Piet Gerbrandy (1958) is classicus, dichter, essayist en poëziecriticus bij de Volkskrant. Zijn dichtbundels: Weloverwogen en onopgemerkt (1996, bekroond met Van der Hoogt-prijs, genomineerd voor de Buddingh’-prijs), Nors en zonder haten (1999, genomineerd voor de VSB-prijs), De zwijgende man is niet bitter (2001, Herman Gorter-prijs, genomineerd voor de VSB-prijs), Drievuldig feilloos vals (Meulenhoff 2005; een gedicht uit deze bundel werd ter gelegenheid van Gedichtendag 2006 bekroond als een van de drie mooiste gedichten van 2005). Essays: Boeken die ertoe doen (2000), Een steeneik op de rotsen (2003) en Omroepers van oproer (2006). In het najaar van 2006 verschijnt de dichtbundel Krang en zing. Momenteel is Gerbrandy bezig met een boek over de poëzie van H.H. ter Balkt en Jacques Hamelink, en met een geschiedenis van de Latijnse literatuur. Voorts werkt hij samen met de Middelburgse fotograaf Gijs Haak.
1. Met welk gedicht van uzelf zou u zich aan de lezers willen voorstellen?
Ik geloof niet dat het nodig is dat een dichter zichzelf voorstelt. Het gaat om de poëzie, niet om de mens daarachter. De vraag roept me op lezer te worden van mijn eigen gedichten, en als lezer ben ik niet in een wezenlijk andere positie dan alle lezers die mijn gedichten niet geschreven hebben. Daar komen drie problemen bij: a. ik heb een uitermate slecht geheugen, en vergeet alle gedichten die ik voltooid heb ogenblikkelijk; b. ik verlies ook direct alle belangstelling voor een gedicht dat eenmaal af is; c. mijn literaire voorkeuren wisselen met mijn stemming, dus het ene uur wil ik de rest van mijn leven alleen nog maar Horatius lezen, het volgende uur besluit ik mijn leven voortaan aan Beckett te wijden. Conclusie: het enige gedicht dat ik zou kunnen kiezen, is het gedicht waarmee ik bezig ben, maar de keuze van iedere andere lezer is eigenlijk beter.
2. Waarom poëzie?
Omdat mijn brein zich kennelijk in poëzie ontlaadt, en omdat ik niks anders kan. Als ik goed kon metselen, rekenen of wijn proeven, of als ik in de gelegenheid was de hele dag te vrijen, zou ik misschien nooit zijn gaan schrijven.
3. Welke dichters behoren tot uw inspiratiebronnen? Zou u kunnen uitleggen waarom en op welke wijze zij uw eigen werk beïnvloeden?
Gelukkig word ik permanent geïnspireerd en ontdek ik wekelijks nieuwe bronnen van verwondering en genot. Of ik er ook door beïnvloed word, kan een ander beter beoordelen. En die inspiratiebronnen zijn natuurlijk niet alleen dichters, maar ook filosofen, filmers en muzikanten, of Muzen die ik ontmoet. Maar als ik namen moet noemen van wie mij steeds opnieuw roeren en aanzetten tot schrijven, of die mij dwingen tot tegenspraak, welaan: de eerder genoemde Horatius en Pindaros; Beckett (zijn korte proza is poëzie); Homeros; Bilderdijk; H.H. ter Balkt; Hugo Claus; Ezra Pound (die mij boos maakt); Reve.
4. Welk gedicht van een andere dichter zou u in de online bloemlezing der Nederlandstalige poëzie willen laten opnemen?
Waarom alleen Nederlandse poëzie? Je wilt natuurlijk weten wat ik het beste Nederlandse gedicht aller tijden vind, maar daarvoor verwijs ik graag naar de eerste vraag Ik kan wel een naam noemen, maar morgen noem ik een andere. Nu goed, ik zou graag het complete ‘De ziekte der geleerden’ van Willem Bilderdijk aan de bloemlezing toevoegen. Maar ik typ het niet voor je uit.
Het gedicht staat online te lezen op: http://www.dbnl.org/tekst/bild002ziek01/.
© Interview: Arnoud van Adrichem
© Foto: Hans van Lith
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties