Frans Budé (Maastricht, 1945) debuteerde in 1984 met Vlammend marmer. Mei 2006 verscheen Blauwe rijst, zijn tiende bundel. Najaar 2005 werd zijn novelle Afrit uitgegeven. Ander werk van hem: Het perfecte licht (verhalen, beschouwingen over beeldende kunst, 1999), Alles gaande (2001) en De trein loopt prachtig binnen (2003). Bij gelegenheid van zijn zestigste verjaardag verscheen eind 2005 bij Rosbeek Books het door Hans Groenewegen en Marc Kregting samengestelde vriendenboek Men raakt elkaar geruisloos aan. Budé woont nog steeds in Maastricht, met zijn vrouw Riet Dolders.
1. Met welk gedicht van uzelf zou u zich aan de lezers willen voorstellen?
Met een zomergedicht uit mijn vorige bundel:
Onderweg
Aan het raam van de Greyhoundbus
het meisje uit Denver, wiegend over
de weg. Slingerend de rivier die
zij niet kent, meeloopt op haar walkman,
snerpt en danst, losjes door het land.
Steeds opnieuw een tunnel in, moment
verdwijnen, dan het licht, en de stroom,
onvoltooid, gaat anders klinken
rollende banden, wind op het tuimelraam
tegen alles aan, duikelend binnen. Zo de verte in,
slaat ze haar ogen op, een zuchtje wind alleen
een dag in augustus, lichte beroering,
en dwaalt weer af, de rest is nacht.
2. Waarom poëzie?
Heb even de neiging te zeggen: omdat ik bij een hoveniersbedrijf niet werd aangenomen. Maar de vraag is serieus genoeg. Ja, wat wil ik met poëzie? Wallace Stevens, de grote Amerikaanse dichter zei ooit: 'Het grote gedicht van hemel en hel is al geschreven, nu nog het grote gedicht van de aarde.' Die zoektocht houdt me bezig. Het gaat om de verbeelding, uitdrukking geven aan het raadsel dat het leven toch eigenlijk is, zoiets is het voor mijn gevoel.
3. Welke dichters behoren tot uw inspiratiebronnen? Zou u kunnen uitleggen waarom en op welke wijze zij uw eigen werk beïnvloeden?
Achterberg, Kouwenaar: hoe ze een gedicht technisch opbouwen. Hans Faverey, H.C. ten Berge vanwege het zuiverende, het helende, maar ook het verlangende dat in hun gedichten aanwezig is.
4. Welk gedicht van een andere dichter zou u in de online bloemlezing der Nederlandstalige poëzie willen laten opnemen?
Een gedicht dat ik op de middelbare school van buiten kende, zoveel indruk had het op me gemaakt. De meeslepende vaart in het ritme, de levensvreugde, het grote gebaar. Ben net terug van een bezoek aan Auressio, het Zwitserse bergdorp, niet ver van het Lago Maggiore waar Marsman een tijd lang heeft gewoond. Het huis, en ook het andere waar hij later naar verkast is, staat er nog altijd. Met de keuze die Ilja Leonard Pfeijffer recent van zijn gedichten heeft gemaakt is Marsman weer helemaal terug, zo hij ooit is weggeweest.
Paradise regained
De zon en de zee springen bliksemend open:
waaiers van vuur en zij;
langs blauwe bergen van de morgen
scheert de wind als een antilope
voorbij.
zwervende tussen fonteinen van licht
en langs de stralende pleinen van 't water
voer ik een blonde vrouw aan mijn zij,
die zorgloos zingt langs het eeuwige water
een held're, verruk-lijk-meeslepende wijs:
'Het schip van de wind ligt gereed voor de reis,
de zon en de maan zijn sneeuwwitte rozen,
de morgen en nacht twee blauwe matrozen –
wij gaan terug naar 't Paradijs'.
© Interview: Arnoud van Adrichem
© Foto door de auteur ter beschikking gesteld
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties