Han van der Vegt (1961) is dichter en vertaler. Na acht jaar in Antwerpen te hebben gewoond is hij onlangs in ballingschap gegaan in Arnhem. Hij heeft tot nu toe vier dichtbundels gepubliceerd: Oker, Pilonder, Ratel & Experimenten en vorig jaar Exorbitans in de Contrabas bij BnM Uitgevers. Hij hoopt met enkele maanden Wormgoor uit te kunnen brengen en werkt in de Kleine Zaal van de Contrabas aan De Paladijnen. Regelmatig staan gedichten of essays van hem in literaire tijdschriften zoals Parmentier, De Revisor en DWB. Han van der Vegt treedt graag op en neemt dan zijn vrienden mee op het podium.
1. Met welk gedicht van uzelf zou u zich aan de lezers willen voorstellen?
Met het laatste gedicht uit Pilonder.
---
de ketel tussen ribbenkammen
trilt bloedverhit de moeren los
de drijfstang stoot omhoog
ontsnapte stoom
sist woedend door de hersenpan
de assen door de keel
schuren de kop schuin in zijn krans
het schroefblad van de tong
slijpt zich aan vlees
het vliegwiel hangt ontzet in zijn gewricht
de zuiger in de krop
stampt zucht na zucht de buizen door
de tonder huig
ontsteekt de klank
de mond klapt open als een val
de zanger zingt
2. Waarom poëzie?
Ik heb jarenlang allerlei dingen door elkaar geprobeerd, ik heb geschilderd, ik heb muziek gemaakt, ik heb proza geschreven. Poëzie werkt voor mij uiteindelijk het beste. Ik kan er dingen in doen waar ik in die andere vormen alleen maar aan kan raken. Zeker sinds ik lange, verhalende gedichten schrijf voel ik geen enkele behoefte meer om naar andere vormen te grijpen. Als ik optreed kan ik gelukkig nog samenwerken met muzikanten, acteurs en kunstenaars.
3. Welke dichters behoren tot uw inspiratiebronnen? Zou u kunnen uitleggen waarom en op welke wijze zij uw eigen werk beïnvloeden?
Homerus en Shakespeare, want je moet altijd hoog inzetten.
Uit Nederland: Achterberg, Marsman, Nijhoff, Lucebert, om even uiteenlopende redenen.
De vroege gedichten van Dylan Thomas zijn voor mij heel belangrijk geweest vanwege hun ronkende klank en hun brute lichamelijke beelden. Rimbaud, Trakl, Benn, Eliot, ik heb van iedereen gejat.
Peter Holvoet-Hanssen, want ik ken niemand die zoveel werkelijkheid en waanzin tegelijk in zijn gedichten kan stoppen. Dirk van Bastelaere, omdat hij je elke keer weer dwingt alles wat je schrijft opnieuw te overwegen. Andy Fierens, vanwege het gore lef en de lol.
4. Welk gedicht van een andere dichter zou u in de online bloemlezing der Nederlandstalige poëzie willen laten opnemen?
‘De rozen’, van Nijhoff. Een loepzuiver toneelstukje, heerlijk melodramatisch, hitsig en broeierig, en toch zeer precies. Ik stel me dit altijd voor als een relatie tussen een bankdirecteur en een relnicht, maar het kan natuurlijk ook anders.
De rozen
Hij zei me ‘Zolang deze rozen bloeiend zijn
groot en rood
zolang zal ook mijn liefde bloeiend zijn
groot en rood.’
Ze stonden stil in hun vazen
de rozen van mijn geluk,
toen kuste ik, waanzinnig van vreugde
toen kuste ik de rozen stuk
Ik heb in de bloemen gebeten,
ik proefde het bittere bloed,
En hij nam de doornige stelen
en sloeg mij, en dat was goed.
© foto: Sasker Scheerder
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
grappig interview!
mooie gedichten ook.
Geplaatst door: saske | 27-5-07 om 21:19