Look J. Boden werd in 1974 geboren in Vlaardingen. Hij begon al vroeg met schrijven, maar debuteerde pas in 1995 als podiumdichter. Later publiceerde hij in Op Ruwe Planken, nrc*next en een bloemlezing. In 1996 richtte hij literair tijdschrift Renaissance op, waarvan hij tot 2002 hoofdredacteur was. Boden studeerde enkele jaren Nederlands recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, en werkte als redacteur voor diverse bladen, voordat hij in 2002 TextMessage Communicatie oprichtte, het bedrijf dat ook een uitgeverij omvat.
1. Met welk gedicht van uzelf zou u zich aan de lezers willen voorstellen?
Met 'Vrouw in blik'. Het is volgens mij behoorlijk helder, toegankelijk en actueel. Het is een aanklacht tegen de mode-industrie. Je zou het kunnen zien als een steunbetuiging aan Sunny Bergman c.s., die de documentaire 'Beperkt Houdbaar' hebben geproduceerd. De maakbaarheid van Photoshop-vrouwen met een BMI van 10 vind ik ook zorgelijk.
Vrouw in blik
Het is genetisch bepaald
niet zuiver, maar als je
je nou eens voorstelde
dat vrouwen klinische
objecten waren
die je ingeblikt
of ingeseald
kon kopen
bij de
super
(Ingrediënten:
verstand, liefde
redelijkheid,
sex-appeal –
20% van de
Aanbevolen
Dagelijkse
Hoeveelheid –,
conserveermiddel:
poëzie, smaakmakers:
u en andere mannen.
Tenminste Vruchtbaar Tot:
Zie onderkant)
dan zou ik sex
met een vleesetende plant
overwegen.
2. Waarom poëzie?
Het is een uitdaging om met weinig woorden een klein stukje van de wereld begrijpelijk te maken. Ik zeg expres 'een klein stukje', want een gedicht zou in mijn ogen maar één fragment van de werkelijkheid moeten beschrijven. Net als een foto. Daar zit de uitdaging in de sluitertijd, de belichting, het standpunt, de ISO-waarde. Bij het schrijven van een gedicht is dat niet veel anders. Het gaat om één beeld, waarbij je je afvraagt of je lezer dat uitgebreid of vluchtig mag zien (sluitertijd), of het kraakhelder of bedekt moet zijn (belichting), vanuit welke hoek het wordt beschreven (standpunt) en of het 'grof geschreven' dan wel fijn gestileerd is (ISO-waarde). Een gedicht is een foto, een verhaal is een film.
3. Welke dichters behoren tot uw inspiratiebronnen? Zou u kunnen uitleggen waarom en op welke wijze zij uw eigen werk beïnvloeden?
Om met de laatste vraag te beginnen: ik hou niet zo van lange en/of hermetische gedichten. Niet om te schrijven, maar ook niet om te lezen. Dus mijn 'helden' zijn woordfotografen, schrijvers die met een handvol letters de lezer kunnen raken. Door middel van het beeld zelf, maar ook door hun manier van kijken of formuleren.
Mijn hitlijst: Rutger Kopland, Jean Pierre Rawie, Gerrit Krol ('Geen señorita'), Tjitske Jansen, Diana Ozon ('Heldinnetje' hangt bij ons in de keuken), Kees Stip (briljant), Toon Hermans, Annie M.G., Koos Meinderts (moet elk kind gelezen hebben!).
4. Welk gedicht van een andere dichter zou u in de online bloemlezing der Nederlandstalige poëzie willen laten opnemen?
(zonder titel)
ik heb besloten
van zwanen te houden.
die vuile rotbeesten
heb ik lief
als pianohanden op de piano
en hagelslag op de grond.
ik kom terug
als dikke mislukte zwaan
en ik trouw met een mooi eendje
omdat niet alles vanzelfsprekend mag zijn.
Uit: Lianne Sasja van Kalken, BAR, 2007
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Reacties