In een vroeger leven gaf Frank Pollet (°1959) les aan een middelbare school. Nu is hij als auteur een kleine (1,72 m) zelfstandige en doceert hij enkele uurtjes Literaire Creatie aan de Academies van Aalst en Lier. Pollet is actief als dichter, journalist, liedjesschrijver, toneelauteur, eindredacteur van ISEL Magazine, en als jeugdschrijver. Drie van zijn jeugdboeken werden bekroond met de Prijs van de Kinder- en Jeugdjury. Publicaties in 2006: Drie Theremins, poëzie, PoëzieCentrum, Gent; Vreemdsoortig Gebied, bloemlezing Wase Dichters, ’t Oneindige Verhaal, Sint-Niklaas; Eddie Wellie!, jeugdroman voor veertienplussers, Abimo, Sint-Niklaas; De Put!, jeugdroman voor tienplussers, Abimo Sint-Niklaas; Ik vind je hiëroglief, poëzie voor tienplussers, Abimo Sint-Niklaas (2de druk in 2006).
1) Met welk gedicht van uzelf zou u zich aan de lezers willen voorstellen?
Als dichters voor een bloemlezing uit eigen werk een selectie moeten maken, kiezen ze steevast meer recenter dan ouder werk. Natuurlijk prefereer ik hier en nu iets uit mijn nieuwste bundel, Drie Theremins (PoëzieCentrum Gent, 2006) te plaatsen. Overigens: wie haar of zijn keuze voor de Publieksprijs nog niet gemaakt heeft… :-)
Dennengek
7 [IJK]
Ik zette een zaag in de stam
Van het werkwoord lijk en
Tegen mijn wil
En mijn hand ondernam
Het licht een lommerrijke
Pose waar elk tijdsverschil
Van zonden, maanden, cryptogram
Een einde kende, een verschil
Van rijm en rijp. Het was bladstil,
Ik geef het toe.
2) Waarom poëzie?
Omdat ik het niet kan laten. Dat mag misschien belachelijk klinken, maar waarom anders zou ik me al meer dan dertig jaar bezighouden met iets wat op zich volstrekt nutteloos is, en bijkans geen geld oplevert. Een en ander impliceert echter niet dat ik per definitie therapeutisch of autobiografisch schrijf. Maar toch zijn er periodes dat ik wekenlang elke dag ontiegelijk vroeg wakker word met een specifieke jeuk en pas weer rustig word wanneer ik een gedicht heb geschreven. Volgens mijn dokter zijn er geen medicijnen voor. Poëzie is een jeukende plek die met het schrijven erger wordt… Zo heb ik Drie Theremins in drie weken geschreven. Maar er daarna nog jaren aan gepeuterd. (Wat dat peuteren betreft: zie ook antwoorden op vragen 3 en 4).
3) Welke dichters behoren tot uw inspiratiebronnen? Zou u kunnen uitleggen waarom en op welke wijze zij uw eigen werk beïnvloeden?
Ik heb al mijn gedichten onder invloed geschreven. Onder invloed van de Dikke van Dale. Eigenlijk is deze schitterende trilogie de ultieme inspirerende poëziebundel. Een brevier. Dat ik een van Dale-addict ben, zegt natuurlijk ook veel over mijn eigen poëzie. Ik ben verslaafd aan alles wat met taal te maken heeft. Als schrijver heb je slechts één instrument om gecondenseerd en genuanceerd je ‘inhoud’ over te brengen. Het is zaaks elk woord zo juist mogelijk te kiezen en te plaatsen. En dat is een proces dat bij elke bundel jaren duurt. Zolang Drie Theremins niet bij de drukker was, ben ik er zeer geregeld aan blijven prutsen. Vijf jaar lang…
4) Welk gedicht van een andere dichter zou u in de online bloemlezing der Nederlandstalige poëzie willen laten opnemen?
In mijn vrienden- en kennissenkring lopen straffe dichters rond. Toch heeft het niets met lafheid te maken dat ik een gedicht van een dode dichter kies. Het was immers een uitspraak van Jos de Haes (1920-1974) die mij als jonge snaak het Licht deed zien: ‘Ik schrijf geen gedichten, ik peuter ze.’ Vandaar deze klassieker uit 1964…
Delphi
[1]
Navel der aarde Gods. Wij zitten
en horen sperwers water drinken.
Dat is alsof metalen klinken
en smelten in een blauwe hitte.
Een slang, een goddelijke schaamte,
schuift over schilferende muren,
of ligt te blijven en te duren
bij kleibaksels en geraamten.
De droge tepels der kamille
verpulveren tussen onze lippen.
Het laatst zal ons de smaak ontglippen
uit de verzadigde papillen.
En dan, uw linker in mijn rechter,
twee laatste stofveredelingen,
zijn wij zelf eetbare dingen
in Gods vuurvaste trechter.
uit Azuren Holte
Foto auteur: Stefaan Van Hul
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties