Erik Jan Harmens (1970) heeft tot nu toe twee bundels op zijn naam, In Menigten (2003) en Underperformer (2005). Hij schrijft poëzierecensies en interviewt voor De Avonden wekelijks dichters. Volgend jaar verschijnt zijn eerste roman en niet veel later zijn derde dichtbundel.
(1) Met welk gedicht van uzelf zou u zich aan de lezers willen voorstellen?
Met het openingsgedicht van de cyclus 'Underperformer' uit de gelijknamige bundel.
maak je geen zorgen moedertje
je kind maakt het goed
het zit op dwarsfluitles
en betaalt trouw de contributie
alleen gaapt-ie als het nacht wordt naar de maan
hij fotografeert 'm niet en hij stelt er verder geen vragen over
het is alsof het staren naar de maan hem geruststelt in die zin dat de maan er ís
verder los van die maan
hij zou ook naar de kraan kunnen kijken
naar de wekker of mijn toet
je hebt mensen die van veranderingen houden
dat zijn normloze brute honden
(2) Waarom poëzie?
Een wereld zo zwart als deze kun je maar het beste bezingen.
(3) Welke dichters behoren tot uw inspiratiebronnen. Zou u kunnen uitleggen waarom en op welke wijze zij uw eigen werk beïnvloeden?
De Amerikaanse dichter Paul Beatty, H.H. ter Balkt, Erik Lindner en Ilja Leonard Pfeijffer. Beatty om z'n taalvirtuositeit, Ter Balkt om de inzet die uit ieder woord in zijn gedichten tettert, hij leerde me dat poëzie zonder inzet de waarde heeft van een lege vuilniszak, Lindner omdat het niet altijd hoeft te denderen en om het belang van details en tenslotte Pfeijffer, om het betere beukwerk, en omdat poëzie zonder pretentie de waarde heeft van een lekgeprikte regenjas.
(4) Welk gedicht van een andere dichter zou u in de online bloemlezing der Nederlandstalige poëzie willen laten opnemen?
Het gedicht 'Sonnet van dezelfde vrienden' van Rogi Wieg uit de bundel Spek van mooie zijde (uitgeverij Van Oorschot, 1993), het gedicht dat volgt op een al even mooi gedicht getiteld 'Sonnet van twee goede vrienden'.
SONNET VAN DEZELFDE VRIENDEN
Het is nooit gebeurd dat ik mij reeg
aan je mond zonder iets van schoonheid,
of dat ik naast je neerviel en leeg
de nacht inging, zodat jij later, bevrijd
van mij, onder lamplicht een boek las.
Ik blijf je strelen, je keel slikt
mij weg. Niet alsof ik drank ben die genas
wat in jou warm en verdikt
door anderen werd achtergelaten,
maar alsof het ging om klein genot
dat zich afspeelt in seconden. Een lot
dat ik deel met mezelf die het verlaten
land afzoek naar jou, een oude minnaar,
wiens vlees en bloed ik in mijn strot bewaar.
Foto © Chris van Houts
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties