1. Heb je het werk van Jotie T'Hooft ooit gelezen? En wat vond je er toen van?
Alles gelezen, natuurlijk, al rond mijn zeventiende, dus zo ongeveer de leeftijd waarop de dichter zelf zijn eerste zelfmoordpoging al had overleefd. Erg goed. Vooral het onsterfelijke 'In het gedicht', (online op Leestafel, ik heb het verzameld werk van T'Hooft even niet bij de hand dus citeer van deze pagina, hopelijk heeft men het correct overgetikt). Evenals bijvoorbeeld Lodeizen schrijft Jotie T'Hooft poëzie waarbij een popdichter als Spinvis, tekstueel gezien, de mosterd lijkt te hebben gehaald; leg 'In het gedicht' maar eens naast een typisch Spinvisnummer als 'Ronnie gaat naar huis'.
Die invloed, of (want ik weet niet of Erik de Jong van Spinvis
Lodeizen en T'Hooft nu wel of niet heeft gelezen) dat samengaan is niet
zo vreemd, want het zijn allebei jonggestorven dichters van populaire
poëzie - zowel in receptie als in 'invloed'. De bundels van T'Hooft
staan bol van de directe verwijzingen naar songteksten en andere
jeugd/cult-cultuur, zo heeft T' Hooft Jotie ’T Hooft de laatste alinea
uit de SF-cultklassieker van Robert Sheckley, Dierbaar
doolhof,opgenomen in zijn bundel Schreeuwlandschap: (‘Heilige
Carmody!’, sprak de Prijs sarcastisch. ‘Niet meer dan een haarbreedte
scheidt jou van je dood! En wat wil je met dat armzalige ogenblik
doen?’ ‘Doorgaan met ademhalen,’ zei Carmody. ‘Daar zijn ogenblikken
voor.’)
2. Heeft het werk van T'Hooft invloed gehad op jouw dichterschap?
De invloed van T'Hooft op mijn werk is tweeledig: allereerst het accepteren en zelfs benoemen van buitenliteraire inspiratiebronnen als bijvoorbeeld popmuziek en science fiction in mijn eigen werk, vooral in de vorm van motto's en tegenwoordig in het uitdragen van het besef dat er geen hogere of lagere aanleidingen voor een gedicht bestaan, ten tweede een zekere relativering - zelfs de meest inktzwarte gedichten T'Hooft hebben vaak een intelligente vorm van relativering ingebouwd, die in staat is om beelden van lood alsnog een paar millimeter van de grond op te tillen en te laten zweven - precies het verschil tussen alledaags puberaal zelfbeklag en T'Hoofts grote, radeloze dichterschap.
'Wanneer ik dan mijn handen op de aarde leg / zijn het kleine handen.'
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Reacties