Pat Donnez (1958) is een late roeping in de poëzie; en wat mij betreft had hij die roeping best onbeantwoord mogen laten. Het begint al met de achterbinnenflaptekst: '(...) Donnez is een mediamens die bekend werd met programma's zoals Piazza en Titaantjes.' Het is bekend zijn met iets en bekend worden door iets, bijvoorbeeld door de programma's Piazza en Titaantjes.
Als ik Donnez goed heb gegoogled, betekent dat woord 'mediamens' dat hij bij de radio werkt. Een mooi beroep, tijdens de uitoefening waarvan hij ongetwijfeld heel veel mensen een fijne tijd bezorgt; maar helaas is de gemiddelde mediapersoonlijkheid daar tegenwoordig niet tevreden mee. Nee, hij moet en zal zich bemoeien met de literatuur, een bemoeienis die nu is gesanctioneerd door de Arbeiderspers, het bedrijf dat Donnez' debuut Het is een mooi leven (zolang je niet bestaat) in het licht geeft.
En: 'Dat een uitgeverij brood in mij ziet, kan twee dingen betekenen. Of het gaat niet goed met de literatuur, of het wordt tijd dat ik maar eens echt ga doen wat ik altijd heb gewild: schrijven.' Ook tekst van de achterbinnenflap. Je ziet moeder en/of vader Donnez, lezende, voor je. 'Maar Patje, je bent een mediamens.' 'Allez nee, vader, moeder, ik wil schrijven, dat wil ik echt!' (Draai om oren. Gehuil. Vader die de papieren van de mediamensenacademie invult.)
Helaas vrees ik dat het, de redenering van Donnez volgend, niet goed gaat met de literatuur, wat hem niet heeft belet te schrijven en, erger, te publiceren. Daarbij is de auteur niet over één nacht ijs gegaan, getuige de voorbinnenflaptekst: 'Aan de gedichten in dit debuut Het is een mooi leven (zolang je niet bestaat) is jarenlang geschaafd. Ze getuigen van een ongewone helderheid en directheid.' Helaas kun je over de binnenflapteksten niet hetzelfde zeggen... Want er staat veel vreemds in:
'Met het oog van een scherpe observator beziet Pat Donnez de wereld die hij spelenderwijs naar zijn hand zet. De lezer krijgt poëzie die sprankelt, vertrouwd klinkt en tóch verrast. Vrolijke wanhoop.' Neem het oog van een scherpe observator uit, desnoods onder dwang, gooi een paar termen in een potje, even roeren, tekst klaar. Heel snel uitgesproken, in de media, lijkt het misschien nog wel wat, maar heel veel informatie bevat het geronk niet, helaas.
Een zekere mate van ijdelheid is voor de gemiddelde dichter misschien wel onontbeerlijk. De een (zelf een naam invullen) heeft er echter meer last van dan bijvoorbeeld Pat Donnez, wiens debuut een manifestatie is van onversneden zelfgenoegzaamheid, gestold in taalstillevens die afkomstig lijken te zijn van een kind dat net twee weken geleden heeft leren schrijven. Bovendien is Donnez nogal van de woordspelerige, net als Klukkluk vroeger; een faculteit die hem in de mediawereld ongetwijfeld van nut is, maar die zijn verskunst definitief de das om doet. Een voorbeeld?
Koopje
Doe mij maar in de uitverkoop.
Twee vierkante meter huid.
Prijs overeen te komen.
Ledematen met garantie voor één jaar.
De sluitspier kreeg het hard te verduren
maar hield stand.
Dunne darm min of meer geïsoleerd.
Longen, hart en nieren aan vervanging toe.
Smoel mag naar een goed doel.
Ik word gratis thuis bezorgd.
Is het niet geestig? ‘Smoel mag naar een goed doel’ – dat rijmt zelfs. En die nietige mens, klaar voor de uitverkoop, met dat snaakse uitstapje naar de sluitspier... nou, knap hoor, en best dapper om dat gratis thuis (bij wie?) te bezorgen. Dat er niets staat, in dit gedicht, dat het niet meer is dan wezenloos en onverschillig gepruttel... dat hebben Donnez’ collegae van de media toch niet door.
Wij wel, maar wij zijn dan ook azijnpissers.
