Dat poëzie nuttig is, is moeilijk hard te maken. De dichter F. Starik (1958) lukt dat echter zonder twijfel. Hij schrijft gedichten voor eenzame doden die zonder nabestaanden worden begraven. Meer zinvol kan poëzie nauwelijks zijn.
Een dichter die bij een doodskist staat van een onbekende. Als enige bezoeker. De dichter draagt een op maat gemaakt gedicht voor. Dit vertelt iets over de manier waarop we met elkaar omgaan, zegt Starik. Poëzie is hier geen franje. In het gedicht balt onze samenleven zich samen.
Starik is oprichter van de Poule des Doods waarin onder andere de dichters Maria Barnas, Adriaan Jaeggi en Hagar Peeters zitting hebben. Om beurt staan ze in Amsterdam naast een eenzame overledene en stuwen hem nog even het leven in. Met woorden.
Neem bijvoorbeeld de uitvaart van Michael N., geboren in 1976, waarschijnlijk afkomstig uit de Oekraïne.
Starik is erbij. Namens ons allen.
I.M. Michael N.
Woensdag 1 juni 2005, 9.30 uur, begraafplaats St. Barbara, Amsterdam.
Ik geef je een vader, kromgeschoffeld
aan altijd weer tegenvallende oogsten
van een weerbarstig land, een bittere man,
dikwijls dronken, ik geef je zijn eeltige,
zijn harde, harde hand.
Ik geef je een kleine stevige moeder
gewikkeld in donkere doeken, starend
over de toendra, ik geef je haar eeuwig
weeklagen, de klachten over de hitte,
de droogte, de winter, de koude, je vader.
Ik geef je een maaltijd, een stevige soep
van overgehouden aardappelen, van wortels
en knollen, van lang gekookte kool. Moeder
snijdt het brood. Het brood is oud. En vader
hij drinkt weer. Zijn soep wordt koud.
Ik laat je verhuizen naar een troosteloze
buitenwijk, een stad van haveloze flatgebouwen,
op lawaaierige trappen tussen overbevolkte
kamers de zelfde zware geur van soep, kool
of riool, je ruikt geen verschil.
Ik geef je een straat, auto’s op de stoep
rijp voor de sloop. Leeggelopen banden.
En ik geef je het verlangen dat uit rijden wil.
Weg van hier. Nooit meer goedkoop.
Ik geef je vrij reizen. Ik zal je ontsnappen.
Ik geef je een stad van vrijheid en voorspoed.
Ik geef je een plein, waar de welvaart bestaat uit
deur na deur een kroeg, de hel van peepshows,
disco’s, herrie, fastfood, gokpaleizen.
Ik geef je een eind en het eind komt te vroeg.
© F.Starik
© Recensie: Sander Bisscheroux
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
het is niet helemaal zo dat dichters -zitting hebben- in de poule des doods. doorgaans wordt aan dichters gevraagd een viertal uitvaarten te verzorgen.
de door sander bisscheroux genoemde namen zijn niet erg representatief. hagar peeters heeft ooit één gedicht gemaakt, maar kwam vervolgens bij haar uitvaart niet opdagen. (geen ramp overigens, het gedicht werd per mail aangeleverd en starik zelf kon de voordracht van haar gedicht waarnemen.)
adriaan jaeggi heeft een uitvaart verzorgd in het kader van zijn stadsdichterschap. maria barnas is -helaas!- slechts zelden beschikbaar, ook zij heeft nog maar één uitvaart gedaan, al houden wij de hoop levend dat het ooit nog eens gaat lukken.
op het maximale aantal (of in de buurt daarvan) kwamen onder andere: eva gerlach, menno wigman, neeltje maria min, simon vinkenoog, anneke brassinga, alfred schaffer, tsead bruinja, alfred schaffer.
op de helft vinden we onder andere erik lindner, ilse starkenburg, hans kloos, hans verhagen.
Geplaatst door: f. starik | 21-8-06 om 14:47