Lianne Sasja van Kalken is 17 jaar. Ze debuteert met de bundel BAR. Haar website vermeldt allerlei wetenswaardigheden, zoals: 'Voor de mensen die mij kennen zal het begrip "stapeltje" hen niet vreemd in de oren klinken.' Een ongrammaticale zin is een ongrammaticale zin, ook als je 17 bent.
Haar uitgever lanceert haar zo: 'Ze oogt lief, met dat blonde haar. En als ze je aankijkt met die grote blauwe ogen, zou je er haast in verdrinken. Onschuldig? Vast wel. Maar ook een beetje stout. Ze is de runner-up voor de generatie van Marlies Dekkers en Heleen van Royen. Met haar 17 jaar is ze de jongste poëzie-debutante van Nederland: Lianne Sasja van Kalken.'
Wat een... afschuwelijk uitgeverij, die zoiets over een debutant de wereld ingooit. Het arme kind is ook nog eens 'begeleid' door Daniël Dee en Benne van der Velde, door de lamme en de blinde (uit de bijbel) dus. Kortom: hoe helpt men een carrière naar de bliksem, voordat die is begonnen? Zo.
Daar kan Van Kalken niet veel aan doen (al hád ze van deze smoezelige aandacht kunnen afzien), maar ze zit er wel mooi mee opgescheept. We moeten zacht zijn voor debutanten en hun werk met aandacht en liefde lezen. Zeker als de debutant zo jong is. Daarom citeer ik het eerste gedicht:
Spelregels
één: wees maar zacht
twee: dat is genoeg
Een notitie. Niet onaardig. Weliswaar vult regel 2 regel 1 áán, en is het dus eerder regel 1-b, maar dat is een détail. Meer kan ik over dit gedicht niet opmerken. Door naar het tweede dan:
Even Gent
in mijn witte ziekenhuisbed
spierwit ijswit
met rode vlekken
en dan te bedenken
ik wil
jou
ijswitte hemd zo mooi
bij jouw glimmend haar
hield je ook even van mij
met mijn vuurrode wangen?
kotsen
moet ik
de wielen draaien
alles draait zelfs in Gent
en sleurt me
zomaar even mee
We komen al iets meer te weten. Dit gedicht bewijst dat ze kan bouwen, maar dat ze nog veel te weinig greep heeft op de taal om het geheel niet te doen ineenstorten. Christine D'haen zei onlangs in de Morgen: 'Maar poëzie is een moeilijk metier. Ze is niet: een goed idee, een grapje, of wat losse flodders.' Welnu, het goede idee is er, het grapje zit er in ('kotsen / moet ik') en de losse flodders vinden we in de overgang van de slotregel van de eerste strofe naar de eerste regel van de tweede (die overgang werkt niet) en in de erg schematische uitwerking van het geheel. Maar het wérk lees je er nog niet aan af.
Van Kalken wisselt sterke regels ('alsof het tussen je oren zit / maak ik je ruiter van een paard / van een schouder en een wolk') af met (op zijn vriendelijkst gezegd) cliché's ('hij vult mijn volheid') of onbenulligheden ('we liggen / en denken // waarom doen we nooit wat / we écht willen?') Iedereen die wel eens in Maastricht is geweest, om een ander voorbeeld te noemen, kent het gevoel dat je bevangt als je het Vrijthof oversteekt. Bij Van Kalken wordt dat, in het gedicht 'Maastricht, Vrijthof':
iets van dit plein
leegt de ruimte om mij heen
met haar opmars van stampende voeten.
en de kilte van deze winter
loopt langzaam aan haar voorbij.
En dat gaat zo nog even door. Gedichten over de liefde ('ik hou van het moment / je snelle blik je geur / de kleine handkneep / in je voorbijgaan'), over existentiële kwesties ('terwijl jij onderzoek verricht / praat ik stiltes aan elkaar') en over, nu ja, over de wellust des vlezes ('met bonken man om mij heen / en op mij denk ik // ik stop jou toch ook niet in een / één bij één hok / met alleen maar romantiek?')
Het is bar, en het is boos, welbeschouwd. Toen ik in een bericht op de Contrabas haar uitgever gispte over de ranzige manier waarop hij Van Kalken de poëzie in wil loodsen, reageerde Micha Hamel onder meer zo: 'We moeten haar een brief sturen, vind ik, Een prachtige brief. Dat ze talent heeft, en dat ze daar zuiniger op moet zijn.' En: 'Prima dat zij mensen heeft gevonden die in haar geloven (en investeren). Maar zie: haar naïvitiet komt aan het licht in wie ze gekozen heeft om haar gedichten te laten publiceren. Ik vind het helemaal niet erg om onvoldragen gedichten te lezen, ook. En in die zin (ik geef toe, ik ben in een lankmoedige bui) geeft zij eigenlijk behoorlijk goed weer wie zij is, en wat haar generatie bezighoudt (afwimpelen van versierpogingen et cetera).'
Waar de uitgeverij haar dezelfde inzet als de intens-burgerlijke Heleen van Royen in de jonge schoenen wil schuiven, zadelt Hamel haar op met begrippen als 'talent' en 'naïviteit' en ziet hij, waar de oplettende lezer lamlendigheid ontwaart, vooral 'wat haar generatie bezighoudt.' Je vraagt je af wie van de twee het meest neerbuigend doet. Ik kan niet kiezen.
Heeft Van Kalken talent? Het zou zomaar kunnen. BAR is niet echt slecht, maar er zijn talloze dichters tussen de 15 en de 20 die ongeveer hetzelfde talent vertonen, en van wie we na hun twintigste nooit meer iets vernemen. Het is gemakkelijk en terecht om de vinger te wijzen naar uitgeverij en begeleiders. Maar Van Kalken zélf had deze bundel ook beter kunnen laten liggen of staan waar hij zich een tijd geleden nog bevond: in de la of op de harde schijf van haar computer.
BAR, Lianne Sasja van Kalken, TextMessage, 2007, € 9,90
n.b.: Deze recensie is geschreven naar aanleiding van dit bericht en de reacties erop.
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Toen ik 17 was, kreeg ik van mijn toenmalige leraar Huub Kerstens de kans om mijn onvoldragen composities (80 in getal -1x in de 3 jaar zet ik ze op de piano, speel ze allemaal door en pies bijkans in me broek van het lachen.) te laten zien aan Louis Andriessen, Theo Loevendie, Peter Schat. Hij belde ze op en zei ik heb hier een jongen die componist wil worden, kun jij een keertje kijken of het wat is." Met mjjn dikke map en een bevreesd hart beklom ik de trappen naar hun respectievelijke appartementen. Ze keken geduldig en serieus naar mijn werk, en gaven me het advies om door te gaan, door te leren. Op grond van deze ervaring ben ik van mening dat je beginners eerst moet stimuleren, oppoken opdat ze de ambitie ontwikkelen om te laten zien wat ze waard zijn. De rest is toekomstmuziek, en aan hen. En ik vind dat ze talent heeft, ja. De talloze dichters die jij kent, ken ik niet, maar hoe heerlijk moet jouw leven niet zijn, met zoveel ontluikend enthousiasme in het métier.
Geplaatst door: Micha Hamel | 5-12-07 om 15:17
Dit is toch niet afbrekend: 'Dit gedicht bewijst dat ze kan bouwen, maar dat ze nog veel te weinig greep heeft op de taal om het geheel niet te doen ineenstorten.'
Bovendien: jij hebt je composities van toen toch ook niet gepubliceerd? Nou dan.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 5-12-07 om 16:21
"ik wil/jou" De dichter citeert Bob Dylan! In wat gemakzuchtige vertaling, maar toch! En dat "alles draait", is dat niet van de Byrds, of uit de Bijbel, of allebei? O, nee, "de wielen draaien", Ezechiël, of Massive Attack. R, help ons, nu en in het uur van onze dood.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 5-12-07 om 16:24
Mensen die in poezie schrijven een 'carriere' zien kunnen wat mij betreft uberhaupt beter ophouden met recensies schrijven.
1. reeks van maatschappelijke posities die iem. achtereenvolgens bekleedt
Commentaar overbodig, lijkt me.
Geplaatst door: M.H.Benders | 5-12-07 om 16:51
Maar: een carrière, of een loopbaan in de poëzie, die besttat, hoe onstoffelijk de beloning ook is. Lijkt mij dan.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 5-12-07 om 17:06
"Maar: een carrière, of een loopbaan in de poëzie, die besttat, hoe onstoffelijk de beloning ook is. Lijkt mij dan."
Nonsens. Ten eerste duidt het woord opmeerdere verschillende maatschappelijke posities. Daar is in het geval van een dichter nauwelijks sprake van, behalve als men onder meer poet laureate, stadsdichter en wat meer met elkaar zou combineren. Ten tweede duidt 'carriere' meestal op betaalde posities (een carriere als vrijwilliger? kom nou) en ten derde is het gewoon een spuuglelijk woord. Ik heb afgelopen anderhalve maand voor het eerst in mijn leven fulltime gedichten geschreven en ik kan met de hand op mijn hart zeggen dat dit zo goed als onmogelijk vol te houden valt. Mensen die beweren full time poezie te schrijven zouden dan ook een output van 10 bundels per jaar moeten hebben, om te overleven uberhaupt al.
Geplaatst door: M.H.Benders | 5-12-07 om 17:17
Ze oogt vief
met dat grijze haar
En als ze je aanspreekt
met die tere fletse verzen
zou je er haast over struikelen
Gammel? Waarom niet. Dan komt
zo’n rollator goed van pas, in de Lidl
of Albert Hein. Met haar eenenzeventig
jaar is zij zo’n vrouw die ertoe doet in onze
buurt: onvast schrijft zij haar poetica van beton
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 5-12-07 om 22:40
Nou Benders, je maakt me wel ontzettend nieuwsgierig naar je bundel, anderhalve maand!
Geplaatst door: F. Starik | 5-12-07 om 22:42
Adriaan, moet dat niet Albert Heijn zijn?
Chrétien, mijn punt was niet dat ik mijn werk had moeten publiceren, mijn punt is dat enthousiasmeren goed is voor de mens, en dat je dat aan je stand en ervaring verplicht bent.
Geplaatst door: Micha Hamel | 5-12-07 om 23:18
Tuurlijk, Micha, het was mij niet per se te doen om de tuinman van de dood. Heijn zal het zijn.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 5-12-07 om 23:26
"Nou Benders, je maakt me wel ontzettend nieuwsgierig naar je bundel, anderhalve maand!"
Nee, jaartje of 6. Maar dat doet het niet zo goed in de roddelbladen. Carrieremakende dichters moeten snelle jongens zijn. Het gedicht moet bij wijze van spreken al af zijn voor het gedrukt wordt. Ik heb er slapeloze nachten van. Bij wijze van spreken.
Geplaatst door: M.H.Benders | 5-12-07 om 23:57
Karel van het Reve schreef over Tsjechov dat hij zo snel korte verhalen schreef dat redacties van literaire tijdschiften de verhalen in het begin niet wilden publiceren. "Verhalen die zo snel geschreven zijn kunnen geen kwaliteit bezitten", aldus de toenmalige kenners. Van het Reve vond dit standpunt belachelijk. Niemand kan bewijzen dat wat snel geschreven is bij voorbaat minder goed is dan iets waar lang aan gewerkt is, aldus Karel v.h. Reve. Toch is dat volgens hem nog steeds een hardnekkige mythe.
Geplaatst door: Fred Papenhove | 6-12-07 om 9:16
Dat is relatief, Fred, zodra je in overweging neemt dat je niet alleen schrijft wanneer je letters op een scherm of op papier zet.
Geplaatst door: Cath Blaauwendraad | 6-12-07 om 9:46
@ Catharina. Natuurlijk bedoelt Van het Reve met schrijven meer dan alleen letters op een scherm of papier zetten. Hij bedoelt, met Tsjechov als ultiem en extreem voorbeeld, met schrijven alles wat daarbij komt kijken(de gedachten, overwegingen, de grammaticale constructies, de lagen/meerduidigheid etc. etc.). Maar dit alles gebeurde bij Tsjechov........ zeer snel. En dat snel schrijven bij voorbaat minder goede resultaten zou opleveren dan langzaam schrijven, vond Karel een belachelijk idee.
Geplaatst door: Fred Papenhove | 6-12-07 om 10:32
"Karel van het Reve schreef over Tsjechov dat hij zo snel korte verhalen schreef dat redacties van literaire tijdschiften de verhalen in het begin niet wilden publiceren."
Deed Tjechov er een briefje bij met een tijdsaanduiding of schreef hij de verhalen ter plekke op het kantoor van het betreffende tijdschrift?
Uiteraard is ontwikkeltijd geen kwalitatieve maatstaf. Incubatietijd is dat daartentegen weer wel, tenminste, ik meen dat het zelf beoordelen van juist geschreven werk altijd lastiger is dan van werk wat een tijdje in de quarantaine van de vergetelheid heeft gelegen. Misschien dat dat echter op een bepaald punt niet meer opgaat.
Geplaatst door: M.H.Benders | 6-12-07 om 11:31