Jeroen Brouwers is een groot schrijver, met een rijk oeuvre. De Taalunie heeft hem voor dat oeuvre willen belonen met de Prijs der Nederlandse Letteren. Brouwers accepteerde deze onderscheiding eerst wel, en toen, nadat het prijzengeld niet werd opgetrokken tot voor hem acceptabele hoogte, weer niet. Resultaat: een publiciteitsbombardement waarin diverse 'stemmen' (inclusief die van 'het volk', op de website van de Telegraaf) door elkaar heen kakelden.
Het was te verwachten dat er twee kampen zouden ontstaan: pro Brouwers en anti Brouwers. Beide kampen brengen argumenten naar voren waar iets voor te zeggen is. Een van de argumenten van de voorstanders van Brouwers' manoeuvres verbaasde me echter nogal. Het mooist is dit argument geformuleerd door Erwin Mortier:
'Ik vraag de ministers in Noord en Zuid om onze allerbeste schrijvers, zij die hun sporen al meer dan verdiend hebben, in hun levensherfst de middelen te schenken waarmee ze kunnen bestaan zonder te moeten hopen op een vette onderscheiding of een dikke commerciële prijs. Ik vraag ook dat die mensen kunnen schrijven zonder zich nog langer te moeten onderwerpen aan de betutteling van Fondsen en Commissies. Geef hen godverdomme een schaamteloos royaal staatspensioen of jaargeld, en verberg je niet achter de vraag wie wel en wie niet in aanmerking komen, of hoe je dat dan praktisch moet gaan regelen.'
Ik zal kort uiteenzetten waarom deze redenering mij verbaast en ga daarvoor terug in de tijd; in mijn tijd, om precies te zijn. Mijn vader was zijn hele arbeidzame leven lang kruidenier in Leveroy. Dat deed hij goed, ik bedoel: hij deed zijn werk goed en iedereen die kruidenierswaren van hem betrok, was tevreden. Omdat mijn vader als kleine zelfstandige niet veel verdiende, heeft hij nooit geïnvesteerd in een pensioenvoorziening. Zijn zaak, althans, de bakstenen waarin hij zijn zaak altijd heeft gedreven, moest zijn pensioen gaan vormen.
Nu leeft mijn vader van de AOW en van wat hem rest na verkoop van zijn zaak. Geen vetpot, maar het gaat. Nooit zou het in hem opkomen om te zeggen dat een minister hem een pensioen zou moeten verschaffen, omdat hij de kruidenierderij niet 'met de bedelstaf, maar met een soevereine stofjas aan, en dus met geduld dat tijd kost en geld' bedreef. Voorts zou hij nooit menen dat 'een (...)minister, in gelijk welk land, die deze roep om elementaire rechtvaardigheid alleen met het toverwoord “subsidie” kan beantwoorden' zijn ambt niet waard zou zijn. Zo is mijn vader niet.
Volgens mij is de staat er niet om mensen op hun oude dag van een pensioen te voorzien; behalve als ze in dienst zijn geweest van de staat, zoals ambtenaren, volksvertegenwoordigers, ministers en dergelijke. Iemand die een literaire carrière begint, weet dat hij zichzelf daarmee afsnijdt van de zegeningen van het vaste salaris en het waardevaste pensioen. Hij maakt die keuze zelf, en met voorbedachte rade.
Omdat de staat waarin wij leven niet helemaal honds en barbaars is, werd het systeem van literaire subsidiëring in het leven geroepen. Dat functioneert goed – wat natuurlijk niet wil zeggen dat er helemaal niets op is aan te merken, maar dat is een ander verhaal, voor een andere keer. Auteurs die steun nodig hebben, of denken te hebben, kunnen zich middels dit subsidiëringssysteem wijden aan hun 'taak': het schrijven van literaire teksten. Iedereen tevreden, zou je denken.
Maar nee. Net zoals sommige varkens meer gelijk zijn dan andere, zijn sommige auteurs weer gelijker dan hun collega's: zij moeten worden gevrijwaard van 'betutteling van Fondsen en Commissies'. Dat betekent dus, als ik het goed lees, dat die auteurs de moeite van het indienen van een werkplan (een middagje werk, als je het langzaam invult) niet meer zouden moeten hoeven doen, volgens Mortier en anderen. Dat betekent dat zij dat geld gewoon overgemaakt moeten krijgen, zomaar, jaar in jaar uit, of in één keer. Bij wijze van staatspensioen.
