Herlinda Vekemans (1961) studeerde Germaanse filologie in Leuven en in Hull, Engeland. Ze werkt sinds 1984 aan het Interfacultair Instituut voor Levende Talen van de K.U.Leuven. Ze geeft er cursussen medisch en academisch Engels aan studenten en biomedische onderzoekers. Tot nu toe verschenen van haar twee bundels: versneden (2005) en Buiging (d.d. Sjostakovitsj), beide bij het Poëziecentrum. Voorts publiceerde zij in tijdschriften als de Revisor, DWB, de Poëziekrant, Parmentier en Rottend Staal.
1. Met welk gedicht van uzelf zou u zich aan de lezers willen voorstellen?
Valkant
een eeuw
nog in zonneleen
wikkelt zijn groene braak
in as en verhit
en ligt
de zon
al in bruikleen
breekt de langveter
van schijn en tijd
licht scherp vooruit
en wiekelt
boven het doffe schijnsel
van huis en huid
over de plek hangt
een kap een spin een kroon
van wenden is geen sprake
2. Waarom poëzie?
Had me voor 2001 gezegd dat ik vanaf dat jaar gedichten ging schrijven en ik had de uitspraak weggelachen. Ik heb als kind wel verhaaltjes geschreven maar het is mijn broer die altijd al dichter geweest is. Tot mijn verbazing en ook wel ontreddering ben ik van de ene dag op de andere beginnen schrijven en liet het me niet meer los. De poëzie zie ik daardoor als een weinig zachtzinnig monster dat mijn leven compleet overhoop gehaald heeft. Ik ervaar schrijven nog altijd als een strijd. Tegen wat weet ik niet, misschien eerder samen met taal tegen de gaten zonder taal.
Wat me in poëzie aantrekt, is intensiteit. Het muzikale ook, waarmee ik niet doel op het melodieuze maar op compositorische elementen zoals ritme, herhaling met variatie, klankaard en functionaliteit ervan, doorbreking of verwerking van verwachte echo’s, gelaagdheid, enz. Fascinerend aan poëzie is de inhoudelijke spanning die je als lezer en schrijver voelt doordat er vaak geraakt wordt aan de haast kinderlijke verknochtheid van de taal aan de dingen (dat raken kan ook strelen zijn). De samenhang tussen de dingen en de woorden is echter uitermate bedrieglijk; als je verder kijkt, kom je in een labyrint terecht. Het ritmisch-muzikale is een van de manieren om sneller door het schijnscherm heen te raken. Er zijn ook andere manieren, en die wil ik graag verkennen. Dichten voelt vaak als een moeizame vorm van proberen bijleren. Schrijvend kom je zo overigens al snel uit bij dat wat tot nederigheid maant: het niet weten, de kwetsbaarheid van lichaam en leven, het broze van ontmoetingen, van gezichten, van mensen die geen kansen krijgen.
3. Welke dichters behoren tot uw inspiratiebronnen? Zou u kunnen uitleggen waarom en op welke wijze zij uw eigen werk beïnvloeden?
Veel Vlamingen hebben de neiging om de mosterd buiten de eigen kleine regio te halen. Doordat ik Engelse literatuur gestudeerd heb, las ik voornamelijk Engelse dichters: Eliot, Auden, Yeats, Thomas, Plath. Rilke en Celan ook. Maar ik las vooral Engelstalig proza en essays. De aantrekkingskracht van de filosofie is ook altijd groot geweest. Sinds ik zelf schrijf, probeer ik een beetje bij te blijven met de hedendaagse Nederlandstalige poëzie. Ik moet nog veel lezen, ook van buitenlandse dichters. Daarbij word ik vooral aangestoken door nieuwsgierigheid en niet door een zoektocht naar werk van verwante dichters. Uiteraard heeft alles wat je leest invloed, maar ik ben er niet mee bezig. Ik merk ook dat woorden zelf, los van hun context, vaak een bijzondere aantrekkingskracht kunnen uitoefenen. Ook woorden kunnen inspiratiebronnen zijn.
4. Welk gedicht van een andere dichter zou u in de online bloemlezing der Nederlandstalige poëzie willen laten opnemen?
In een droom van een engel
Ontstaan door het uitspreken van een woord,
de eerste letter al, begin van openen
van mond om woord.
Woord dat, als het deel zou kunnen zijn van een bewijs,
zou maken dat het bewijs begrepen werd,
zodra het woord uitgesproken werd, ook als nog niet halverwege het bewijs.
Als in een droom van een engel
wiens slaap nog niet daaromheen ontstaan is
ondanks de woorden die hij uitgeschreeuwd heeft om dit te bereiken;
een engel moet zijn slaap bewijzen.
© Nachoem M. Wijnberg
Uit tien, Uigeverij Contact, p. 216.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties