Patrick Lateur (1949) is classicus en leraar middelbaar onderwijs in Gijzegem. Hij publiceert dichtbundels, vertalingen en bloemlezingen. Informatie over zijn vertalingen staat hier. Meest recente bundels: Carmina Miscellanea (2006) en Kruisweg in de stad (2005), beiden verschenen bij Uitgeverij P in Leuven. Een compleet overzicht van zijn poëtische werk staat hier. Lateur is lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, het Guido Gezellegenootschap en is redacteur van Kunsttijdschrift Vlaanderen.
1. Met welk gedicht van uzelf zou u zich aan de lezers willen voorstellen?
Duiven
Het bekken op het warme plein in Rome,
de kille kamers van de vrome doden
geruild voor dit genadig onderkomen:
twee duiven in de kleur van lenteboden.
Hier neergestreken in een hevig licht
en nodeloos alert voor elk gerucht
of staande in een wankel evenwicht
de dorst verdrinkend na de laatste vlucht.
Het hier en nu blijft duren in een vrede
van tweezaamheid, in zuiverheid van water,
de lafenis voor alles wat verleden
is en geruisloos overgaat in later.
uit: Ravenna (2001)
2. Waarom poëzie?
Het woord is voor mensen het instrument bij uitstek om zich uit te drukken, zich te ontwikkelen en zich te blijven onderscheiden van andere levende wezens (dixit Isokrates). Het woord is dus uniek. Dat woord gebruiken op een gecondenseerde wijze, waarbij de taal gaat klinken en de gedachte zich verdicht, is een unieke bezigheid.
3. Welke dichters behoren tot uw inspiratiebronnen? Zou u kunnen uitleggen waarom en op welke wijze zij uw eigen werk beïnvloeden?
Tussen Homeros en Derek Walcott ligt er in ruimte en tijd een schat aan teksten. De wereld is eigenlijk één tekst, een netwerk van woorden en zinnen. Wat men ook leest, ergens blijft er steeds een gedachte, een indruk of een wending hangen. Wij zijn met zijn allen schatplichtig aan allen. Mij spreken de Oud-Griekse (onder meer Homeros en Pindaros), Italiaanse (onder meer Dante en Luzi) en Franse (onder meer Apollinaire en Char) dichters meer aan dan onze eigen literatuur. Daaruit hebben dan weer zowel vernieuwende (Gezelle, Van Ostaijen, Marsman) als meer klassieke dichters (Nijhoff, Gerhardt en Van Wilderode) me altijd erg geboeid. Een schitterende mix van de twee vind ik bij Van Herreweghen.
Ik doe toch aan namedropping, tegen mijn voornemen in. Maar die namen willen alleen duidelijk maken dat dichters die diep in zichzelf graven en daarbij de taal doen zingen, me sterk appelleren. Als daar bovendien een metafysische dimensie in steekt, zal ik mijn antenne nog scherper afstellen. Dat is de reden waarom ik ooit Pindaros vertaald heb en de reden waarom ik ooit onmiddellijk toezegde een leeseditie te verzorgen van het oeuvre van Van Wilderode. Vormelijk gezien was Pindaros revolutionair, Van Wilderode heel klassiek.
Hoe die beïnvloeding precies werkt valt moeilijk te zeggen. Inhoudelijk gaat elke dichter zijn eigen weg, denk ik. Zelf hou ik bovendien van geconstrueerde bundels waarin ik mijn verhaal kwijt wil. Vormelijk sta ik bij Van Wilderode, maar als classicus heb ik altijd gehouden van een vormvastheid, die men overigens ook bij andere klassieke dichters aantreft. Maar de laatste tijd komen er ook vrije verzen naar boven. Vormvastheid betekent niet dat men in zijn vorm vast moet blijven steken.
4. Welk gedicht van een andere dichter zou u in de online bloemlezing der Nederlandstalige poëzie willen laten opnemen?
'Zwart lam' uit Korf en Trog. Een jaargang (1992) van Hubert van Herreweghen.
Zwart lam
Op de wandelingen
in mijn klein leven
zag ik grote dingen
de wolf van Gubbio
het lam dat stond te zingen
op de Chaussée Brunehaut
een zwart lam – en het zong.
´t Was winter nog de korte maand
het regende ijs
een boogscheut achter Edingen
waar een geheim begint
van taal en tijd
van vliezen nat en jong.
Zie me daar dan
gebeeldhouwd in de kou
staan wenen om een lam
dat uit zijn moeder kwam
te vroege vrolijkheid
in de armen van een man
die het schoonwreef met stro.
Een zwart lam. En het zong
lamsgewijs.
© foto met toestemming van de auteur overgenomen
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties