Onlangs verscheen de ‘Vette Breukers’, een bloemlezing van de Nederlandstalige poëzie van 1980 tot nu van de hand van Chrétien Breukers, zelf ook dichter.
De bloemlezing van de Nederlandstalige poëzie van 1980 tot nu van Chrétien Breukers is in zekere zin een vervolg op de ‘Dikke Komrij’, de fameuze bloemlezing die Gerrit Komrij samenstelde van de moderne poëzie vanaf 1900 (uit de poëzie van de 19e tot en met de 21e eeuw, CB).
De bloemlezingen van Komrij en Breukers zijn allebei normatief van aard. Dat wil zeggen dat ze alleen dichters en gedichten hebben opgenomen die ze goed vinden. Hun eigen smaak als dichter en poëzielezer heeft de doorslag gegeven. Daar is niets op tegen, integendeel.
Geen saaiere bloemlezingen dan die van ‘elck wat wils’.
Essentieel is natuurlijk wel dat iedereen van tevoren gelijke kansen heeft. En daar twijfel ik bij Breukers toch wel aan. Zijn beslissing door te gaan waar Komrij in 1979 is gestopt en daarvoor als jaartal 1980 te nemen, leidt ertoe dat meermalen bekroonde dichters als Huub Beurkens en Eva Gerlach, die in 1979 debuteerden, uit de boot vallen. Breukers is bezweken voor de charme van het ronde jaartal 1980. Tenzij hij natuurlijk van mening is dat zowel Beurskens als Gerlach – beiden meermalen bekroond – het talent missen om in zijn bloemlezing te worden opgenomen, wat ik me bijna niet kan voorstellen.
Een tweede punt van twijfel geldt de wijze waarop de selectie tot stand is gekomen. Toen Komrij aan de slag ging, weigerden vier dichters hun medewerking en anderen stapten naar de rechter. Is dat proces bij Breukers vlekkeloos verlopen? Zou hij als relatief onbekende dichter slagen waar een coryfee als Komrij destijds faalde? Ook dat kan ik me bijna niet voorstellen. Graag had ik hierover in de inleiding iets meer gelezen.
Daarin ontbreekt trouwens ook de verantwoording voor het aantal gedichten waarmee een dichter is vertegenwoordigd en het gewicht daarvan. Het kan bijna niet anders of zes moet het maximum zijn. Meer gedichten staan er van een afzonderlijke dichter namelijk niet in. Maar is zes ook de hoogste lof die Breukers een dichter wil toezwaaien? Of gaat het alleen om het meedoen en niet om het winnen? Dat zou in tegenspraak zijn met het normatieve karakter van deze bloemlezing.
Een belangrijk verschil met Komrij is dat deze in zijn bloemlezing ook iets van de tijdgeest wilde laten doorklinken. Dat doet Breukers niet, al heeft hij de nodige internet-dichters opgenomen, herauten van een nieuw verschijnsel in onze literatuur. Daarentegen komen de zogenoemde performance-dichters, die sinds de jaren negentig de landelijke podia bestormen, er nogal bekaaid af. Ik mis hier bijvoorbeeld Serge van Duijnhoven en Bart Chabot, die hun sporen op dit terrein ruimschoots verdiend hebben. Kennelijk voldoen ze niet aan Breukers kwaliteitsnormen.
Genoeg gezeurd. Breukers verdient ook lof. Hij heeft zich toch maar de moeite getroost om orde aan te brengen waar tot dusver betrekkelijke willekeur heerste. Zijn eigen orde weliswaar, maar dat geeft niet. Wie het niet met hem eens is, kan altijd met hem in de clinch gaan, in de krant of op internet. In die polemiek komt de waarheid vanzelf bovendrijven.
Wie rekent hij tot de bloem van de dichtende natie? Teveel om op te noemen. Een paar voorbeelden: Jan Baeke, Mark Boog, Wim Brands, Arjen Duinker, Peter Ghyssaert, Ruben van Gogh, Elma van Haren, Renée Huigen (René Huigen, CB), Ilja Leonard Pfeijffer, Cees van der Pluijm, Albertina Soepboer en Menno Wigman. Van sommigen heb ik één of meer dichtbundels gelezen, van de anderen slechts incidenteel iets of helemaal niets. Moet ik ze lezen? Dat is nu juist het goede aan zo’n bloemlezing, dat het je dwingt je leesgedrag te evalueren en te herijken. In die zin doet de ‘vette Breukers’ precies wat hij moet doen, hij prikkelt en daagt uit.
Chrétien Breukers: 25 jaar Nederlandstalige poëzie van 1980 tot 2005, in 666 en een stuk of wat gedichten, uitgegeven door BnM Uitgevers te Nijmegen voor de prijs van € 20,(ISBN 9077907203)
Door Willem Kurstjens, De Limburger 22 december 2006
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties