De bloemlezingen overlappen elkaar ten dele. In de Breukers wordt de afgelopen 25 jaar belicht. Hij werkt momenteel aan deel II, dat de periode 1945-1980 zal beslaan; ik vermoed dat als dat deel uit is, er wederom een klein aantal gedichten in zowel dat boek als in de Komrij en in de Spiegel te vinden zijn.
Tot die tijd geven Komrij, Warren en Molegraaf het volgende beeld van de periode vóór 1980 en met Breukers erbij van 1980 tot 2006. Ik trof 207 gedichten aan die in twee van de drie bloemlezingen voorkomen, in chronologische volgorde op geboortejaar:
Guido Gezelle, 1830-1899: Gij badt op ene berg, Ik misse u, Die avond en die roze; Pol de Mont, 1857-1931: Ballerinen; Willem Kloos, 1859-1938: Ik ween om bloemen; Augusta Peaux, 1859-1944: Eenzaam kerkhof; Jacques Perk, 1859-1881: Aan de sonnetten, Sanctissima virgo; Hélène Swarth, 1859-1941: Sterren; Frederik van Eeden, 1860-1932: Aan N. Beets; Prosper van Langendonk, 1862-1920: Maskers; J.A. dèr Mouw, 1863-1919: 'k Ben Brahman. Maar we zitten zonder meid ...; Herman Gorter, 1864-1927: Gij staat zo heel, heel stil ..., Zie je ik hou van je ...; J.H. Leopold, 1865-1925: Schepen liggen er; waarom zo ..., Om mijn oud woonhuis peppels staan ..., O nachten van gedragen extase ...; J.B. Schepers, 1865-1937: Uit Brabant; Albert Verwey, 1865-1937: Jonge Prins, Het raadsel; Giza Ritschl, 1869-1942: Eens danste ik in een Csárda ..., Een vogel kwam in mijn kamer gevlogen ...; J.H. Speenhoff, 1869-1945: De liefde; J.K. Rensberg, 1870-1943: Verraad van Fabrieksgeheim; Jopie Breemer, 1875-1957: De Ruyter, Het gapen; Omer Karel de Laey, 1876-1909: Ideaal; Jan Prins, 1876-1948: De Bruid; Karel van de Woestijne, 1878-1929: Koorts-deun, Ik ben met u alleen, o Venus, 'k Zit met mijn lamme benen, Geur van het reeuwse beest; Jacob Israël de Haan, 1881-1924: De zingende danser, Aan ene jonge visser; Willem Elsschot, 1882-1960: Moeder [Als vader slaapt...], Het Huwelijk; Geerten Gossaert, 1884-1958: Cadente Lucifero, Madeleine la Posticheuse; Jan van Nijlen, 1884-1965: Bericht aan de reizigers; J.C. Bloem, 1887-1960: Dichterschap, De Dapperstraat; J. Greshoff, 1888-1971: Liefdesverklaring; A. Roland Holst, 1888-1976: De eenhoorn, Kroonjaar; Richard Minne, 1891-1965: Gogol; J.W.F. Werumeus Buning, 1891-1958: Zo tedere schade als de bloemen vrezen ...; Paul Verbruggen, 1891-1966: Homo tragicus; Martinus Nijhoff, 1894-1953: Twee reddelozen, Het kind en ik, Florentijns jongensportret, Impasse, De moeder de vrouw; Paul van Ostaijen, 1896-1928: Marc groet 's morgens de dingen, Polonaise, Alpejagerslied; Hendrik de Vries, 1896-1989: Koorts, Mijn broer; Gerard Bruning, 1898-1926: Het gezang der verminkte jongetjes; A.J.D. van Oosten, 1898-1969: Anita Petita; J. Slauerhoff, 1898-1936: Woningloze; S. Vestdijk, 1898-1971: Zelfkant, Marchefunèbre; Victor J. Brunclair, 1899-1944: Dorpsdans; H. Marsman, 1899-1940: 'Paradise Regained', Herinnering aan Holland; E. du Perron, 1899-1940: De Franctireurs, Het Kind dat wij waren; Gerard den Brabander, 1900-1968: Lied; Jan Engelman, 1900-1972: Vera Janacopoulos; Maurice Gilliams, 1900-1982: Gedroomd geluk, Tristitia Ante; Willem Hussem, 1900-1974: zet het blauw ...; Jo Landheer, 1900-1986: Dit is het bitterste op aarde ...; Ida Gerhardt, 1905-1997: Vogelvrij, Studentenkamer; Han G. Hoekstra, 1906-1988: De ceder; N.E.M. Pareau, 1906-1981: Voorval; Halbo C. Kool, 1907-1968: Oude heertjes in 't voorjaar, Blonde jongen; M. Vasalis, 1909-1998: Fanfare-corps; Paul de Vree, 1909-1982: Dagelijkse Berezina; J.B. Charles, 1910-1983: De zonnebril van plastic; Annie M.G. Schmidt, 1911-1995: Erwtjes; Jan Hanlo, 1912-1969: Wij komen ter wereld; Sonja Prins, 1912: portret; Frans Buyle, 1913-1977: Hulpkreet; Jan G. Elburg, 1919-1992: gelovig soms; Jos de Haes, 1920-1974: Een kus in Ter Kameren; Max Schuchart, 1920-2005: Het Chinese theekopje; Jan Willem Schulte Nordholt, 1920-1995: Middeleeuws schilderij; Bergman, 1921: Reisbrief; Hans Warren, 1921-2001: Voor een jonge dichter, Natuurlijk, De vondst in het wrak; Christine D'haen, 1923: Daimoon Megas; Gerrit Kouwenaar, 1923: men moet, totaal witte kamer; J.A. Emmens, 1924-1971: Meesterwerk; Lucebert, 1924-1994: ik tracht op poëtische wijze ...; Sybren Polet, 1924: Lady Godiva op scooter; Jan Eijkelboom, 1926: Woordjes leren; F. Harmsen van Beek, 1927: Beauty and Decay, Dirkje Kuik, 1929: Houtsnijder; Piet-Hein Houben, 1931: Steeds; Th.A. Sontrop, 1931: De eikel spreekt; Rein Bloem, 1932: Logopoeia; Judith Herzberg, 1934: Liedje; Rutger Kopland, 1934: Juffrouw A, Jonge sla; Leo Ross, 1934: Requiescat; Walter Haesaert, 1935: Zij was de tederste van alle tederheden ...; C.O. Jellema, 1936-2003: Zomernacht; K. Schippers, 1936: No, no Nanette; Bernlef, 1937: Prachtig; Jean-Paul Franssens, 1938-2003: Rooie plukken alle kanten op; Hendrik van Teylingen, 1938-1998: Exit Testudo graeca; Victor Vroomkoning, 1938: Vuilniszakken, Bedrijvigheid; Kees van Kooten, 1941: Aan het werk; Eddy van Vliet, 1942-2002: Dood; J.A. Deelder, 1944: De hardnekkige Samaritaan; Anton Korteweg, 1944: Op verzoek; Neeltje Maria Min, 1944: Diep in de put waar haar gebeente ligt ...; Frans Budé, 1945: Oever; Peter M. Heringa, 1945-1987: Een dronk op het terras van La Concorde; Frank Koenegracht, 1945: Het vermoeden van Koenegracht; Jan Kal, 1946: Voortplanting; Gertrude Starink, 1947-2002: de twintig scherven passen in elkaar ...; Anneke Brassinga, 1948: Blijde boodschap; Koos Geerds, 1948: Kakkerlak, Asielzoekers; Paul Marijnis, 1948: Dichter; Huub Beurskens, 1950: Hollandse wei; Stefan Hertmans, 1951: Mijn beurt, Pogrom; Chris Honingh, 1951: Kampioen; Jean Pierre Rawie, 1951: No second Troy; Lut de Block, 1952: Vrouwen, de gevulde van veertig...; Miriam Van hee, 1952: De eerste lentedag; Luuk Gruwez, 1953: Het troostconcours; Tonnus Oosterhoff, 1953: Naar mijn mening moet iedereen vanaf heden ..., Kritiek; L.F. Rosen, 1953: Boorziek mensdom; Benno Barnard, 1954: Behalve de haan; Renée van Riessen, 1954: De vrouw en de trommel; Koen Stassijns, 1954: Dit huis; Guido de Bruyn, 1955: Het achterwerk; Wouter Godijn, 1955: Eilanden; Arthur Lava, 1955: Glamour; Pieter Boskma, 1956: Mager sujet, Verstrikt; Arjen Duinker, 1956: De steen bloeit; Rabin Gangadin, 1956: Ik ben opgehouden te denken ...; Herman Brusselmans, 1957: Een wonder; Marjoleine de Vos, 1957: Kooklust; Maarten Doorman, 1957: Het verleden en de jeugd...; Johan Joos, 1957: Opinie; Piet Gerbrandy, 1958: Uit logeren; Tom Lanoye, 1958: Waf waf waf, Poker, Programma; F. Starik, 1958: Goed met de dood; Wim Brands, 1959: De jas; Erik Menkveld, 1959: Alles mag je worden; Marc Tritsmans, 1959: Merel; Dirk van Bastelaere, 1960: Nachtzusters, Op de rechte plaats; Willem de Geus, 1960: Glorie; Jan Kostwinder, 1960-2001: Wake; André Verbart, 1960: Kwellingen; Nachoem M. Wijnberg, 1961: Race; Arjan Witte, 1961: Kikkerbloed; René Huigen, 1962: De buik der poëzie, Gesneden koek; Peter Verhelst, 1962: Zorro; Joost Zwagerman, 1963: De dichter heeft te regelen, Zeven Joosten; René Puthaar, 1964: Zondagskind; Koenraad Goudeseune, 1965: Zelf dichter worden; Erwin Mortier, 1965: Signalement van het lijf; Menno Wigman, 1966: Bijna dertig, Jeunesse dorée, Misverstand; Victor Schiferli, 1967: Rekwisieten, Onze moeders; Ilja Leonard Pfeijffer, 1968: afscheidsdiner, sjonnieboy, air, vuurvogel; Jan Lauwereyns, 1969: Eindejaarsfeesten; Mark Boog, 1970: Klein huis, Water, aspirine, jou; Ingmar Heytze, 1970: Solliciteren, Nocturne, Arnon Grunberg, 1971: al die mensen; Jan Geerts, 1972: Een vogel; Jo Govaerts, 1972: Waar ik naar verlang vandaag ...; Dimitri Verhulst, 1972: Liefde over duizend jaar; Maria Barnas, 1973: Twee zonnen; Alfred Schaffer, 1973: Kies nu een gedachte; Jannah Loontjens, 1974: Solipsist, Nieuwjaarsnacht; Ramsey Nasr, 1974: Maak mijn moeder; Mustafa Stitou, 1974: Affirmaties, Koppig; Lernert Engelberts, 1977: Herschrijving van Ulysses; Bas Belleman, 1978: Mobieltje
Net als bij het lijstje van gedichten die in alledrie de bloemlezingen voorkomen, blijkt uit deze lijst vooral de eigenzinnigheid van de vier bloemlezers: bijvoorbeeld J.H. Leopolds prachtvers 'O, als ik dood zal, dood zal zijn ...' staat niet in de Spiegel, wel in de Komrij. Slauerhoffs 'De schalmei' daarentegen wel in de Spiegel, niet in de Komrij.
Terwijl ik met dit onderzoek bezig was werd ik erop gewezen dat je niet alleen naar de gedichten moet kijken, maar ook naar de in de bloemlezingen opgenomen dichters. Een goed argument: een dichter als Gerrit Achterberg, die in zowel de Komrij als in de Spiegel met het maximum van tien gedichten is opgenomen komt in bovenstaande overzicht niet voor.
De onderstaande 82 dichters hebben verzen in zowel de Komrij als in de Spiegel en de Breukers. Met tussen haakjes het aantal gedichten in elk van die drie anthologieën:
Jan Baeke (4-1-6)
Benno Barnard (3-2-3)
Maria Barnas (2-1-1)
Dirk van Bastelaere (6-4-6)
Lut de Block (4-2-3)
Kurt de Boodt (1-1-6)
Mark Boog (4-1-6)
Pieter Boskma (6-1-5)
Wim Brands (4-2-6)
Anneke Brassinga (3-3-4)
Frans Budé (2-1-6)
Joris van Casteren (1-1-1)
Paul Claes (2-1-1)
Miguel Declercq (4-2-4)
Daniël Dee (2-2-1)
Maarten Doorman (4-3-3)
Bart FM Droog (2-2-4)
Charles Ducal (6-3-4)
Arjen Duinker (7-3-6)
Anna Enquist (5-3-2)
Henk van der Ent (3-2-5 [in Komrij en Breukers onder ps. Marieke Jonkman, in Spiegel onder ps. Anton Ent])
Rabin Gangadin (3-1-3)
Koos Geerds (4-2-3)
Piet Gerbrandy (6-3-5)
Peter Ghyssaert (8-3-6)
Wouter Godijn (3-2-3)
Ruben van Gogh (6-3-6)
Koenraad Goudeseune (2-2-4)
Elma van Haren (4-2-6)
Stefan Hertmans (5-3-6)
Ingmar Heytze (7-4-6)
Tjitse Hofman (1-1-3)
Peter Holvoet-Hanssen (4-2-6)
Chris Honingh (3-1-1)
Cees van Hoore (2-2-4)
Philip Hoorne (3-2-6)
Piet-Hein Houben (3-1-1)
René Huigen (7-1-6)
Esther Jansma (5-3-2)
Johan Joos (3-1-4)
Hester Knibbe (2-1-4)
Antoine de Kom (2-2-2)
Marcel Koopman (2-1-4)
Astrid Lampe (1-1-3)
Tom Lanoye (8-4-4)
Jan Lauwereyns (3-1-5)
Joke van Leeuwen (3-1-2)
Peter van Lier (3-2-3)
Tomas Lieske (3-1-1)
Jannah Loontjens (3-1-4)
Erik Menkveld (6-2-3)
Erik Metsue (1-1-4)
K. Michel (4-2-6)
Erwin Mortier (3-1-3)
Ramsey Nasr (4-2-2)
Tonnus Oosterhoff (8-3-6)
Hagar Peeters (4-2-3)
Ilja Leonard Pfeijffer (8-4-6)
René Puthaar (5-2-3)
Renée van Riessen (2-2-6)
L.F. Rosen (4-1-6)
Alfred Schaffer (4-2-6)
Victor Schiferli (3-1-4)
Patty Scholten (6-2-6)
Erik Spinoy (3-2-6)
F. Starik (2-2-6)
Mustafa Stitou (5-1-3)
Toon Tellegen (7-7-4)
Mark van Tongele (3-4-6)
Peter Verhelst (7-2-5)
Dimitri Verhulst (4-1-2)
Jos Versteegen (2-1-3)
Marjoleine de Vos (1-2-3)
Victor Vroomkoning (2-2-9 [in Breukers 6 onder eigenlijk pseudoniem + 3 van Stella Napels])
Henk van der Waal (1-1-2)
Rogi Wieg (7-7-3)
Menno Wigman (7-2-6)
Nachoem M. Wijnberg (6-4-3)
Arjan Witte (3-1-3)
Michaël Zeeman (2-2-1)
b. zwaal (2-1-3)
Joost Zwagerman (4-2-3)
Wederom gaat het hier om dichters die in of na 1980 en vóór september 2003 debuteerden. Het aantal dichters dat in zowel de Komrij als in de Spiegel staat bedraagt circa 387. In de Spiegel staat werk van - als ik goed geteld heb - 456 poëten.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties