Mark Boog (1970) is dichter en schrijver. Voor zijn eerste bundel Alsof er iets gebeurt (2000) ontving hij in 2001 de C. Buddingh’-prijs. Boog publiceerde dichtbundels en romans waaronder recent De helft van liefde (roman, 2005) en De encyclopedie van de grote woorden (gedichten, 2005). Deze laatste bundel werd bekroond met de VSB Poëzieprijs 2006.
1. Met welk gedicht van uzelf zou u zich aan de lezers willen voorstellen?
Met het laatste gedicht dat ik gepubliceerd heb, in het Hollands Maandblad van (meen ik) afgelopen maart:
De terugweg
De terugweg was heel anders. Zelfs de wind
verbaasde zich. Het leek stiller,
straathoeken keken verwonderd rond,
links en rechts, vergeten of ze over wilden steken.
En jij, de armen wijduit, een verschijnsel.
Een niettemin wild langsglijden
van grijze wolken, het stilstaan van snelverkeer,
mijn doelloosheid op onthutsende wijze binnenstebuiten gekeerd.
2. Waarom poëzie?
Eerste reactie: waarom niet? Andere mogelijke antwoorden gaan gebukt onder hoogdravendheid, koketterie en onoprechtheid. ‘Ik kan niet anders’, bijvoorbeeld, om met de hoogmoed te beginnen. Een kokette variatie daarop: ‘Ik kan niets anders.’ En de poëzie is de hoogste der kunsten, dat is bekend. Voor minder doe ik het niet.(Of was het de muziek? Dan heb ik een vergissing gemaakt.)
Serieuzer (maar daarom niet noodzakelijkerwijs oprechter): In de poëzie is - voor mij - iets te halen dat elders onbereikbaar is. Wat dat is, daar ben ik nog niet achter, omdat ik er nog ver van weg ben. In elk geval stond vanaf het begin onomstotelijk vast dat ik het in de taal zou zoeken. Poëzie is dan - als het goed is - de kaalste, puurste vorm. De taal is tegelijk het meest essentiële van de mens, het meest natuurlijke, eigene, en het meest gemaakte, abstracte, juist ónnatuurlijke. Het is het instrument waarmee hij zich verweert tegen de wereld en de eigenschap die hem in staat stelt er deel van uit te maken - de twee polen waartussen ik, zoals misschien iedereen, mij beweeg. (Dit antwoord mag gerangschikt onder de hoogdravendheid, en is geldig tot morgen.)
3. Welke dichters behoren tot uw inspiratiebronnen? Zou u kunnen uitleggen waarom en op welke wijze zij uw eigen werk beïnvloeden?
Ik weet welke dichters ik veel lees of gelezen heb. Hoe ze me beïnvloeden of inspireren - dat ze dat doen lijkt me onvermijdelijk - weet ik niet. Ze geven mogelijkheden en onmogelijkheden aan misschien, die me kunnen aanzetten een bepaalde richting in te slaan, pogingen te wagen. Ik vertrouw vervolgens - je moet wel, anders schrijf je nooit meer iets - volkomen op mijn eigenheid en eigenwijsheid, die me altijd zullen doen uitkomen bij gedichten die van mij zijn en niet van iemand anders. Hoop ik.
Enkele namen: Pessoa, Faverey, Kafavis, Ouwens, Arends, Celan, Leopold, enzovoorts.
4. Welk gedicht van een andere dichter zou u in de online bloemlezing der Nederlandstalige poëzie willen laten opnemen?
Een gedicht van J.H. Leopold (dat een bewerking/vertaling is van een gedicht van een oosterse dichter - ik weet niet welke). Ik heb het niet in moderne spelling omgezet, hoewel ik eigenlijk vind dat dat wel moet:
Omgang met menschen, nabuurschap:
een sleepend zeer, een chronisch lijden;
o zegening dan van de koorts
met zieke en met gezonde tijden.
Met moeite en zichgeweldaandoen
komt er een luttel goeds tot stand,
de ongerechtigheden doet
hun eigen grondaard aan de hand.
Waar zijn, waar zijn de stroomen nu
van mildheid gul en goedertieren?
Zij leeuwentelgen? ach ik zie
hyena's slechts en lage dieren.
Hun hout geeft bij verbranden geur
van myrrhe en van olibaan,
maar op den tand van barre nood
voelt het als flint en kiezel aan.
© Interview: Arnoud van Adrichem
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties