Door Philip Hoorne
Wie zijn de beste dichters van ons taalgebied? Het is een vraag die klinkt als een vloek. Iedere poëzieliefhebber houdt er een eigen mening op na, die meestal fel gekruid wordt door persoonlijke smaak en voorkeuren.
Nochtans is het niet zo moeilijk om een min of meer objectieve rangorde op te stellen. Sinds 2004 verschenen al vier belangrijke overzichtsbloemlezingen van de Nederlandstalige poëzie: (Gerrit) Komrij’s Nederlandse poëzie van de 19de t/m de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten, het Groot Verzenboek van Jozef Deleu, de Spiegel van de moderne Nederlandse en Vlaamse dichtkunst van Mario Molegraaf en wijlen Hans Warren, en heel recent 25 jaar Nederlandstalige poëzie 1980-2005 in 666 en een stuk of wat gedichten van Chrétien Breukers.
Als we de keuzes van deze doorwinterde en achtenswaardige poëziekenners met elkaar vergelijken, schieten we een heel eind op in onze zoektocht naar de dichters die er toe doen.
BLOEMLEZINGEN
Begin 2004 verscheen de vierde editie in een dertiende en ingrijpend vermeerderde druk – voor het eerst in twee boekdelen – van Gerrit Komrijs poëziebijbel. De ‘dikke Komrij’ zoals hij wordt genoemd – een koosnaampje dat de samensteller zelf ooit in de mond nam en waar hij willens nillens tot het einde van zijn dagen mee zit opgescheept – is de Michelingids van de poëzie. Een dichter die niet door Komrij is opgenomen, bestaat eigenlijk niet. Een overzichtsbloemlezing maken vereist drie dingen: een uitgever, veel tijd en vooral een enorme belezenheid. Dat laatste is slechts weinigen gegeven. Allicht heeft niemand in ons taalgebied zoveel gedichten verorberd als Gerrit Komrij. Daarom wordt zijn turf, waarvan de eerste editie in 1979 verscheen – beschouwd als de enige echte standaard.
In 2004 was Jozef Deleu’s Groot Verzenboek, Vijfhonderd Gedichten Over Leven Liefde & Dood, net als de bloemlezing van Gerrit Komrij, aan een dertiende, geheel herziene druk toe. De gedichten in het Groot Verzenboek zijn gegroepeerd rond de grote thema’s in het leven van ieder mens. Die thema’s zijn zo universeel dat we deze qua vormgeving mooiste van de vier anthologieën – solide harde kaft, dik papier, per pagina slechts één gedicht – zonder schroom als een overzichtsbloemlezing mogen bestempelen en niet als een thematische gedichtenverzameling. Jozef Deleu beroemt zich op meer dan 55.000 verkochte exemplaren van zijn Verzenboek sinds het ontstaan ervan in 1976, toen het boek, passend in de geest van die tijd, nog het Groot Gezinsverzenboek heette.
In 2005 verscheen de zevende editie van de Spiegel van de Moderne Nederlandse en Vlaamse dichtkunst. Tot het succes van de Komrij was de Spiegel toonaangevend. Deze aanvankelijk literair-historische anthologie, waarvan de eerste uitgave dateert van 1939, dijde editie na editie almaar uit. Sommige bekende dichters mochten zich verheugen op de publicatie van vele tientallen gedichten. Na het overlijden van Victor van Vriesland, de geestelijke vader van de Spiegel, nam Hans Warren het roer over. Hij snoeide drastisch in de omvang van wat in de loop der jaren een duf en onhandzaam product was geworden. De jongste herziene en uitgebreide editie (circa 1000 gedichten) is het werk van wijlen Hans Warren – hij overleed in 2001 – en zijn levensgezel Mario Molegraaf, die zelf geen dichter is, wat enige verbazing wekt, want bijna alle bloemlezers schrijven zelf ook poëzie. Meestal nemen ze – en dit geldt zowel voor Komrij, Deleu als Breukers – uit oprechte of misplaatste bescheidenheid slechts één gedicht van zichzelf op.
25 jaar Nederlandstalige poëzie 1980-2005 in 666 en een stuk of wat gedichten, luidt de titel van de eerste van vier bloemlezingen samengesteld door Chrétien Breukers. Het boek is pas enkele weken uit en bevat alleen dichters die vanaf 1980 debuteerden. In de drie te verwachten delen komen dan de oudere generaties aan bod. Breukers, een Nijmegenaar die in Utrecht woont, voelt zich nogal verwant met en aangetrokken tot de Vlaamse cultuur en mentaliteit. Dit manifesteert zich in zijn bloemlezing die – alluderend op de ‘dikke Komrij’ wel eens geinig de ‘vette Breukers’ genoemd – behoorlijk wat Vlaamse dichters bevat, waar zelfs grootmeester Komrij geen oog voor had. Breukers is de enige van de genoemde bloemlezers die in de diepe poelen van het internet dook om daar enkele occasionele parels uit op te vissen.
SPELREGELS
De genoemde bloemlezers opereren los van elkaar en hebben ieder een persoonlijke poëzieopvatting, die is ontstaan na jarenlang ‘verzen vreten’. Elkeen legt eigen accenten en wenst zich te onderscheiden van de anderen. Zo brengt Komrij een eresaluut aan een resem dichters uit de 19de eeuw zoals Nicolas Beets, J.J.L. Ten Kate, Piet Paaltjens en ja, zelfs de om andere redenen wereldberoemde Multatuli, wier werk de hedendaagse poëzielezer volslagen onbekend is. Deleu schuwt moeilijke, hermetische poëzie, en Breukers schenkt aandacht aan een kransje ondergewaardeerde dichters, die zich reeds, maar kennelijk te voorbarig, met hun statuut van tweederangsdichter hadden verzoend.
Hoe maken we nu een geloofwaardige hitlijst van de dichters die aan het begin van dit millennium belangrijk zijn? Tellen luidt de boodschap. Nagaan hoeveel gedichten er per dichter in elke bloemlezing staan. Komrij, Deleu en Molegraaf verlenen een dichter maximaal tien eenheden. Uitzondering op deze regel zijn de elf van Hugo Claus in het Groot Verzenboek. Chrétien Breukers is minder gul. Zes is bij hem het hoogst haalbare. Omdat Breukers alleen maar dichters opnam die sinds 1980 publiceren, lijkt het alsof die in deze vergelijkende studie bevoordeeld zijn ten opzichte van de oudere collega’s, maar anderzijds hebben die jongeren, waarvan er heel wat pas recent op het poëzietoneel verschenen, nog geen omvangrijk oeuvre waaruit de bloemlezers konden putten. Voordeel en nadeel heffen elkander ongeveer op. Besluit: geen herberekeningen, extrapolaties of statistische trucjes, alleen maar tellen. Het resultaat treft u aan in de tabel met de niets aan de verbeelding overlatende naam ‘De Grootste Hedendaagse Dichters’, bevattende Vlamingen en Nederlanders, levenden en doden. In de kolommen kunt u aflezen hoeveel verzen er van elke dichter zijn opgenomen in respectievelijk – in volgorde van verschijnen van de laatste editie – de Komrij, Deleu, Molegraaf en Breukers.
DE GROOTSTE DICHTERS
Tabel: De Grootste Hedendaagse Dichters
DICHTER en volgorde >> Komrij; Deleu; Molegraaf; Breukers; Totaal
Hugo Claus (10-11-9-0-30)
Martinus Nijhoff (10-10-10-0-30)
Ida Gerhardt (10-7-10-0-27)
Slauerhoff 10-7-10-0-27)
Gerrit Achterberg (10-6-10-0-26)
J.C. Bloem (10-8-7-0-25)
Guido Gezelle (10-5-10-0-25)
J.H. Leopold (10-5-9-0-24)
Maria Vasalis (9-10-5-0-24)
Karel van de Woestijne (10-7-7-0-24)
Gerrit Kouwenaar (7-6-10-0-23)
Hendrik Marsman (10-5-8-0-23)
Jan van Nijlen (8-8-7-0-23)
Adrian Roland-Holst (10-5-8-0-23)
Toon Tellegen (7-5-7-4-23)
Leo Vroman (10-7-6-0-23)
Hans Andreus (7-10-5-0-22)
Hans Warren (8-5-9-0-22)
Rutger Kopland (7-7-7-0-21)
Paul van Ostaijen (10-2-9-0-21)
Maurice Gilliams (6-7-7-0-20)
Lucebert (10-2-8-0-20)
H.H. Ter Balkt (9-2-8-0-19)
Remco Campert (10-2-7-0-19)
Herman Gorter (10-3-6-0-19)
Judith Herzberg (8-3-8-0-19)
J.A. dèr Mouw (10-1-8-0-19)
Leonard Nolens (8-8-3-0-19)
Ilja Leonard Pfeijffer (8-1-4-6-19)
Dirk van Bastelaere (6-2-4-6-18)
P.C. Boutens (8-4-6-0-18)
Peter Ghyssaert (8-1-3-6-18)
Jacob Israël de Haan (8-0-10-0-18)
Stefan Hertmans (6-3-3-6-18)
Ingmar Heytze (7-1-4-6-18)
Pierre Kemp (10-3-5-0-18)
Tonnus Oosterhoff (8-1-3-6-18)
Anton Korteweg (7-6-4-0-17)
Tom Lanoye (8-1-4-4-17)
Hans Lodeizen (8-1-8-0-17)
Menno Wigman (7-2-2-6-17)
‘De Grootste Hedendaagse Dichters’ lijkt een ietwat bizarre titel, want van de top-10 is alleen Hugo Claus nog in leven. In elk geval is dit een voorspelbare lijst. Hugo Claus en Martinus Nijhoff de allergrootsten, van dichtbij gevolgd door Ida Gerhardt, J. Slauerhoff en Gerrit Achterberg. De Vlaamse top-3 zorgt evenmin voor verrassingen: Claus, Guido Gezelle en Karel Van de Woestijne, die momenteel in allerlei publicaties een heuse revival beleeft. Een rist krasse knarren.
De eerst dichter jonger dan vijftig moeten we al ver gaan zoeken: Ilja Leonard Pfeijffer (38). Gestaag bouwt de Leidenaar aan een opvallend en veelzijdig oeuvre. De jongste poëziegod op de Olympus is de aan reisangst lijdende Utrechtenaar Ingmar Heytze (36). Een mens hoeft blijkbaar de stad niet uit om het ver te brengen. Hij schrijft heldere, soms ronduit sublieme gedichten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Komrij en co hem graag bloemlezen. ‘De beste van onze generatie,’ beweert diezelfde Heytze van een andere ‘jongeling’, Menno Wigman (40), en dat is niet eens overdreven. Door de laatste tijd vaak bij ons op te treden, verovert de minzame Wigman stilaan het hart van menig Vlaamse poëzieminnaar.
DE VLAMINGEN
Tabel: De Grootste Levende Vlaamse Dichters
DICHTER en volgorde >> Komrij; Deleu; Molegraaf; Breukers; Totaal
Hugo Claus (10-11-9-0-30)
Leonard Nolens (8-8-3-0-19)
Dirk van Bastelaere (6-2-4-6-18)
Peter Ghyssaert (8-1-3-6-18)
Stefan Hertmans (6-3-3-6-18)
Tom Lanoye (8-1-4-4-17)
Luuk Gruwez (8-5-3-0-16)
Charles Ducal (6-2-3-4-15)
Peter Verhelst (7-1-2-5-15)
Mark van Tongele (3-1-4-6-14)
Peter Holvoet-Hanssen (4-1-2-6-13)
Hubert van Herreweghen (6-4-2-0-12)
Philip Hoorne (3-1-2-6-12)
Erik Spinoy (3-1-2-6-12)
Lut de Block (4-2-2-3-11)
Stefaan van den Bremt (7-1-3-0-11)
Christine D'haen (6-3-2-0-11)
Miguel Declercq (4-0-2-4-10)
Jan Lauwereyns (3-1-1-5-10)
Marc Tritsmans (7-1-2-0-10)
In het overzicht met ‘De Grootste Levende Vlaamse Dichters’ leidt – natuurlijk – Hugo Claus de dans. Leonard Nolens volgt op een respectabel afstand van elf ‘verzenlengtes’. De rest blijft enigszins in het zog en dat is vooral dankzij Breukers’ boek dat alleen dichters bevat die na 1980 begonnen te publiceren. Als we die bloemlezing buiten beschouwing laten, verdringt Luuk Gruwez Dirk van Bastelaere van de derde stek. Peter Ghyssaert en Roland Jooris werden in 2006 allebei genomineerd voor de prestigieuze VSB-Poëzieprijs. De bij het grote publiek relatief onbekende Ghyssaert prijkt hoog op de lijst; Roland Jooris daarentegen valt buiten de top-20 met ‘slechts’ acht gedichten.
De scores van andere Vlamingen, al dan niet nog in leven: Willem Elsschot (16), Richard Minne (16), Herman de Coninck (15), Gaston Burssens (14), Jos de Haes (14), Paul Snoek (14), Marnix Gijsen (12), Miriam Van hee (9), Erwin Mortier (8), Peter Theunynck (8), Jotie ’T Hooft (8), Gust Gils (7), Bernard Dewulf (7), Gwij Mandelinck (7), Bart Meuleman (5), Koen Stassijns (5), Patricia De Martelaere (4), Patricia Lasoen (4). Uit het werk van de Vlaamse Nederlanders Benno Barnard en Ramsey Nasr kozen de bloemlezers telkens 9 gedichten.
Dichters als Peter Ghyssaert of Charles Ducal scoren beter dan hun reputatie laat vermoeden. Misschien profileren ze zich niet genoeg. Ducal gaf er een tijdje de brui aan en maakte dit jaar zijn comeback. Er zijn nu eenmaal dichters voor wie roem en prestige niet het hoogste goed is. Anderen lijken dan weer een status te hebben verworven die omgekeerd evenredig is met de waardering van de bloemlezers. Maar allicht is die indruk niet helemaal correct. Schrijvers zijn soms van meerdere markten thuis. Herman de Coninck zag zich misschien wel in de eerste plaats als een dichter, zijn essays worden door velen hoger ingeschat. De huidige stadsdichters van Gent (Erwin Mortier) en Antwerpen (Bart Moeyaert) zijn meer dan alleen maar dichter. Moeyaert heeft een voor zijn leeftijd formidabel oeuvre bijeengeschreven. Zijn jeugdboeken werden meermaals bekroond. De poëzie is maar een fractie van zijn schrijverij.
VAN BASTELAERE
In januari 2007 verschijnt bij Poëziecentrum een nieuwe overzichtsbloemlezing, Hotel New Flanders, De Vlaamse poëzie na 1945, samengesteld en ingeleid door Dirk van Bastelaere, Erwin Jans en Patrick Peeters. De promotietekst in de najaarsfolder van de uitgever klinkt begeesterend. Het trio heeft elke bundel die na 1945 is verschenen ‘uit het rek genomen’ en ‘op zijn intrinsieke waarde, literair-historische functie en zijn positie in het systeem(?)’ beoordeeld. De van Bastelaere-Jans-Peeters ‘mikt op representativiteit’ en pretendeert een staalkaart te zijn van 60 jaar Vlaamse poëzie. Er wordt gewag gemaakt van concrete poëzie (?), gedichten in dialoogvorm, dialectgedichten en opsommingen. De klassiek-moderne dichters houden hun hart vast en vragen zich af of de beoogde representativiteit niet van Bastelaeres eigen eigenzinnige representativiteit zal zijn. Afwachten maar. Hoe dan ook zal deze nieuwe anthologie het poëzielandschap weer wat hertekenen.
(eerder verschenen in de Knack-special BOEK 06, december 2006, ISSN 0772-3210)
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Ach, op deze plaats zijn ze al (expres?) vergeten, maar het zou me niet verbazen als de canon van de tweede helft van de twintigste eeuw alleen uit Annie M. G. Schmidt en Willem Wilmink bestaat.
Geplaatst door: Ted van Lieshout | 8-12-06 om 11:55
Maar Ted, wat een suggestie... En dat over de 2e helft 20e eeuw is wel heel woest gesteld.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 8-12-06 om 12:15
Werkelijk? Voor hoe veel dichters is er ruimte in een hanteerbare canon? Ik begrijp wel dat dichters van nu allemaal staan te dringen, maar als je terugkijkt in de geschiedenis blijven van een bepaalde periode maar enkele dichters "courant", en dat lot zal ook de hedendaagse dichters treffen. Het zullen dan waarschijnlijk niet de dichters zijn die zichzelf voor de toekomst onverstaanbaar hebben gemaakt die tot de canon zullen doordringen, behalve misschien bij wijze van curiositeit. - In dat kader is het curieus dat amper tien jaar geleden de dichtwereld ervan overtuigd was dat Hans Faverey de grootste dichter van de twintigste eeuw was, maar in het artikel hierboven (en in die bloemlezingen ook?) is hij spoorloos.
Geplaatst door: Ted van Lieshout | 8-12-06 om 13:00
Bij mij komen alleen dichters voor die debuteerden tussen 1980 en 2005. Geen Faverey (een goed voorbeeld van hoe iemand hogelijk kan worden bewonderd en even hogelijk verguisd), geen Wilmink (een aardige light verse-dichter) en geen Schmidt, vanwege eerder gedebuteerd.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 8-12-06 om 13:47
Ik ben er nog steeds van overtuigd dat Faverey de grootste dichter van de 20e eeuw was. Mijn binnenkort verschijnende "Vette Vriezen"-bloemlezing zal dan ook identiek zijn met de verzamelde werken van Faverey, maar ik breng die natuurlijk alleen voor de statistieken uit.
Geplaatst door: Samuel Vriezen | 8-12-06 om 13:57
Jan van Nijlen staat hoger dan Van Ostaijen, wat een grap. Ik ben dol op cijfers, maar de steekproef is helaas niet groot genoeg. Er zijn meer bloemlezingen nodig.
Kunnen we geen weddenschap afsluiten voor de canon van 2035? De gezamenlijke inleg gaat op een rekening en de winnaar krijgt in 2035 de inleg plus rente. Dan ga ik toevallig net met pensioen.
Geplaatst door: Alexis de Roode | 9-12-06 om 1:25
Nummer 7-2-1-6-16 vraagt zich af waarom heer Hoorne bij nr. 41 met 17 punten opgehouden is met tellen? Of kan ik niet tellen?
Geplaatst door: | 9-12-06 om 8:52
@ anoniem:
Zo leek het mij wel welletjes, een top-40, maar omdat er daar een ex aequo was, werden het er 41. En het was aardig meegenomen dat ik aldus de fantastische MW nog in de lijst kon stoppen.
Geplaatst door: Philip Hoorne | 9-12-06 om 11:11
Philip, ik zie een foutje in je telling: Jacob Israel de Haan heeft vijftien verzen in de Dikke Komrij, waarmee hij op een totaal van 25 komt, dus in je top 10 belandt.
Geplaatst door: Droog | 9-12-06 om 16:52
Over statistieken gesproken. Deze lijst is helemaal geen top 41, maar voor wie goed telt een top 12, met op elke positie, uitgezonderd de 3de, een x-aantal ex aequo's. Ook leuk natuurlijk, het getal 12. Maar voor een echte top 40 zouden er vele dichters meer in moeten staan, inclusief ikzelf. Gaarne zou ik daarom samen met Luuk Gruwez en wellicht nog een aantal andere dichters een volgende keer bij een dergelijke telling vermeld willen worden, zodat we niet van een top 12, maar van een top 13 kunnen spreken. Alle 13 goed! Het enige wat deze lijst nu laat zien, is hoe er van 1 t/m 41 van 30 naar 17 wordt teruggeteld. Met permissie.
Geplaatst door: René Huigen | 10-12-06 om 9:43
Er is een probleempje dat me slapeloze nachten bezorgt: wat met de lengte van gedichten? Is een bloemlezer niet geneigd minder gedichten van een bepaalde dichter op te nemen als hij een of meer lange gedichten gekozen heeft? Moet de telling niet herdaan worden aan de hand van regels ipv gedichten? Maar wat met gedichten met korte regels tov gedichten met lange regels? Wat met een dichter die leegtes inlast? Misschien moet het aantal lettertekens wel geteld worden?
Misschien moeten we wel een rekenkundige of algebraïsche formule bedenken om de grootste dichter te bepalen?
Geplaatst door: marcel raman | 11-12-06 om 10:53
Ja maar, Marcel, wat nou als een korte regel vergelijkbaar is qua inhoud met een grote hoeveelheid lange regels?
Ik stel als formule voor dat we de tijd die lezers met een oeuvre bezig zijn delen door de tijdsinvestering die een dichter in zijn werk heeft gedaan, om het Poetisch Belang Quotient (PBQ) te bepalen. Onder meer betekent dat dat iedereen die vanaf nu nadenkt over poezie, schrijvend of lezend, de denktijd dient te klokken.
Geplaatst door: Samuel Vriezen | 11-12-06 om 17:42
Bij de grootste dichters ontbreken drie namen van nog levende Nederlandse dichters en wel Jacques Hamelink, H.C. ten Berge en Frank Koenegracht.
Bij de "Vlamingen" vind ik helaas niet de namen van Joris Denoo, Frans Deschoemaeker en Hendrik Carette wat nogmals bewijst en illustreert dat het opstellen van zo'n lijsten met ergerlijke leemten en lacunes geheel en al waardeloos en nutteloos blijkt te zijn. De echte grootste Vlaamse dichter is trouwens Alain Delmotte die met zijn (letterlijke) lengte van bijkans twee meter (jaja, twee lopende meter)iedereen ontstijgt.
Met grootse en meedogenloze groeten,
Hendrik Carette, Schaarbeek (Brussel)
Geplaatst door: Hendrik Carette | 21-12-06 om 19:24
Bij de grootste dichters ontbreken drie namen van nog levende Nederlandse dichters en wel Jacques Hamelink, H.C. ten Berge en Frank Koenegracht.
Bij de "Vlamingen" vind ik helaas niet de namen van Joris Denoo, Frans Deschoemaeker en Hendrik Carette wat nogmals bewijst en illustreert dat het opstellen van zo'n lijsten met ergerlijke leemten en lacunes geheel en al waardeloos en nutteloos blijkt te zijn. De echte grootste Vlaamse dichter is trouwens Alain Delmotte die met zijn (letterlijke) lengte van bijkans twee meter (jaja, twee lopende meter)iedereen ontstijgt.
Met grootse en meedogenloze groeten,
Hendrik Carette, Schaarbeek (Brussel)
Geplaatst door: Hendrik Carette | 21-12-06 om 19:25
Bij de Vlaamse dichters mis ik ook de helaas een goed jaar overleden Verdano/Victor Van De Daelen/Cyriel Pirard. Niet dat hij er wakker van ligt, maar ik wel.
Geplaatst door: Frans Vlinderman | 2-1-07 om 17:50
Beste heer Vlinderman, de samenstelling van een bloemlezing, men kan er lang over twisten, of kort, maar hoe dan ook, zin heeft dat niet. Hartelijke groet, Chrétien
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 5-1-07 om 20:27