In mij wordt een sociaal-democratische liberaal wakker, als ik dit soort geretteketet hoor. Ik gun Brouwers (en Mortier) alles, zelfs een staatspensioen. Later wil ik er zelf ook nog wel een, als het mag. Hoewel, nee. Ik onderwerp mij over dertig jaar graag aan de betutteling, want dat wil in elk geval zeggen dat ik nog aan het werk ben – en wie werkt, mag best op basis van zijn werk beoordeeld worden, ook door commissies. Wat mij het meest dwarszit, is dat schrijvers menen recht te hebben op een beloning van de staat, een beloning waarom ze dan in het openbaar vragen, aan 'de minister'. En als die minister niet luistert, worden de schrijvers boos en weigeren ze een prijs.
Schrijvers die ministers vragen om meer (prijzen)geld: veel onsmakelijker moet het niet worden. Waar het populisme hoogtij viert, een populisme dat knaagt aan de wortels van de democratie, zouden schrijvers (en andere kunstenaars) moeten doen waar ze van oudsher goed in zijn: kunst maken. Desnoods in tijden van overheid. Los van de overheid en onafhankelijk van eventuele overheidssteun.
Wat – paradoxalerwijs – niet wil zeggen dat 'de staat' geen kunstsubsidies meer moet verstrekken. In gepaste mate en op gepaste afstand van de gesubsidieerde artiest. Een gezonde 'staat' kan niet zonder een levende kunst. Kunstenaars zijn gebaat bij een staat waarin ze hun talenten zo gemakkelijk mogelijk kunnen ontplooien. Maar beide zijn gebaat bij een zo groot mogelijke afstand van elkaar, een afstand zo groot dat hij nog net geen afstandelijkheid oplevert.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Over dat pensioen: bij componisten is dat inmiddels geregeld. We krijgen niet een afzonderlijk pensioen, maar sinds kort bestaat er een pensioensfonds voor componisten, waar we verplicht in zitten. Elke keer dat mijn auteursrechtenorganisatie mij geld uitkeert houdt zij een klein percentage in dat naar dat pensioensfonds gaat; net zo doet de staat dat als die mij een opdracht verschaft. Aan het eind van het jaar mag ik me dan vrijwillig enige extra premie betalen voor een hoger pensioen.
Voor literair auteurs lijkt me zulks ook goed te doen, als het niet al bestaat.
Geplaatst door: Samuel Vriezen | 27-10-07 om 17:59
De mening van Mortier e.a. is de kwestie niet. De kwestie is dat 16 000 euro een schaamtelijk bedrag is voor een prijs als deze. Een bedrag dat de lading niet dekt, integendeel, een bedrag dat de prijs zijn prestige kapotrelativeert. Brouwers klaagt hier tenslotte al langer over - toegegeven, met in het achterhoofd dat hij hem sowieso eerder vroeg dan laat zou krijgen. En toch heeft hij een punt. Twee landen, die op drie jaar tijd niet meer dan 16 000 euro wensen te spenderen aan de absolute literaire top van hun taalgebied, nemen de literatuur, hún literatuur, niet serieus.
Geplaatst door: Jan Aelberts | 27-10-07 om 19:39
Beste Jan, hoe torenhoog en mijlenbreed Brouwers' (en Mortiers) punt ook is, het past niet om te zeuren. Zoiets. Met groet, Chr.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 27-10-07 om 20:14
De festiviteiten waarmee de uitreiking gepaard gaan, kosten meer dan die schamele 16.000 euro waarmee Jeroen Brouwers wordt afgescheept. In dergelijke gevallen is zeuren het minste wat je kunt doen.
Ik heb overigens enige moeite met de formulering 'het past niet'. De dagen dat iemand een discussie kon afkappen met een dergelijk vaag beroep op een normen- en waardenstelsel zijn - dunkt mij - lang vervlogen.
Geplaatst door: Artur van Houtum | 27-10-07 om 21:45
Nogmaals: ik gun Brouwers zijn pensioen, maar vind de methode die hij hanteert niet kies. Niet passend, zeg maar.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 27-10-07 om 21:46
En dat die uitreiking meer kost dan het hele prijzenbedrag bij elkaar vind je wél kies? Dat daardoor wel erg de schijn wordt gewekt dat Brouwers slechts bijzaak is, dat het er eerder op lijkt dat de heren en dames hoogwaardigheidsbekleders gewoon zin hadden in een goed gecatered feestje (en dat dat feestje ook een aanleiding moest hebben, soit, die prijs moet toch worden uitgereikt, hoe heet de gelukkige ook alweer, was het niet Wolkers, nee Hermans...)
Goed, het gaat om de eer, maar laat het dan alleen gaan om de eer. Geef de man een plaquette, een beeldje, een lintje. Als je aankomt met zo'n lullig bedrag (dat lager schijnt te zijn dan sommige debutantenprijzen), dan kun je er donder op zeggen dat men gaat protesteren. Dat hebben ze bij de Oscars toch beter bekeken. Daar krijgt men (voor zover ik weet) alleen een beeldje. Omdat men weet dat een geldbedrag de prijs alleen maar devalueert.
Maar goed. Wat ik wil zeggen: het is heel verleidelijk (want op grote schrijvers mopperen is zóóó bevredigend) om meneer Brouwers in een hoekje te vegen als geldwolf. Aan te komen met variantjes op 'je mag een gegeven paard niet in de bek kijken'. Maar het is te makkelijk. Te simplistisch ook. Tenminste, dat vind ik.
Geplaatst door: Artur van Houtum | 27-10-07 om 23:11
Waar doe ik dit dan? Dit dus:
Maar goed. Wat ik wil zeggen: het is heel verleidelijk (want op grote schrijvers mopperen is zóóó bevredigend) om meneer Brouwers in een hoekje te vegen als geldwolf. Aan te komen met variantjes op 'je mag een gegeven paard niet in de bek kijken'. Maar het is te makkelijk. Te simplistisch ook. Tenminste, dat vind ik.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 28-10-07 om 0:26
De rubriek heet toch Breukers bromt? In mijn ouderlijk huis was brommen hetzelfde als mopperen.
Daarnaast verwees ik in de laatste alinea van mijn vorige berichtje niet alleen naar jou, maar naar het gehele koor aan verontwaardigde stemmen (Ephimenco (die weer lekker een typologie van de 'Ollander kon opdissen) en Van den Bergh (die gezellig het reactionaire gemopper aan de Elsevier-toog kon vertolken).
Overigens las ik zojuist ergens dat Brouwers in Nova heeft gezegd dat hij (mijn excuses voor de lelijke opeenvolging van 'dat''s) de prijs gerust had aangenomen als er géén bedrag aan verbonden was geweest, als het dus om de eer was gegaan.
Geplaatst door: Artur van Houtum | 28-10-07 om 0:38
Mopperen... vooruit... dat wel.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 28-10-07 om 0:40
En dan laten we dat vegen gewoon aan de heren columnisten over.
Geplaatst door: Artur van Houtum | 28-10-07 om 14:07
Het gaat in elk geval niet om "pensioen". Net zo min als om "eer". Ik dacht dat het om een prijs ging. Uitgedrukt in een beeldje, een oorkonde, een geldbedrag, wat dan ook, vergezeld van de nodige media-aandacht, mogelijk ook gevolgd door betere verkoopcijfers, altijd fijn. Maar een pensioen?
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 29-10-07 om 15:37
Die begripsverwarring is zo te zien ingezet of aangezwengeld door Mortier. Heeft niets met Brouwers' standpunt te maken.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 29-10-07 om 15:40
Maar Brouwers wil, gewoonweg, meer geld... en daar om vragen, nee, dat is toch... enfin, Adriaan, volgens mij zijn we het eens.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 30-10-07 om 0:04
Niet helemaal, Chrétien, maar dit wordt zo heerlijk oeverloos. Ik weet niet wat Brouwers wil, ik hoor wat ie zegt en doet. De tekstvervuiling begint waar woorden als "pensioen" en "geldwolf" vallen, her en der. De betekenis van het begrip "eer" wordt ook nogal opgerekt en uitgebuit, her en der. Ongeacht zijn motieven, denk ik dat B. wel een punt heeft, en dat ie dat ook heeft duidelijk gemaakt.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 30-10-07 om 0:29