Huub Beurskens (Tegelen 1950) studeerde aan de kunstacademie en is schrijver, dichter en vertaler. Hij was redacteur van Het Moment en De Gids. Voor zijn poëzie kreeg hij de Herman Gorterpijs, de Jan Campertprijs en de VSB Poëzieprijs. Hij vertaalde poëzie van onder andere Gottfried Benn, Nelly Sachs, Georg Trakl, William Carlos Williams. Recentelijk verschenen de dichtbundel Als met een vogeltje (2004), de roman Albinoziel (2005) en de samen met Wiel Kusters geschreven dichtbundel In duizend kamers (2006).
1. Met welk gedicht van uzelf zou u zich aan de lezers willen voorstellen?
Met dat wat ik als volgende zal schrijven.
2. Waarom poëzie?
Vanwege het ontbreken van het vraagteken, onmiddellijk gevolgd door het ‘Aber’ in Hölderlins elegie ‘Brot und Wein’:
‘(…) und wozu Dichter in dürftiger Zeit.
Aber sie sind, sagst du, wie des Weingotts heilige Priester,
Welche von Lande zu Land zogen in heiliger Nacht.’
3. Welke dichters behoren tot uw inspiratiebronnen? Zou u kunnen uitleggen waarom en op welke wijze zij uw eigen werk beïnvloeden?
Gaandeweg is het aantal dichters wier werk een korte of iets langere tijd directe invloed hadden op wat ik deed en doe afgenomen. Ik denk dat ik momenteel door geen enkele dichter meer rechtstreeks word beïnvloed, in die zin dat ik niemand meer ken in wiens stijl of op wiens toon enzovoorts ik ook iets zou willen maken, die ik uit enthousiasme zou willen nadoen (waar op zich niets tegen is). Zulke dichters zijn er ongetwijfeld geweest. In Nederland H.C. ten Berge met zijn eerste bundels. (Toen ik een jaar of twintig was.) Belangrijkste dichter voor mij, zowel qua poëzie als poëticale instelling, is mijns inziens Gottfried Benn geweest. Maar ik kan ook Georg Trakl noemen, W.H. Auden, Wallace Stevens, William Carlos Williams (van wiens poëzie binnenkort een door mij samengestelde en vertaalde bloemlezing verschijnt). Zeker niet te vergeten is het werk van Gerard Manley Hopkins. Fantastisch waarnemend zintuig voor zowel de natuur als voor de bewegingsmogelijkheden van de taal in het gedicht en daarmee voor de roerselen van de ziel, als die bestaat tenminste. Een behoorlijk heterogeen gezelschap en een mix ervan zal mijn dingen wel steeds blijven meebepalen. Mijn voorkeur gaat hoe dan ook uit naar dichters die, behalve dat ze artistiek van alles en nog wat doen en kunnen, waarnemers zijn en daar navoelbaar genot uit puren, tegen beter weten in. En dan was ik Rainer Maria Rilke bijna vergeten! Tegelijkertijd nooit iets gehad met Nederlandse dichters als J.C. Bloem, Nijhoff, Leopold en Marsman. Misschien ben ik net in het verkeerde land geboren?
4. Welk gedicht van een andere dichter zou u in de online bloemlezing der Nederlandstalige poëzie willen laten opnemen?
Dat wat me, nadat ik het binnenkort zal hebben gelezen, even alle andere poëzie lijkt te hebben doen vergeten die eerder hetzelfde met me deed.
© interview: Arnoud van Adrichem
Foto door de auteur beschikbaar gesteld
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties