Voor Benno Barnard
Wat doe ik met mijn dagen?
Als oude mannen mij dat vragen,
mannen wier zonen zonen
en als ik daarop antwoorden moet,
wat zeg ik dan?
Psalmodiëren in een dorpse kapel
van de Nederlandse literatuur,
dezelfde psalmen,
een dienaar ik,
met vingers van voor Bach,
op instrumenten van na Presley?
Wat hun te zeggen die me nooit hebben zien dienen,
over hoe zelfzuchtig ik was bij wie ik niet dan heb gediend?
Geen bal in dit heelal kom ik te weten, ik ga maar door met zoemen
van woorden die ik als knaap
mijn vader hoorde neuriën,
onbelangrijke, in een dialect, niet te begrijpen zo echt,
en die ik niet dan vertekend leerde onderscheiden
van wat nog echter was.
Mijn vader, die nu dood is, als hij alleen,
of met zijn duiven was,
als hij over iets nog grootser en nog weidser
dan Noachs uitzicht op de lege wateren
een zee te neuriën had,
gezangen, gebeden die ik niet heb gekend noch heb gebeden
dan in een averechts lawaai dat erom vroeg
te worden beëindigd, of tenminste stiller, vromer,
zachter voor wie aan mij voorbijliep
en die ik niet wou storen.
Wat Engelen bewenen en waarvan iets,
een zin, een enkel prachtig woord,
het gevondene kan zijn, dat - oude mannen
die naar mij luisteren - wil ik wezen.
En een vrouw bekennen ook.
© Koenraad Goudeseune, 2007
Goudeseune: 'De Naardense Bijbel is prachtig. De titel van dit gedicht heb ik uit psalm 42.'
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Reacties