Rob Schouten, geboren 1954, uit sektarisch milieu, studeerde Nederlands in Amsterdam. Redacteur van Trouw. Poëzierecensent van Vrij Nederland. Was in het seizoen 1986-1987 writer-in-residence aan de University of Minnesota en van 1993-1996 bijzonder hoogleraar literaire kritiek aan de VU. Schreef sinds 1978 negen dichtbundels, een verhalenbundel, een roman en diverse essaybundels. Hij stelde ook een aantal bloemlezingen samen. Hij ontving de Herman Gorterprijs 2001 voor zijn bundel Infauste dienstprognose. Zijn laatste bundel, Apenlier, verscheen in 2004. Binnenkort verschijnt een nieuwe bundel Spijsamen. Werkt momenteel ook aan een nieuwe roman, werktitel De groene nazi.
1. Met welk gedicht van uzelf zou u zich aan de lezers willen voorstellen?
God is
De putti met hun roze vleugeltjes
komen het water uit, hun vader op.
Zo lukt geluk, blijft het
bij kleine onrechtvaardigheden:
het lieveheersbeestje mag op de hand
maar een zwart torretje schiet ik ver weg,
niet fair natuurlijk, maar verkiezen moet,
zoals ik ook geenszins van mollig houdt;
geef mij het spichtige hotelratje,
een gammel bed, gehorig tengelwerk,
waarbij ook nog het nieuws
telkens over ons leeggekiept,
niet samenvatbaar of giraal te delgen
in nachtmerries of westerse valuta
maar net als kinky sex of uren Mahler
gedachten die je ’s avonds laat pas draait.
’s Ochtends wil ik met rust gelaten worden
door genocide en teenkunstenaars,
dan komt niet in me op dat ik ook elders
had kunnen zijn, net zo vanzelf.
’s Middags zit onderweg naar huis
vreetzaam een rups in de wolken
des hemels en knaagt het gaatje naar
de loerende verlosser die (stel je voor)
ineens het heelal schoonveegt.
Pas toen ik ons bevrijdde van de moffen
en de Mount Everest beklom
wist ik dat ik zo iemand was,
schatjes, was papa er voortdurend,
en ’s avonds liep ik langs de dokken
met het woord ‘eenzaam’ in mijn hoofd
en het bedierf de dag dat ik zou sterven
met achterlating van mijn beloften.
Ik weet niet hoe het allemaal te voeren
in jullie jonge koppen, dat van ons
na koekhappen en zandbakken niets deugt
en ook het tijdig overlijden niet.
Misschien zijn jullie het gewoon
te worden drooggewreven, koekje en
allengs ontengelen, meer kennis in
niet weten waar je eigenlijk toe dient.
Uit: Bij bewustzijn, 1996
2. Waarom poëzie?
Voor mij is poëzie altijd het volmaakt geschikte medium geweest om twee uitgesproken polen in mij, zoeken naar wijsheid en genieten van onzin, met elkaar te verzoenen. Ook de korte baan, die elk gedicht nu eenmaal is, bevalt me, ik ben een ongeduldig, nogal jachtig mens, poëzie is wat mij betreft de daarbij passende vorm, spontaniteit en grilligheid worden nergens zo gewaardeerd als daar.
3. Welke dichters behoren tot uw inspiratiebronnen? Zou u kunnen uitleggen waarom en op welke wijze zij uw eigen werk beïnvloeden?
Dichters die mij inspireren zijn John Berryman, W.H. Auden en Pessoa. Zoals Pessoa zou ik niet kunnen en willen schrijven, dat is mij te uniek en te particulier, maar Auden en Berryman beïnvloeden me wel, in het sublimeren van het alledaagse (Auden) en in het stem geven aan de kronkels en idiosyncrasieën in je hoofd (Berryman). En voor de rest laat ik mij eigenlijk door alles en iedereen beïnvloeden, ook dichters die ik slecht vind kunnen opeens regels of woorden opleveren die bij mij op vruchtbare grond vallen. Ik ben een echte omnivoor, geen selectieve Feingeist.
4. Welk gedicht van een andere dichter zou u in de online bloemlezing der Nederlandstalige poëzie willen laten opnemen?
Ik zou het gedicht 'Kritiek' van Tonnus Oosterhoff (uit Wij zagen ons in een kleine groep mensen veranderen) daar graag zien.
© Interview: Arnoud van Adrichem
Foto door de auteur ter beschikking gesteld
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties