Pem Sluijter (1939) begon als leerling-journalist bij Het Parool; ging in die tijd naar Israël en keerde later terug om te werken voor Elseviers Weekblad. Reportages over het vrouwenleger, dijkenbouw in de Dode Zee (zoutpannen), nachtpatrouille met de grenspolitie en de Israëlische Arabieren als tweederangs burgers waren haar onderwerpen. Verder hield Sluijter interviews met onder anderen president Shazar, historicus en literator; Yael Dayan, schrijfster; en de kunstschilder Mordechai Ardon.
Ze werkte als persvoorlichter bij Buitenlandse Zaken, was medeoprichter en eindredacteur van het ontwikkelingsblad Vice Versa bij de Stichting Nederlandse Vrijwilligers. Voorts werkte zij voor periodieken als Wending en Delfts Cahier. Sinds de tweede intifadah is zij bestuurslid van een stichting die Palestijnen zonder noemenswaard inkomen ondersteunt.
In 1997 verscheen haar eerste bundel Roos is een bloem bij de Arbeiderspers, en in 2004 bij dezelfde uitgever de tweede, Het licht van Attika. Roos is een bloem kreeg in 1997 de C. Buddingh’-prijs voor poëziedebuten. Een derde bundel, Nachtbraak, gedichten bij foto’s van de overleden fotograaf-criticus beeldende kunst, Bas Roodnat, werd in 2003 bibliofiel uitgegeven door Van Zanten, Beesd. Nieuw werk, Zomergedichten, is in voorbereiding. Zie voor meer informatie over Pem Sluijter: www.pemsluijter.nl
(1) Met welk gedicht van uzelf zou u zich aan de lezers willen voorstellen?
Eerbetoon aan stenen
Wij drentelden aan de voet van Poseidons zuilen
(hij schudde de landpunt met zijn drietand op)
vonden geen beschutting bij de immense pilaren
van het vergane heiligdom.
Nog een uur voordat de zonnewagen
in zijn baan om de aarde striemend rood op
de kim achterlaat en Venus in het donker
gelegerd, helder verlicht.
Smoorhitte vertraagt onder hoeden en petten
onze hersenactiviteit nog door onbestemdheid versterkt.
Tijddodende bezichtiging tussen nagelaten stenen van tombes
en tempels brengen goden en mensen niet thuis.
Zijn dat zwarte zeilen die achteloos
aan de horizon verschijnen? Uit het historisch graf
opgestaan, houdt koning Aigeus een hand tegen de zon
boven zijn ogen. Zoon! Ach mijn zoon is gebleven –
Een toerist schraapt tussen chaotisch
rondliggend puin brokstukken groter dan gruis,
zoekt op de grond scherp terechtgewezen:
deze plek mag alleen leven op foto’s van stenen.
De aandrift om zo’n steentje in je zak te stoppen is welbeschouwd even absurd als het maken van een foto ervan. Zo’n steentje heeft immers slechts betekenis voor de persoon die het opraapt. Het nageslacht heeft er geen binding mee. Het moet op gezag van de erflater aannemen dat zo’n steentje van kaap Soenion afkomstig is. Het als bewaker aangestelde vrouwtje wees iedere bukkende toerist met schelle stem op het vergrijp tegen de klassieke oudheid. Zij hielp daarmee voorkomen dat het openluchtmuseum werd kaal geplukt.
De dichter Byron was destijds helemaal brutaal geweest. Hij had zijn naam in een restant pilaar van Poseidons tempel gekrast. De Grieken van toen spraken er schande van, noemden het infaam gedrag. De Griekse VVV van deze eeuw ziet het anders. Zij adverteert gretig met zijn naam-in-de-zuil en trekt er drommen toeristen mee aan. Ik vind het aardig om me met dit gedicht voor te stellen. Het is ook een gedicht dat aan de titel van de bundel waarin het staan ( Het licht van Attika) een onderkomen geeft.
(2) Waarom Poëzie?
Poëzie stemt af op beknopt taalgebruik. Je moet als dichter een passie hebben voor de economie van vorm en woorden. Je beoefent een denksport zoals schaken of dammen. Al doende ontwikkel je prosodie en stijl. Wanneer Dante zegt: la sua voluntade e nostra pace (uw wil is onze vrede) staat achter deze regel een grote filosofie, namelijk die van Thomas van Aquino, maar er is poëtisch gezien geen verschil wanneer Shakespeare (met Seneca achter zich) zegt: As flies to wanton boys, are we to the gods;/ They kill us for their sports (wij zijn voor de goden, wat vliegen zijn voor bandeloze jongens; /een sport voor hen om ons te doden). Het gaat hierbij niet om de kwaliteit van de denkers (Van Aquino is een diepere denker dan de Stoïcijn Seneca) maar om het perfecte taalgebruik dat uitdrukking geeft aan een permanent menselijke impuls. Emotioneel zijn beide dichters even sterk, even waar, even informatief. Waarom poëzie? Daarom.
(3) Welke dichters behoren tot uw inspiratiebronnen. Zou u kunnen uitleggen waarom en op welke wijze zij uw eigen werk beïnvloeden?
Dichters die ik voor het eerst of met hernieuwde belangstelling lees, zijn die uit het interbellum. Bijvoorbeeld Marsman. Hans Lodeizen is een moderne dichter uit mijn jeugd. Hij wist dat hij vroeg dood zou gaan, en dat omgaf zijn werk met een aureool. Verlies van een nog op de toekomst gericht leven schonk hem een grote gevoeligheid voor détails, die in het verscherpende en dempende licht van naderend afscheid , als het ware neergekrabbeld in de marge, steeds meer gewicht krijgen. Kouwenaar heb ik leren lezen. Van Teylingen, -de baron fietst rond- met zijn luchtige ironie over grote vragen; Reve die zuster Immaculata dichtte, en Herzberg, die haar gram tegen de uitzetting van Taïda Passic vlak voor het eindexamen, poëtisch vorm gaf in de ingezonden brievenrubriek in NRCHandelsblad. Ik voel mee met George Lawson, directeur van Stichting Internationale Culturele Activiteiten, die stelt dat kunst en politiek in Nederland wel heel ver van elkaar afstaan. De kunst van nu zal de kant opgaan van hoe wij in de wereld staan en ons tot elkaar verhouden. Daar hebben de nieuwe Nederlandse schrijvers en dichters uit andere culturen een functie in. Het is ook fascinerend om te zien hoe sommigen zich in de Nederlandse geschiedenis verdiepen en literaire werken lezen, die als afgedaan worden beschouwd. Bovendien brengen zij ‘god’ terug in de Nederlandse literatuur.
Ik lees op het ogenblik gedichten van Heinrich Heine. Zijn betrokkenheid bij de tijd waarin hij leefde valt op. De Franse revolutie nam veel van zijn aandacht in beslag. De vrije geest meende hij in de vrije lucht van Frankrijk te kunnen inademen. Maar hij zag ook hoe die idealen ontspoorden in een gruwelijke afslachting. De romantiek en het nationalisme waren zaken waarmee hij streed; hij wilde graag van deze de vrijheid beteugelende tijdgeest af. Tegelijk beschreef hij het bloederig bedrijf van de guillotine, waaronder de koninklijke hoofden van de rompen werden gescheiden door het neersuizende hakmes. In “Een vinding van de heer Guillotin,” beschreef hij minutieus het werktuig en de hele procedure aan een Duitse vorst, bij wie de rillingen over de rug liepen.
Door wie ben ik beïnvloed? Je wordt beïnvloed door je tijd en door het denken van die tijd. Je probeert te schiften. In hoeverre en in welk opzicht is die tijd zijn tijd vooruit? Vrijheid en vrede wat zijn dat voor begrippen. Hoe worden ze gebruikt. Waar staan ze voor in de huidige context? Filosofische maar ook religieuze vragen. De relatie met de politiek. Rechtvaardigheid. Ook zo’n begrip. Wat is het ijkpunt ervan in onze tijd? Interessant zijn individuele landen en wat daar nu gebeurt. Een land als Rusland waar oorlogen, revoluties, regimes en ideologieën hebben huisgehouden. Hoe oriënteren de mensen zich nu? De tegenwoordige Russen dwepen nog steeds met Poeshkin, Achmatova, Dostojevski en andere grote Russische schrijvers uit een voorbij tijdvak. Of misschien moet ik zeggen: ‘weer’. Vallen ze daar op terug omdat wat deze schrijvers hadden te zeggen nooit uit het gezamenlijk geheugen is verdwenen? Ontlenen ze er denkbeelden aan die ze nooit echt zijn kwijt geraakt in de barre tijden van hun geschiedenis? Vormt die vergane wereld het ferment van een nieuwe cultuur; voor eigentijdse kunst en literatuur? Is het verleden een ankerplecht, een oriëntatie, een vertrekpunt? Het verschil tussen nu en vroeger is, zei T.S. Eliot, dat een dichter het bewustzijn van het heden inclusief het bewustzijn van het verleden in zich kan opnemen op een wijze, die het verleden van zichzelf niet kan tonen. De dichter moet dat bewustzijn verder ontwikkelen zolang hij dichter is. Hij moet zichzelf, zoals hij is, op een bepaald moment uitleveren aan wat meer waardevol is.
(4) Welk gedicht van een andere dichter zou u in de online bloemlezing der Nederlandstalige poëzie willen laten opnemen?
Na het voorgaande is het niet moeilijk in te zien waarom mijn keuze is gevallen op een gedicht van T.S. Eliot. Fragment deel II van ‘The Dry Salvages’ in de vertaling van Benno Barnard, die een prachtig stuk over Eliot schreef in het CS van NRCHandelsblad. Precies vijf jaar geleden.
Het lijkt wel, als je ouder wordt,
Of vroeger een ander patroon heeft, en niet meer een logisch verloop kent –
Laat staan een ontwikkeling: dit laatste een populair drogbeeld,
Bevorderd door vluchtige noties waarin evolutie
Voor de man in de straat een manier wordt om vroeger te laten vallen.
Geluk bij momenten – niet het gevoel van welbehagen,
Genoegen, voldoening, geborgenheid of affectie,
Of zelfs een uitstekend diner, maar de plotselinge verlichting –
We hebben het ervaren maar de zin gemist,
En benadering van de zin herstelt de ervaring
In een andere vorm, voorbij elke zin
Die we geluk toe kunnen dichten. Ik heb al gezegd
Dat de vroegere ervaring die herleeft in de zin
Niet de ervaring is van slechts één leven
Maar van vele generaties – en vergeet niet
Iets dat we waarschijnlijk nooit kunnen uitspreken:
De terugblik achter de geruststellende
Geschreven geschiedenis, de steelse terugblik
Over de schouder, op onze oeroudste angsten.
© Vertaling Benno Barnard
© Interview: Arnoud van Adrichem
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Wat een leuk mini interview. Ik heb de twee bundels van Pem gelezen en hier kan ik meer begrijpen van de bronnen van haar poëzie. Bedankt en gefeliciteerd!
Daniel
Geplaatst door: Daniel | 11-9-06 om 14:57