwaalwegen in dezen aan het terugkomen is… Waarvan akte.
© Manuel Kneepkens, 8 februari 2008
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Mooie woorden! Zo'n lichtkrant van Toine Horvers, die moet er komen!
Geplaatst door: Samuel Vriezen | 12-2-08 om 19:20