Ooit, in een ver verleden, was René Huigen een Maximaal. Wat dat precies was, een Maximaal, en wat iemand die Maximaal was precies deed, is mij nooit recht duidelijk geworden; – maar Huigen viel mij meteen op als een interessante dichter. Iemand die het ambacht, het dichterschap, serieus neemt en serieus beoefent, zonder flauwe concessies te doen aan de efemere waan van de dag. Met Steven, zijn zesde bundel, publiceert hij zijn meesterproef.
Steven is een modern heldendicht. Een moderne Odyssee. Daarom begint het zo: 'Muze, ook al heeft u uw reserves (...)'. De hier geïntroduceerde twijfel doordesemt het hele gedicht. Bovendien is het een gedicht waarin, als in de Odyssee, flink gereisd wordt – '(...) Te verhalen van een man die thuisbleef' – , dat wil zeggen: niet door tijd en ruimte, enkel vanuit de fauteuil en in een mythologische of mythische twilight zone – '(...) En die geloofde dat de de wereld hem/Een zetel was waaruit geen held, zijn daden/Waardig, hoefde op te staan (...)'.
Wat niet wil zeggen dat er, al twijfelend, plaats genomen hebbend in een fauteuil, later in die twilight zone, niet veel wordt overhoop gehaald in deze bundel. Integendeel. Huigen haalt mythen en heiligenlevens aan, citeert, alludeert en expliceert dat het een aard heeft. Op een toon die des Huigens is, ergens tussen verheven en banaal in. Want Huigen is óók de meester van de melige oneliner, die ongekend diepe gronden heeft: ‘Maar waarheid is niet wat zich achteraf/Verklaren laat, maar op voorhand dient/Te worden begrepen (...)’
De 'hoofdpersoon' – of beter is het misschien te spreken van de 'held' – van het gedicht heet Steven, een oude bekende uit het gedicht 'Sigarenwinkel' van Pessoa/De Campos. Steven komt voor in de laatste strofe:
De man is de Sigarenwinkel uitgekomen (kleingeld in zijn broekzak stekend?).
O, ik ken hem; het is Steven zonder metafysica.
(De Sigarenhandelaar is in de deur gaan staan.)
Als gedreven door een goddelijk instinct draaide Steven zich om en zag mij.
Hij zwaaide naar me, en ik riep Dag Steven!, en het universum
Kreeg voor mij zijn vorm weer zonder hoop noch ideaal, en de Sigarenhandelaar glimlachte.
Huigen antwoordt daarop in de laatste regels van Steven:
Daar stond hij dan, niet naakt ten overstaan
Van zijn schepper, zoals hem was aangezegd,
Maar tegenover een hem onbekende
Man, hem groetende vanachter het raam
Van diens woning. Voldaan zwaaide Steven
Terug en maakte zich vervolgens uit
De voeten. Waarheen, weet U alleen, o
Muze. Zolang U zwijgt, zal Steven dolen,
En met hem ik, die hem tot hier mocht volgen.
Want Steven is in alles een heldendicht zonder held, een gedicht over een zoektocht, maar zonder metafysica. En daarom metafysisch tot en met. Steven is een held, die geen anti-held kan zijn en daarom uiteindelijk in het niets verdwijnt – samen met de verteller, die uiteraard wel en niet samenvalt met de auteur. Wat Steven dan wel is? Een groot gedicht, van een dichter die, ondanks zijn nominatie voor de VSB Poëzie Prijs 2004, nog te onbekend is bij het ‘grote publiek’.
Steven, René Huigen, De Bezige Bij, 90 234 1767 4
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Kan iemand mij de oorspronkelijke tekst van sigarenwinkel plus nederlandse vertaling bezorgen?
Zou grote hulp zijn,
Dank bij voorbaat
geert Boxstrael-D'harte
Geplaatst door: Geert Boxstael | 18-6-07 om 11:44