Is er dan niks goeds over de bundel te melden, behalve dat hij mooi is vormgegeven door Steven van der Gauw? Ik bedoel, is de auteur niet een beetje gevoelig (in ‘Na de uitvaart’: ‘Moeders ogen drijven langs de / oever van mijn glas chardonnay / Ik durf er nu pas in te kijken’ – waarbij onvermeld blijft waarin hij durft te kijken, in het glas of in de ogen zijns voorbijdrijvende moeder)? Of humoristisch (in ‘Contract’: ‘Al sla ik jou dood, jij zult niet onthouden / hoe mijn winden klonken (...)’)?
Nee, helaas, van ‘Als je me zegt dit is een tafel / dan geloof ik jou’ tot en met ‘Van de vele vrouwen die ik achterliet / knoop ik tranen aan een vliegertouw / waarop te lezen valt: de hemel is niet hier’ is de hemel inderdaad niet in dit boek. Toegegeven, Donnez’ haarballen lijken wel een beetje op poëzie, en ze hebben dat toffe parlando waarmee je eind jaren zestig van de vorige eeuw soms kon aankomen, heel soms, als je heel sterk in je Coninckiaanse schoenen stond, maar ze zijn het niet. Nog één voorbeeld dan? Vooruit:
Jurkje
Nee, je hoeft geen jurkje
te dragen
als je dat niet wilt
ook niet dat heel bijzondere blauwe
met streepjes
glanzend blauwe streepjes
waar je sandalen zo
goed bij passen
en je slipje –
dàt jurkje dus
en als we gaan wandelen
en je jurkje –
je weet wel
dat heel bijzondere blauwe
met streepjes
glanzend blauwe streepjes –
waait op
zodat ik je slipje zie
dat er zo goed bij past
net als je sandalen
en als je je op mijn
vloerkleed legt
dat zo goed past
bij dat heel bijzondere
blauwe jurkje
met glanzende streepjes
en ik je slipje voel
dat je nu niet draagt
en je vraagt
eerlijk, ik hoor niet in een
jurkje hè?
Geloof me dan als ik zeg
nee jij hoort niet in een jurkje
ook niet dat heel bijzondere
met glanzende streepjes -
glanzend blauwe streepjes
Dan worden wij, vermoed ik, verondersteld paf te staan omdat Donnez zo’n dekselse kwajongen is – een kwajongen die zomaar in de Koplandmode schiet als hij meisjes met blauwe streepjesjurken en slipjes aan ziet of meemaakt. En hij legt die meisjes ook gewoon bij hem in huis op het tapijt, of ze gaan uit zichzelf liggen. Ha! Ach ja. De midlifecrisis... die die gaat niet over rozen en door meisjesslipjes. Maar Donnez is, crisis of niet, een mediamens. Daar zal hij het mee moeten leren doen. Een dichter wordt hij nooit.
Pat Donnez, Het is een mooi leven (zolang je niet bestaat), de Arbeiderspers, 2007, € 16,95
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Erg eigenaardig dat deze recensie precies de 2 gedichten overneemt die ook op de website van de auteur staan. Je zou bijna gaan denken dat de 'recensent' het boek niet eens in handen gehad heeft. Bij het type vlugzout recensies die Breukers eigen is zou die werkwijze overigens niet verbazen.
Geplaatst door: M.H.Benders | 30-10-07 om 11:13
Kijk... je zou niet meer reageren, maar gelukkig, daar ben je weer.
Dit is een suggestie, Martijn, heb je er ook bewijs voor? Nee, natuurlijk.
Maar het is altijd beter om eerst iets te suggereren, iets ten nadele van de aangesprokene.
Daarbij meet je je een 'kritisch'air aan. Dat staat wel... kritisch.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 30-10-07 om 12:27
Ik zeg alleen dat de twee geciteerde gedichten precies de gedichten zijn die op zijn site staan. Zoiets valt kansberekening-technisch wel op, ja.
Ik vind overigens dat uitgevers uberhaupt geen dichtbundels dienen recenseren - dat is niet zuiver op de graat.
Geplaatst door: M.H.Benders | 30-10-07 om 16:37
het oprakelen van een flaptekst, je scoort er geheid mee als recensent, goed voor een alineatje lachen. ik deed het altijd graag.
en ze hebben ze niets te duchten van elkaar: het oprakelen van de flaptekst is ongeveer net zo armoedig als de flaptekst zelf.
Geplaatst door: dd | 30-10-07 om 16:58
Ik ben geen uitgever.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 30-10-07 om 17:44
"Ik ben geen uitgever"
Prima, is dat misverstand ook weer de wereld uit. Bent u wel recensent, eigenlijk?
Geplaatst door: M.H.Benders | 30-10-07 om 17:50
Ik ben redacteur, van een reeks en een website. En recensent.
En oh ja, dd... de flaptekst bevat de kern van wat de bundel ís, of wat men ons voor de kern wil doen houden... die oplepelen armoedig? Dan moet men betere teksten maken.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 30-10-07 om 17:58
"de flaptekst bevat de kern van wat de bundel ís, of wat men ons voor de kern wil doen houden"
Uiteraard. Iedere poezieliefhebber weet dat de flaptekst het belangrijkste onderdeel van een bundel is. Men kan het u als begnadigd recensent niet kwalijk nemen dat u daar zoveel waarde aan hecht. Heeft u daar nog een vast ritueel voor, wou ik nog vragen, bijvoorbeeld eerst grondig de flaptekst lezen, dan copy& paste van de website en dan nog 2 citaatjes uit het boekje zelf of verschilt de manier van aanpak keer op keer? Ik denk er namelijk over zelf ook weer te gaan recenseren, met die dure boekenprijs heb je die 10 minuten er zo uit.
Geplaatst door: M.H.Benders | 30-10-07 om 18:14
... Toch viel het mij ook direct op, Chrétien, dat je alleen juist die twee gedichten in hun geheel citeert. Ik ken het werk van Donnez verder niet, dus ik ben voor noch tegen, maar misschien is het bij een volgende kritische recensie wel verstandig om ook andere gedichten als voorbeeld te geven dan precies die gedichten die op het Internet staan; immers, de portee van je kritiek is dat die hele bundel niet deugt, dus dan kunnen alle andere gedichten in die bundel evengoed dienen als voorbeeld, en zo vermijd je bovenstaande kritiek.
Geplaatst door: Ingmar Heytze | 30-10-07 om 19:51
Wabi Sabi
Het is niet eenvoudig
uit een boom te vallen
elegant
en zonder veel gezichtsverlies
naderhand
de billen
schroomvol uit te blutsen
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 30-10-07 om 20:24
Ik ben een profeet van magere woorden
Ik ben een profeet van magere woorden
en schamele beelden
Goed gewassen meisjes houden
van schone lakens
Moeder lacht maar ik hoor de tranen
die dagen later zullen komen
Als ik naar boven kijk zie ik wolken
Ze brengen mooi of slecht weer
Soms drijven ze gewoon voorbij
Hoeveel liever zag ik er een meisje in
dat naar appelbloesems ruikt
of moeder die met een glimlach huilt
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 30-10-07 om 20:26
Dat zijn slechte gedichten, ja, maar dat maakt de recensie niet beter.
Geplaatst door: M.H.Benders | 30-10-07 om 21:01
Ik kan niet wachten op jouw - ongetwijfeld prachtige & zuivere - kritische proza. En nu: schluß!
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 30-10-07 om 21:09
Ik kom terug op mijn kritiek. Inderdaad, wat een afgrijselijke gedichten. Om met een glimlach te huilen.
Geplaatst door: Ingmar Heytze | 30-10-07 om 23:22
De gedichten die reeds online verschenen zijn ondermaats. Daar is kennelijk iedereen het mee eens. Donnez heeft ook zijn leeftijd tegen, verzachting mogen we in deze niet verwachten. Ik heb het gevoel - meer niet - dat Chrétien gelijk heeft. Toegegeven, een volwaardige recensie is het niet, het ontbreekt aan nuance. Maar van iemand die seffens vijftig jaar rondloopt verwacht ik meer dan: "Smoel mag naar een goed doel." Veel meer. Splits dat een ander in de maag, "min of meer geïsoleerd", denk ik. En ook: ik weet genoeg. Bedankt, en speel nu maar een plaatje.
Dat Chrétien hier meer klucht dan recensie aan wijt is volstrekt logisch. Ere wie ere toekomt.
Geplaatst door: Jan Aelberts | 30-10-07 om 23:23
Ik lees deze recensie en de commentaren nu pas, en begrijp de kritiek wel, maar in dat laatst geciteerde gedicht 'Jurkje' viel me toch hetzelfde procédé op als in Favereys 'Chrysanten, roeiers', met die vaas chrysanten die niet dezelfde zijn als de vaas chrysanten, enz. En dat 'Ik ben een profeet van magere woorden' is toch ook best aardig: is hij dat door een gebrek aan talent of door iets anders? Die vraag stelt hij, en het lijkt of jullie er met open ogen intrappen.
Geplaatst door: RHCdG | 5-11-07 om 4:23