Op 31 januari is het Gedichtendag. Mark Boog levert de traditionele 'Gedichtendagbundel'. Een jaarlijks verschijnend boekje met tien nieuwe verzen van een bekende dichter dat voor maar €2,50 in de winkel ligt. Boogs bundel heet Alle dagen zijn van liefde.
CB: Hoe was het, om in opdracht een bundel te vervaardigen?
MB: Dat was nauwelijks anders dan zonder opdracht een bundel vervaardigen, want ik had niet de verplichting om me aan het thema te houden. Het enige verschil met 'gewoon' schrijven is dan de deadline, en deadlines doen me in het algemeen juist goed - ze bestrijden de lamlendigheid effectiever dan ik dat zelf kan.
CB: Je bent iemand die flink doordicht, maar misschien is het idee dat een zo groot publiek kennis neemt van je werk een belemmering?
MB: Het valt wel mee hoor, met dat doordichten. Ik doe heel rustig aan. Bovendien, wat moet je anders? Het grote publiek was geen belemmering. Het is te abstract om over schouders te kijken. Wel kan het een overweging zijn. Het zou misschien geen goed idee geweest zijn om met mijn meest hermetische
verzen ooit te komen. Aan de andere kant: waarom niet?
CB: Voor de opening van Gedichtendag begeef je je zelfs op Second Life, samen met – uiteraard – Ilja Leonard Pfeijffer. Why?
MB: Ach, waarom niet? Zo kom ik daar ook nog eens. Uit mezelf was ik er nooit heen gegaan. Bovendien wordt de muziek van de cd bij mijn laatste boek gebruikt bij mijn 'optreden' in Second Life, en ik wil graag dat die gehoord wordt. Ik denk wel dat het hierbij blijft, want als Second Life, zo is mijn First Impression, twee dingen is, dan traag en saai. (Maar meer dan een eerste indruk is het niet, dat moet ik toegeven, want ik heb de besturing van mijn 'avatar', ook wel 'poppetje' genoemd, meteen overgedragen aan mensen die er verstand van hebben. Ik heb er maar een uurtje zelf doorgebracht en daarin ongeveer niets gedaan.)
CB: Mogen wij een gedicht inzien, alvast?
MB: Bijgesloten het vierde gedicht uit de reeks, dat op deze manier weliswaar de context van de reeks moet missen.
4. De trein is een lange regel...
De trein is een lange regel die zijn rijm
zoekt te ontwijken, die zich proza waant
of zelfs een trein. Maar de velden liggen
in verwondering uiteen, de onverschilligheid
geketend aan hun oppervlak, de lucht
een wijd en blauw verlangen, bijna opgegeven,
elk voorbijgesneld station een verbaasd kind.
Aan het einde wacht het punt. Het ongeloof,
loerend op een kans om groter terug te keren,
zit zich op zijn plastic kuipstoel te verbijten,
vervloekt het achteloze razen, mompelt,
raadpleegt de tabellen in zijn winderige hoofd.
© Mark Boog, 2007
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Reacties