In literair restaurant Nam Kee aangekomen, zetten Bof en Beenderhaven zich aan een zespersoons tafeltje, waaraan net twee plaatsen zijn vrijgekomen.Vier jongens van een jaar of twintig verorberen de laatste resten mie, rijst, groente, kip, vis.
Het is druk, warm, rumoerig. De veelal theedoekbleke serveersters haasten zich af en aan met bladen en schalen, waarop dampende spijzen of de resten daarvan. Schelle orders kaatsen heen en weer tussen keuken en eetzaal. Aan een grote, ovalen tafel naast hen bevindt zich een Chinese familie van ten minste drie generaties, die zich tegoed doet aan kleurrijke gerechten, luid lachend, foto’s makend; kleinkinderen in zondagse kleren kruipen onder tafel tussen benen door; grootvader vertelt.
In literair restaurant Nam Kee nemen Bof en Beenderhaven de kaart, bestellen bier en eten, praten met gedempte stem over sigaren, Van Beijnum, de tekstfabriek, de liefdes. Als naast hen de vier jongens opstappen gaan Bof en Beenderhaven iets ruimer zitten en veroorloven het zich iets harder te praten, maar al gauw wordt de andere kant van de tafel ingenomen door twee Engelsen, de een, zo’n vijfentwintig, de ander, vader, vijfenveertig. Dronken.
-Whayoufink, we gonna eatere innis shithole, woravanother beer and getthe hellout?
- Yeah, getthe hellout I shouthink, innit? Chink bastards anI tolyou Iwannetogo elsewhere, MacDonalds or summit.
- Wo, t’save a bitofun first, lad. Lady, two beers please aner, let’s see, a babi whatsit and a Chop Chuey, right?
- Fried rice or white rice please?
- Whatever. No, white lies please, just kiddin, innit.
Met gepaste interesse volgen Bof en Beenderhaven de conversatie. Hun eten wordt geserveerd. Vanuit hun ooghoeken houden ze tijdens hun maaltijd de twee in de gaten, die verrassend snel ook de bestelde gerechten en hun bier krijgen. Hun conversatie wordt door een combinatie van factoren - in een woord, metselen - onverstaandbaarder dan hij al was. Dan drinken ze hun glas uit en schuiven hun stoelen naar achteren. Achteloos groeten ze elkaar - see yinna minute, then - en terwijl de jongere zich naar achteren begeeft, waar zich de wc’s bevinden, loopt de ander naar de uitgang.
Bof en Beenderhaven kijken elkaar aan, een complot vermoedend. Na een minuut of vijf komt de serveerster aan de lange tafel staan, kijkt de twee met lichte paniek in haar ogen aan en vraagt,
- Heeft u de twee gasten zien weggaan?
- Eh, ja, de een ging naar buiten en de ander naar boven, naar de wc, geloof ik. Heb jij die laatste nog zien terugkomen?
- Eh, nee.
Ze heft de handen ten hemel, een oud Chinees gebaar dat op berusting wijst. Schrijvers. Allemaal hetzelfde.
In literair restaurant Nam Kee wordt het iets rustiger. Dan, als Beenderhaven zich even heeft teruggetrokken, zetten zich aan de plaatsen naast hen twee heren neer, wederom Engelsen. De een komt Bof vaaglijk, nee, zeer bekend voor. In zijn stoute schoenen dan maar, - Excuse me, are you Steve Rhys Jones?
- Steve? Yeah, I’m Steve Rhys Jones!
- Griff, you mean, verbetert de ander lachend, you mean Griff Rhys Jones.
- Right, sorry; I guess, zo ad rem is hij zelden, you’re here incognito, that must be why I didn’t recognize you.
Griff Rhys Jones, hier in literair restaurant Nam Kee. De Engelse komiek, de ene helft van het duo Alias Smith & Jones (niet te verwarren met hun meer intellectuele vakbroeders Fry & Laurie, a bit of). Wanneer Beenderhaven terugkomt stelt Bof hem op de hoogte van zijn vondst.
Bof en Beenderhaven raken in een gemoedelijk gesprek met Rhys Jones, losjes verwant aan de gedoemde chauffeur van prinses Diana, zoals hij ons toevertrouwt, en zijn vriend, die met hun schip in de haven liggen en een paar dagen Amsterdam doen, Van Gof museum, grachten, red light district, - strictly for research, of course. Een grapje.
Griff Rhys Jones, om hem voor deze keer bij zijn werkelijke naam te noemen, gedraagt zich naarmate de conversatie vordert steeds meer als de komiek die hij in zijn vrije tijd niet is. Draait met zijn ogen als hij een grapje maakt, gaat wat krommer aan tafel zitten, zijn ogen vorsend, schuin omhoog kijkend naar ons gericht, met een glinstering van plezier als hij vraagt wat wij, als echte Amsterdammers, hen nou zouden aanraden om te gaan bekijken in Amsterdam. We prijzen de
Bijlmer om zijn stedenbouwkundige blunders, we werken voor een architectenbureau tenslotte - Ah, that’s interesting, my office is on a monumental block in West London - en bedenken bijtijds dat de nieuwe eilanden een bezoekje waard zijn, The Whale, die meteoriet in een zee van bruine laagbouw, ah! Hun schip blijkt een bijbootje achter zich aan te slepen, zouden ze daarmee, vanaf het IJ, geen vergunningen nodig? Neuh.
A good time is had by all.
Alias Smith en zijn vriend rekenen eerder dan wij af, groeten vriendelijk en na nog wat kwinkslagen over en weer - bye Steve! - verlaten zij het pand.
In literair restaurant Nam Kee is het zowaar bijna stil geworden, gemoedelijk haast. De grote Chinese delegatie heeft haar plaats afgestaan aan een klein mannetje met een hoed op, in gezelschap van een grote, blonde vrouw met een hoed op. Ze peuzelen samen van een schaaltje gebakken inktvis.
Plannen worden die avond in hevige mate gesmeed.
© Onno Kosters
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Een begrijpelijk misverstand: Alias Smith and Jones was een TV-serie over cowboys & indians. Alas Smith & Jones (zonder i) de comedyserie met Mel & Griff.
Rowan Atkinson heeft ook zo'n fraaie restaurant scène waarin hij de ober speelt in een Tandoori Kitchen en reageert op onzichtbare klanten die zwaar bezopen zijn. 'You want chicken an' shit? Well, sir already has enough of the latter'.
Geplaatst door: Willem Groenewegen | 22-8-06 om 12:05