Vrouwkje Tuinman (1974) debuteerde in 2004 met de dichtbundel Vitrine. In 2005 verscheen de roman Grote acht. Tuinman organiseert literaire evenementen, schrijft columns, maakt bloemlezingen en treedt regelmatig op tijdens festivals en literaire avonden. Tuinman ontving in februari 2004 de Hollands Maandblad Poeziebeurs 2003/2004 en werd genomineerd voor de Libra Prijs en de Debutantenprijs. In december 2005 ontving zij het C.C.S. Crone Stipendium van de stad Utrecht. Momenteel werkt zij aan korte verhalen. Haar nieuwe dichtbundel Receptie is onlangs verschenen.
1) Met welk gedicht van uzelf zou u zich aan de lezers willen voorstellen?
Receptie
Het is hier geen hotel. De reproducties aan de
muur verslaan mijn eigen leven. Van de bel
heeft niemand last. Geen stekker geen contact.
Ontbijt gebruikt men buiten. Als geen ander
hang ik groene netjes pinda’s op, gooi brood
naar drie etages lager. Als toch een kachelman
of meternemer binnen wil, dan shampooschrob
ik alle sporen weg. Twee vingers in mijn oren
hoor ik niks dan de piano-automaat. Bel me op
als je de straat uitrijdt, dan doe ik alle lampen aan.
Uit: Receptie
2) Waarom poëzie?
Omdat het me in staat stelt de illusie te onderzoeken dat je de wereld kunt controleren. Meer dan al het andere wat ik doe (want ik moet er niet aan denken dat mijn leven uit poëzie zou bestaan) dwingt het me to the point te zijn. Om compact en precies te werken.
Waarom je poezie moet lezen, daarentegen, vraag ik me wel eens af, want in het lezen zoek ik niet per se naar het compacte. Eigenlijk ben ik meer een prozalezer, geloof ik. Het gaat bij mij af en aan, soms lees ik elke dag een bundel, dan weer weken niet. Sinds ik bundels recenseer heb ik er ook iets minder plezier in gekregen. Dat is vergelijkbaar met de zeven jaar dat ik filmrecensent was. In die tijd zat ik altijd met een denkbeeldige kritische pen in mijn hand in de bioscoop zat.
3) Welke dichters behoren tot uw inspiratiebronnen? Zou u kunnen uitleggen waarom en op welke wijze zij uw eigen werk beïnvloeden?
Het lezen zelf is een inspiratie, specifieke dichters niet. Sterker nog, ik lees doorgaans non-fictie als ik aan het schrijven ben. Op de een of andere manier zet dat mijn associatieve brein beter aan het werk. Schrijven doe ik pas een jaar of vier, maar ook met het lezen van poëzie ben ik laat begonnen. Om precies te zijn doe ik dat pas structureel sinds ik met Ingmar Heytze vanaf 2001 een aantal bloemlezingen samenstelde - dat was mijn poëzie-opvoeding.
Bij veel bloemlezingen kun je aan de titellijst zien hoe de samenstellers hebben geselecteerd (zeg maar dat in een bloemlezing rondom 'eten' alle titels voedsel bevatten). Hoe tijdbesparend dat voor de samensteller ook is (je kunt bundels scannen op titels), wij wilden onszelf niet op die manier beperken en zijn letterlijk van a tot z gaan lezen in de bibliotheek.
Dat beinvloedt mijn werk in die zin dat ik weet wat er in Nederland zoal geschreven is, wat er allemaal kan met poezie, dat ik zoveel invalshoeken heb leren kennen dat ik die zelf ook wil verkennen, maar ook dat ik niet voortdurend denk dat ik het wiel heb uitgevonden. Het heeft me veel over structuur geleerd ook.
In het laatste jaar ben ik over de grens gaan lezen. Larkin, Berryman, momenteel Weldon Kees. Hun werk is veel scenischer, vertellender dan wat ik zelf probeer te maken. De thematiek sluit wel aan bij wat ik momenteel interessant vindt: afstandelijkheid, sociaal onvermogen. Maar het is minder een invloed dan dat ik het simpelweg opzoek omdat het me boeit.
4) Welk gedicht van een andere dichter zou u in de online bloemlezing der Nederlandstalige poëzie willen laten opnemen?
Mijn lievelingsgedicht. 'Alleen' is dat van Reve, en die laat zich niet straffeloos bloemlezen, althans, dat is mijn ervaring en het zal er met zijn overlijden niet beter op geworden zijn. Het heet 'Liefde'. Durf ik het in te typen of zoekt u het zelf op?
© Foto: F. Starik
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties