De gedichten van Hans Faverey (1933-1990) zijn moeilijk omdat ze 'betekenisloos' zijn. 'Onthechtingsoefeningen' noemde hij ze zelf.
Onthechting om het eeuwige te laten blijven. Immers, alleen in het betekenisloze kan het tijdloze wonen. Het doet me aan de ijle teksten van Beckett denken, die met zijn gezwijg probeert 'gaten in de werkelijkheid te boren'. Dat paradoxale kenmerkt de gedichten van Faverey. In een spaarzaam interview, over de vraag wat hij wilde dat er in een gedicht moest gebeuren', antwoordde hij: 'Een ontstaan en een verdwijnen, waarschijnlijk.
Maar dat 'Zenboeddhistische paradoxale' (aantoonbaar een van zijn bronnen), is het toch ook weer niet niet helemaal bij Faverey. Er wordt ook een sterk beroep gedaan op het 'Verstehen' zoals de Romantici het noemen. Want hoe moet ik anders verklaren dat zijn bundeltitel 'Chrysanten, roeiers' zo verpletterend goed is? Bedenk zelf eens twee zulk wildvreemde woorden die zo goed paren. Het lukt je niet.
Op deze of gene oever:
zo'n gladde machine.
Eentje die afgekoeld is,
zich nu afdroogt.
Daarna gaat hij liggen;
gaat zij liggen.
Hans Faverey, Verzamelde gedichten (2000)
Dit gedicht ontroert, hoewel en omdat het zich volledig aan de wereld onttrekt: het maakt niet uit waar de scène zich afspeelt ('op deze of gene oever'), het doet er niet toe welke mensmachine aan de beurt is, of het een mannelijk type is, of een vrouwelijk. En neem dit gedicht:
De leeggepompte luchtsluis
(totdat iemands hersens,
longen, lever, milt
hem niet meer erkennen;
hem niet meer kennen.
Hans Faverey, Verzamelde gedichten (2000)
Dat 'hem niet meer kennen', die ontkenning, is beklemmend. Dat wat was, een leven, valt uiteen in losse elementen, die plotseling elkaar 'niet meer kennen'. Het is zo koel, zo achteloos dat het iets 'doet'.
Totdat.Halt.
Zo begint het: 'totdat'.
Dat is n.l. zijn begin.
Vers 2 luidt: 'halt'.
En door stopbewegingen te maken
komt het inderdaad tot stilstand.
Hans Faverey, Verzamelde gedichten (2000)
Dit gedicht klopt zo ontzettend: het ontbreken van de spatie in de titel - een spatie zou te veel ruimte geven -, de afkorting 'n.l.' - had er 'namelijk' gestaan, dan zou het gedicht aan kracht inboeten -. Juist dit soort ingrepen maken dat Faverey zulk een ontzettend goede dichter is. Hij is zo precies, zo afgewogen, dat het windstil wordt in zijn gedichten.
Het is verleidelijk zijn bekende gedichtenreeks Man & dolphin / mens & dolfijn te verbinden met bijvoorbeeld Jan Hanlo's 'Oote oote boe'. Maar Faverey bevindt zich beslist ergens anders op het spectrum, om zo niet te zeggen aan de overzijde. 'Oote oote boe' is een taalspel, kinderlijk en eerlijk, omwille van het taalspel. Een schuw l'art pour l'art. – Ook Faverey speelt een taalspel, maar het is zoveel doordachter. Het taalspel is hier middel. Maar lachen mag.
Hieronder het eerste gedicht van Man & dolphin / mens & dolfijn.
Ball; say: ball.
(Bal; zeg: bal).
Je moet 'bal' zeggen.
Dolfijn, zeg eens bal.
B/a/l: bal. Hé,
dolfijn, zeg nou eens 'bal'.
Hans Faverey, Verzamelde gedichten (2000)
Foto © Daniel Simonin
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Leuk. Ik vind het vreemd dat men de verzen van Faverey altijd zo moeilijk noemt, ik vind ze nl vrij toegankelijk en direct te genieten, zeker vergeleken met het meeste wat tegenwoordig geschreven wordt door dichters, dat vaak neerkomt op gezochte troebelheid. Ook wordt altijd de nadruk gelegd op de meest verstilde verzen van Favery, maar hij is meer dan verstilling. Er trilt en blinkt iets in zijn stilte. Iets van magie: het laten verschijnen en verdwijnen van dingen is geen droog talig proces, maar is een daad van rebellie tegen de onveranderbare werkelijkheid, een transcendente handeling die priesterlijke en mystieke dimensies heeft. En wat dacht je van een vers als dit:
Op een dag was het nacht.
Ik leek juist op het punt
mijn eerste vis te gaan
vangen. Ineens
valt alles tegen.
Tot onthaken kwam
ik niet meer.
Ik keer huiswaarts,
neuriënd in mijn slaap,
om het duister te aan-
bidden, met bonzend hart.
(uit Springvossen, nagelaten gedichten)
Verder vroeg ik mij af of er veel is geschreven over Van Ostaijen vs Faverey. Daar is een duidelijke invloed. In de nagelaten gedichten:
Masten; vleugels:
tergend langzaam herhaald
en herinnerd. Het allang
stalwaarts gedraafde
hinniken; het strand:
op een oor na
het strand. Hooi:
hier is geen hooi.
Ik sla naar een mug
die mij hindert:
mijn lamp. Ik gaf
toch weinig om de dingen
zoals ik die hielp aan-
treffen en leerde wegmaken.
Geplaatst door: Alexis de R | 6-10-06 om 8:59
Vragen aan Sander Bisscheroux:
-Waaruit blijkt dat Zen een van Faverey's bronnen is?
-In hoeverre houdt alles wat verpletterend goed is verband met het Verstehen der Romantici?
-Waarom paren de woorden 'chrysanten, roeiers' zo goed met elkaar? (Waarom de woorden 'honden, loodgieters' minder?
-Waarop berust de ontroering die het gedicht Op deze of gene oever tweegbrengt?
-Waarom vervang je bij De leeggepompte luchtsluis 'hem' door 'elkaar'?
-Waarom zou een spatie in de titel 'Todat.Halt' teveel ruimte geven?
-Is iemand die precies en afgewogen schrijft juist daarom een ontzettend goede dichter?
Geplaatst door: Rutger H. Cornets de Groot | 6-10-06 om 11:47
@Rutger, op vraag drie (waarom paren chrysanten en roeiers beter met elkaar dan het door jou voorgestelde paar 'honden, loodgieters';- muzikaliteit naar mijn gevoel. Chrysanten vloeit als woord (als akkoord) vlot over in het akkoord roeiers, die beide woorden houden zich min of meer ook op in hetzelfde gebied, inhoudelijk bedoel ik. Roeiers zijn in een 20ste eeuwse provinciale stad een soort luxe, chrysanten zijn dat in de katholieke hocus pocus ook.
Op je andere vragen moet ik het antwoord schuldig blijven.
Geplaatst door: Koenraad Goudeseune | 6-10-06 om 22:45
Dat is alleszins vergeeflijk, Koenraad, je bent tenslotte niet de schrijver van het stuk.
Geplaatst door: Rutger H. Cornets de Groot | 6-10-06 om 22:54
Ook ik vind de gedichten van Faverey over het algemeen vrij toegankelijk en vooral wonderschoon.
Ben benieuwd of iemand al eens een relatie gelegd heeft tussen de gedichten van Faverey en de schilderijen van Hopper. Mij komt het voor dat vooral de vervreemding, verstilling, derealisatie in beider werken zo sterk aanwezig is, zo voelbaar is.
Geplaatst door: Sjaak Lauwers | 22-12-06 om 2:30