John Schoorl (1961) is algemeen verslaggever van de Volkskrant. Hij publiceerde verhalen en gedichten in de tijdschriften De Muur, Passionate en Hard Gras. Bij Uitgeverij 521 verschenen De naald erin! en Een soulman in de achterhoek – twee boeken over muziek die louter positieve recensies oogstten. Laatstgenoemde boek werd bekroond met de Pop Pers Prijs 2006. Deze week verscheen zijn poëziedebuut A Capella in de Sandwichreeks, tegenwoordig uitgegeven door Van Gennep.
1. Met welk gedicht van uzelf zou u zich aan de lezers willen voorstellen?
De levensdichter (85)
Hoogspanning!
Levensgevaar!
Ik rij door de mistige polder
Op een geluidloze ochtend.
De levensdichter (85) staat in zijn hemd
En grapt de dag in vieren.
Zijn armen hebben biervaten gerold
En boekbanden verkruimeld.
Hij heeft de oren van mijn jongens,
In zijn geest waait altijd een nieuw parfum.
Dit is de man.
Dit is zijn bier.
2. Waarom poëzie?
Poëzie is de enige schrijfvorm waarin je rond één gedachte, associatie of gevoel tot iets kan komen. Als verslaggever van de Volkskrant heb ik altijd de werkelijkheid nodig, als muziekschrijver de muziek en wat daar weer om heen wordt verteld. Poezie is meer van huppetee, daar gaan we, dit is wat ik wil. Het verhaal is snel verteld, in feite.
3. Welke dichters behoren tot uw inspiratiebronnen? Zou u kunnen uitleggen waarom en op welke wijze zij uw eigen werk beïnvloeden?
Remco Campert omdat hij de beste dichter is van het land, en omdat hij zo mooi het moment kan vangen. Herman de Coninck, omdat hij zo mooi over de liefde kan schrijven. Vaandrager, Arends, Waskowski, Brood, Bril, Lehmann, omdat ze de afdeling waanzin, rock’n roll, jazz, tieten en een goed humeur coveren.
4. Welk gedicht van een andere dichter zou u in de online bloemlezing der Nederlandstalige poëzie willen laten opnemen?
Draaibaar van Fred Papenhove is een enorm grappig, frappant, uniek, weerbarstig en lenig figuur in de Nederlandse poezië. Net zoals Roeshoofd Hemelt van Joost Zwagerman laat deze bundel zien dat de poezië een verhaal te vertellen heeft. Draaibaar is een soort Arturo Bandini van John Fante. Het is een held, maar ook een tragische held. Het is Draaibaar, en er is geen weg meer terug.
Een dag uit draaibaars indrukwekkende leven
(fragment)
Hij staat op straat, omringd door blauwe
luchten & meeuwen zo groot als Jack
Russellhonden.
Draaibaar ziet de wereld aan.
Al schaduwboksend steekt hij tussen
mond en lippen door een sigaret op
– inhaleert – en blaast uit zijn neusgaten,
heel knap, rook.
Hij weet dat de wereld – dat de wereld –
(hij houdt heel erg van herhaling)
op straat
een droom is waarin hij af en toe schuilt.
Draaibaar zit weer op zijn stoel achter het raam
en ziet de mannen aan de overkant.
Zijn zij boos op hem? Vanwege zijn staalharde ogen
die alles zien? Vertel hem wat.
Hoe hunnie hun vuilniszakken slaan en hunnie
zich volstoppen met woorden, met van die
eenlettergrepige woorden, die je achter
elkaar, uit elkaar kunt halen
© Draaibaar, Fred Papenhove
© Foto, Jos Lammers
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Reacties