Oh, herfst! Mooiste aller seizoenen. De zon die de huid geen schade meer berokkent, maar als een vriendelijk verwarmingselement aan
de hemel staat. De stadsnatuur die zich definitief terugtrekt (om
volgend jaar, helaas, opnieuw voor hooikoorts en groenterreur te
zorgen). Heerlijk.
Nog mooier is de weemoed, die het seizoen oproept. Van die ongerichte, je als een sluipmoordenaar treffende, niet helemaal onprettige weemoed. Je fietst terug naar huis en denkt ineens aan een optreden van de Urban Heroes, jaren geleden, je zat nog op de middelbare school. Van die weemoed.
Of je leest in de Volkskrant: 'Aan de Napoleonsweg tussen Venlo en Roermond liggen diverse dorpen. Baarlo, Broek, Kessel, Neer, Nunhem, Haelen en Heide. Er is ook veel horeca langs de drukke weg. De Viersprong, De Pleisterplaats, 't Heuske, De Stevel, Het Anker, en diverse wokpaleizen. De mooiste uitspanning is cafe-wegrestaurant Feyenoord bij Nunhem.'
Neer (waar opa en oma woonden), Nunhem, Haelen... als een mantra herhaal je die woorden... En je gaat op een denkbeeldige fiets van Haelen, door het Leudal, richting Heythuyzen, niet om daar heen te gaan... nee. Je slaat op een gegeven moment namelijk linksaf en fietst door de buurtschap Maxet. Hier woonde een schoolvriend.
In de verte zie je de kerktoren van Leveroy al, de toren van de kerk die na de oorlog is gebouwd omdat de Duitsers de oude kerk hadden opgeblazen. Flauw, van die Duitsers. Het was namelijk best een goede kerk, en niet eens heel oud.
Links passeer je de voetbalvelden, het frietkot en Zaal Wetemans. Voetbal, friet en bier. Rechts, na de kerk, de pastorie en de oude school. Die is afgebroken. Niet door de Duitsers, maar pas later, met voorbedachte rade. Weg zijn ze, de gangen, de kapstokken, de wee-ruikende wc's en de fietsenhokken.
Oppassen! Het is nog voor negen uur in de ochtend. De werkdag lonkt. Niet wegzakken, of eigenlijk: niet verder fietsen. Te laat. Daar ga je al. Door de Dorpsstraat richting Deckersstraat. De bebouwing wordt steeds schaarser... en daar, na een flauwe bocht, bijna aan de rand van het dorp, ligt nummer 4:
En daar: geboortehuis. Zo levensecht.
Zo helemaal gebouwd voor een geborene.
Er hangt geen bord. Er staat geen borstbeeld voor.
Toch: er werd met ongekende kracht geworpen.
Dat wordt niks. Gauw terug nu. Je fietst snel, in omgekeerde richting, terug naar Haelen, naar de Beekstraat, waar Hans Berghuis woonde. En bladert wat door de verzamelbundel Ik kan alleen maar zingen, die je toevallig bij je hebt. En je leest in een van zijn jeugdgedichten:
En in de herfsten zult gij appels rapen
zoals dat vroeger in uw kindsheid was
en in de weiden stoeiend met de knapen
op blote voeten lopen door het gras.
en manden vol met warme vruchten plukken,
reinetten, bonnes louises, bellefleurs,
die even in uw handen als verrukte
rijpe tijdsegmenten rusten en wier geur
zwaar in uw kamers later zal volgroeien.
maar gij zult dan in storm en vroege kou
de dorre ranken van de wijnstok snoeien.
soms zal een oogwenk lang een helder blauw
doorbreken in het grijs der grauwe luchten,
gij zijt weer kind en ziet verwonderd dat
kraanvogels haastig naar het zuiden vluchten,
gekrenkt van weemoed en het herfsttij zat.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Najaarsmist
Het landschap dat, nu stilte en avond dalen,/In lage, lichte nevelen verdwijnt,/Is als de hemel,waar de herfstmaan schijnt/Door wolken heen, waarachter sterren stralen.
De duistre hoeven,door het land verspreid,/ En langs den kouden weg de lege bomen/ Gaan in den mist teloor. De harten stromen/ Vol van het najaar en zijn eenzaamheid.
J.C.Bloem, uit Verzamelde Gedichten, Atheneum - Polak & Van Gennep, Amsterdam 1991.
Geplaatst door: Fred Papenhove | 22-11-07 om 11:28