Thomas Möhlmann (1975): dichter, poëziemedewerker van het NLPVF en redacteur van poëzietijdschrift Awater en van de literatuursite www.literairnederland.nl. In 2003 won hij de Dunya Poëzieprijs en zijn gedichten verschenen in literaire tijdschriften als Ballustrada, Bunker Hill, Die Aussenseite des Elementes (Duitsland), Het Liegend Konijn, Kinbote, Krakatau, Lava, Mentor (Slovenië), Nymph, Ons Erfdeel, Passionate, That Dam Magazine en Tzum. Ook werden zijn gedichten opgenomen in meerdere bloemlezingen. Zijn debuutbundel De vloeibare jongen verscheen in september 2005 bij Uitgeverij Prometheus.
(1) Met welk gedicht van uzelf zou u zich aan de lezers willen voorstellen?
De vloeibare jongen
I
Na zijn versleten tooi en kleed te hebben
afgelegd, heeft hij zich licht gebukt gehurkt
bij de rivier gevoegd. Terwijl de veren drogen
vouwt
hij
zijn
kleine
woorden
tot bootjes, worden goedgevormde zinnen
in liefdevolle stomheid nagestaard.
Opstaan, geleidelijk vaste vorm verliezen
nu en wachten tot hij zich tussen de dunne
wanden van zijn huid als in een aangestoten
vissenkom wiegen kan.
Aan de oppervlakte van zijn onderarm
plaatst hij het lijfje van een vogel
om vlak voordat hij wegspoelt
een zelfbedacht geheim in te bewaren.
Uit: De vloeibare jongen, Prometheus, 2005.)
(2) Waarom poëzie?
Waarom opstaan? Waarom ademen? Waarom kijken? Waarom sex? Waarom liever sex met een mooi iemand dan met een lelijk iemand? Waarom het liefst met iemand die mooi is en waarvan je houdt, en die lekker ruikt? Waarom eten en drinken? Waarom liever champagne dan euroshopperwijn? Enzovoort. Plus: elk geslaagd gedicht is een onbeperkte mogelijkhedenmachine in het hoofd van elke ontvankelijke lezer, inclusief de maker.
(3) Welke dichters behoren tot uw inspiratiebronnen? Zou u kunnen uitleggen waarom en op welke wijze zij uw eigen werk beïnvloeden?
Ik denk dat elke dichter die je leest je beïnvloedt. (Ongeveer zoals elke regenbui waar je wel of niet doorheen wandelt, elk liedje dat je hoort, elk boek dat je leest, elke film die je ziet.) Ook zij die gedichten schrijven die je koud laten of die je verschrikkelijk vindt. Dichters die je goed vindt, lees en herlees je vaker, dus beïnvloeden die je natuurlijk wel sterker. Een paar van die dichters zijn in mijn geval momenteel Jan-Willem Anker, Jan Baeke, Mark Boog, Anneke Brassinga, Tsead Bruinja, S.T. Coleridge, Carlos Drummond de Andrade, Arjen Duinker, Hans Magnus Enzensberger, Hans Faverey, Wouter Godijn, Hans Groenewegen, Zbigniew Herbert, Esther Jansma, Frank Koenegracht, Yannis Kondos, Gerrit Kouwenaar, Erik Lindner, Erik Menkveld, K. Michel, Eugenio Montale, Pablo Neruda, Martinus Nijhoff, Tonnus Oosterhoff, Paul van Ostaijen, Cesare Pavese, Fernando Pessoa, Vasko Popa, Jacques Reda, Martin Reints, Alfred Schaffer, Toon Tellegen, Tomas Tranströmer, Anne Vegter, Menno Wigman en Nachoem Wijnberg. Hoe je inspiratie ontleent aan een andere dichter, verschilt per dichter en per gedicht. Toch een paar algemeenheden, die door de bondigheid al bij voorbaat geen van allen recht doen: Van Ostaijen duikt een paar keer vermomd in De vloeibare jongen op, het leren kennen van Nijhoffs poëtica zorgde een jaar of tien geleden voor verandering in mijn eigen denken over poëzie, Bruinja, Duinker of Vegter moet ik lezen om weer wat losser te komen als ik tijdens het schrijven vast zit in een te beperkt beeld, gedichten van Reints, Baeke en Lindner helpen me elk op een andere manier om nauwkeurig te blijven, dichters als Koenegracht, Michel of Kondos houden je hoofd open voor verrassende gedachtensprongen, Popa en Tellegen vieren het absurde zonder het concrete leven overboord te gooien, Herbert, Jansma, Wigman: het belang van ambachtelijk vakmanschap, Pavese, Neruda, Montale om je hart niet helemaal af te laten koelen, Schaffer om de spanning. Oh ja, en Anker omdat ik met hem sinds een paar maanden in een boeiende gedichtenwisseling verzeild ben geraakt.
(4) Welk gedicht van een andere dichter zou u in de online bloemlezing der Nederlandstalige poëzie willen laten opnemen?
Expeditie
We hebben onze expeditie grondig voorbereid.
We kennen de plek
waar we het spoor bijster zullen raken
waar we door de grappen heen zullen zijn
en een lawine ons gezelschap zal halveren.
Daar zal december blijven duren en de storm
zal onze sentimenten aanwakkeren
op een manier die onze geldschieters zal bekoren.
De nacht voor het vertrek richten we ons
met bloeddoorlopen ogen en bevroren neuzen
tot de sterren.
‘Sterren, sterk dit hart met symboliek.’
Daarna bellen we een land
dat de benodigde ontberingen in voorraad heeft
en trouwen op het laatste moment
geschikte vrouwen om achter te laten.
Jan Baeke, uit: Nooit zonder de paarden, de Bezige Bij, 1997
© Interview: Arnoud van Adrichem
© Foto: Sterre Parigger
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Reacties