Frederik Lucien De Laere (Brugge, 1971) debuteerde in 2003 met de bundel Paniek in het circus (PoëzieCentrum) en publiceerde daarvoor gedichten in literaire tijdschriften (De Brakke Hond, Deus ex Machina, Poëziekrant, en zovoort). Werk van hem werd opgenomen in de bloemlezingen Vanuit de lucht – de eerste generatie dichters van de eenentwintigste eeuw (Passage) en de Dikke Komrij (Bert Bakker, editie 2004). In augustus 2006 verscheen zijn tweede bundel, De martelgang, eveneens bij het PoëzieCentrum.
De poëzie van Frederik Lucien De Laere wordt omschreven als rauw, laverend tussen horror en humor, en bestrijkt een breed spectrum van onderwerpen. In de gedichten heerst een surrealistische en bevreemdende sfeer, die doet denken aan Paul Snoek en Gust Gils.
De Laere werkt in 2006 mee aan ‘dicht/vorm’, een project rond poëzie en animatiefilm. Voor de stad Damme schreef hij in opdracht het gedicht ‘Hondsdamme’, dat op tien panelen op tien verschillende lokaties in de stad uithangt, van juli tot november dit jaar (zie foto, CB). Hij maakt deel uit van de dichtersgroep Het Venijnig Gebroed (www.venijniggebroed.be) en staat veel op Vlaamse en Nederlandse poëziepodia.
1) Met welk gedicht van uzelf zou u zich aan de lezers willen voorstellen?
Met Dal der Beenderen uit De martelgang. Dat beschouw ik als een van mijn sterkste recente gedichten. Het is geënt op het visioen van Ezechiël maar deed iemand aan de Eerste Wereldoorlog denken. Het illustreert ook mijn nieuwe werkwijze bij het schrijven: informatie >>> inspiratie: ik doe grondig research over een bepaald onderwerp, filter de bruikbare elementen eruit, en ga dan aan de slag, d.w.z. dan begint het Dichten zelf.
Dal der beenderen
Dit is wat rest:
er rust een schat van een volk in dit dal als zalmen
bijeengedreven om te sterven, de laatste psalmen
klonken onder gemekker en gekerm.
Zouden we het kunnen wekken en herschikken
tot een ordelijk leger dat mordicus in elke steeg
zou opereren om met wortel en tak te verschroeien
nu eindelijk uiteindelijk de verschrikkelijke vijand?
Zouden we een knecht kunnen inhuren om uren
in de woestijn te sorteren en vervolgens
huid, vlees en spieren aan te hechten, zenuwpezen
te vlechten tot mannen met moordende manieren?
Zouden we vergeven wat hen is aangedaan
of laten we hen opstaan met goud in de mond
verdiend op de rug van de menigte aan de band,
het bloed en het zweet van de tot slaaf gemaakte staten?
We zijn nog in beraad,
zolang knaagt het geweten.
2) Waarom poëzie?
Een vogel zingt zoals hij gebekt is. Ik hou van de sprint. Een gedicht is voor mij een gebalde brok energie (voor van Marcel van Maele een 'heksenketel') dat op het papier (op het scherm) zijn neerslag vindt, de dichter is het registrerend medium. Vergelijk het met een atoom, een embryo, de prop in een vulkaan, een zwart gat... In mijn geval gaat het registreren behoorlijk snel, vandaar de vergelijking met een sprint. Ik ga achteraf zelden bijschaven, schrappen, prutsen. Daarom ook belanden vele afgewerkte produkten in de prullenmand.
3) Welke dichters behoren tot uw inspiratiebronnen? Zou u kunnen uitleggen waarom en op welke wijze zij uw eigen werk beïnvloeden?
Rainer Maria Rilke, Edgar Allan Poe, Jotie T'Hooft, Paul Snoek: de combinatie van surrealistische en zwartromantische elementen vormde een cocktail van blijvende invloed.
4) Welk gedicht van een andere dichter zou u in de online bloemlezing der Nederlandstalige poëzie willen laten opnemen?
'Heksenketel' uit Rendez-vous van Marcel van Maele. Het gedicht geeft op een treffende wijze het dichtproces weer.
Heksenketel
Zwijgende stemmen, porseleinen schelpen
op de oren, het geruis van oceanen.
Zo rollen ze aan, vloedgolven gedachten,
en spatten open. Hersenpan, heksenketel.
In een tongval geklemd, als belleman
vermaskerd en verkleed,
grijp ik één voor één de letters beet
en verword bij dit verwoorden.
Hier worden al mijn zinnen als vlinders gespeld,
in de schaal gegooid of behoedzaam bijgelegd.
Wenden en keren, verdichten en opengooien,
onvoorspelbaar van lettergreep tot lettergreep.
© Marcel van Maele
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties