Goede voornemens. Meestal sla ik ze over, maar dit jaar heb ik er in elk geval één: ik ga veel aardiger doen in bundelrecensies. Ik bedoel, het is belachelijk hoe sommige mensen soms tekeer kunnen gaan als het de producten van goedwillende dichters met een lange staat van dienst betreft, dichters als Remco Ekkers. De man die recensies over de bundel van zijn uitgever, en anderen, in de Leeuwarder Courant schrijft. Die redacteur is van de Poëziekrant en interviews vervaardigt die een mens goosebumps bezorgen. Daar ging het niet over. Het ging erover dat ik niet aardig ben geweest tegen die dichter, recensent en redacteur. En dat ik dat nu ga goedmaken.
Remco Ekkers heeft eind vorig jaar een nieuwe bundel gepubliceerd onder de levenslustige titel Opgewekte & nuttige gedichten. Op de voorkant een fijne foto van een slak, zo'n heerlijk beest dat zich kenbaar maakt via een slakkenspoor, oftewel een streep kwijl. Op het achterplat de dichter, de rechterhand als overkapping op het voorhoofd, een verrekijker om de nek, in een lichtblauw – zo te zien net gestreken – overhemd gehuld. Op de achtergrond, dienend ter bevestiging van des dichters diepzinnigheid, de zee – die poëtische hoeveelheid almaar af- en aanrollend zout water. Het boekje is wat de kleur betreft prettig-rood en het ligt fijn in de hand.
De bundel is opgedeeld in drie afdelingen, bevattende 15, 15 en 14 verzen. De eerste afdeling heet I, de tweede II en de derde, nu ja, III. Afdeling I bevat allemaal verzen waarvan de titel met 'Hoe' begint: van 'Hoe je verder moet' en 'Hoe je moet klaarkomen' tot 'Hoe je een bloedfeest viert'. Ik citeer de eerste regels: 'Stap opgewekt voort / al weet je niet zeker / waar naar toe. Vooruit // over het glimmende asfalt / tussen de kale bomen / hoofd scheef, wuivend / naar het huis / dat al is verdwenen / en straks vergeten.' Ja, kijk. Ook al weet je niet zeker waar naar toe, voort, over asfalt en tussen de bomen – naar een verdwenen, straks vergeten huis. Bestemd en onbestemd tegelijk. Geheimzinnig. Fata morgana. Dat is het woord.
Het gedicht gaat verder: 'Je zet een voet vooruit / en dan een andere. / Je kijkt niet naar de spiegeling / in de plassen, het beeld / van de takken waar je / tussen hangt, pats! / in het water.' Dat is toch wel lollig, zo'n alwetende dichter die niet kijkt in wat hij toch weet, en dan die tak, enfin, we weten het allemaal nog goed. Ekkers heeft nóg zo'n tak, van twee regels, als afsluiter: 'Zo kom je verder / weg van wat is geweest.' Wat blijft komt nooit terug. Weg, verdwenen. The old home town looks the same / as I step down from the train, / and there to meet me is my Mama and Papa. Ekkers kent het arsenaal en heeft er, voor dit gedicht, flink uit gejut. Het maakt niet uit, hoor, want aan een boom zó volgeladen, mist men een, twee vondsten niet.
In afdeling II staat een gedicht dat 'Fata morgana' heet. Het begint zo: 'Het mooiste gedicht heb ik vannacht / niet geschreven, in het duister / gebogen over wit gelinieerd.' Vleugje Kopland-light. 'De blauwe letters leken krachtig / geschreven in een vreemd handschrift / elk woord stond stevig op zijn plaats.' Niet geschreven. Wel in krachtige blauwe letters aanwezig. Snuifje Achterberg of Büch. 'Ik begon te besluiten wakker te worden' – een vleugje grammaticale hopsasa – 'papier en potlood te pakken, schrijven / stelde dat nog even uit.' Ik begon te besluiten schrijven? Maar stelde dat nog even uit? Vreemde constructies. Vleugje superpositie. 'Toen hebben mijn hersengolven / mij bedrogen: de woorden zouden al / ergens staan – ik viel terug in slaap. // Vanmorgen probeerde ik gejaagd / het gedicht weer op te bouwen / maar geen woord kwam terug uit de nacht.'
'De woorden zouden al ergens staan'. Mooier kan Ekkers zijn eigen bundel niet samenvatten. Zijn gedichten zijn samenvattingen van andermans poëzie: 'Er valt iets in het water / en de rimpeling ben ik' ('Bewustzijn', openingsgedicht afdeling III). Ekkers heeft ontegenzeglijk veel gelezen en veel in zich opgenomen. En dat is een goede zaak, al levert het noch bijster opgewekte, noch nuttige gedichten op. Zoals gezegd ben ik echter vervuld van minstens één goed voornemen: aardiger zijn. En daarom besluit ik deze recensie met mijn alleraardigste conclusie, dat Ekkers' gedichten weliswaar poëzie bevatten, maar dat ik zo langzamerhand benieuwd ben of hij geen krachtiger register te bespelen heeft. Door deze bundel kruipt de slak, terwijl Ekkers beschikt over de taal (in 'Hoe je wraak moet nemen') die deze regels mogelijk maakt:
En je weet dat je alles hebt gezien
dat je het niet meer kunt ontveinzen.
Je ziet ook dat je je eindelijk
moet verzetten, hem neer moet slaan.
Remco Ekkers, Opgewekte & nuttige gedichten, Uitgeverij kleine Uil, 2007, 978 90 7748 751 8
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties