Hélène Gelèns debuteert in september 2006 bij Uitgeverij 521, in de ‘Sandwich-reeks’ van Gerrit Komrij. Ze studeerde sterrenkunde, neerlandistiek, geschiedenis en wijsbegeerte in Leiden en Amsterdam. Alleen wijsbegeerte rondde ze af. Ze publiceerde poëzie en essays in literaire tijdschriften (o.m. Krakatau, Lust & Gratie, De Tweede Ronde), in bloemlezingen en filosofische uitgaven. Momenteel schrijft ze haar eerste libretto en werkt ze aan haar debuutbundel. Een aantal van haar gedichten is hier te beluisteren.
1. Met welk gedicht van uzelf zou u zich aan de lezers willen voorstellen?
stamel de naam!
adem rustig in en uit, adem in
en uit, denk aan de naamdrager, in en uit
in en uit, goed zo, in en spreek de naam uit
hap naar de naam, probeer te happen
naar de naam als naar adem, zo ongeveer:
haphap, happen naar de naam, haphap
niet hoesten, happen haphap, niet hoesten
adem rustig in en uit, adem in
en uit, niet hoesten, adem in adem in
snak naar adem als naar de drager van de naam
hap naar adem, probeer te happen
naar adem, je moet nog stamelen, hap! hap!
2. Waarom poëzie?
Een goed gedicht kun je niet navertellen. Het had niet anders verwoord kunnen zijn dan zo. Met die woorden, dat ritme, die klanken, die structuur, die toon. Daarom poëzie.
Maar ook poëzie omdat elk gedicht weer spannend is om te schrijven. Bij elk gedicht verbaas ik mij weer over de richting waarin het zich ontwikkelt. Als je je tijdens het dichten laat meeslepen door de taal, het ritme, de klanken, de toon en de onverwachte betekenissen die door de vorm worden aangedragen, als je je laat leiden door de logica van het gedicht, kan er iets unieks ontstaan. Iets wat niet gezegd kan worden in een gesprek of in een journalistieke, filosofische of wetenschappelijke tekst. De taligheid, de muzikaliteit en de structuur van een gedicht vereisen een andere logica en daaruit volgen andere sprongen, andere kronkels.
3. Welke dichters behoren tot uw inspiratiebronnen? Zou u kunnen uitleggen waarom en op welke wijze zij uw eigen werk beïnvloeden?
Door poëzie raak ik geïnspireerd als ze sterk is in de vorm en getuigt van een ontregelende, vervreemdende, verontrustende of absurdistische betrokkenheid op de realiteit. Dat kunnen gedichten zijn waarvoor ik geen comfortabele leeshouding kan vinden, zoals die van Astrid Lampe of F. van Dixhoorn, maar ook gedichten waar ik makkelijker instap. Een kleine, wilde greep om een indruk te geven: Bernlef, K. Michel, Joke van Leeuwen, Luuk Gruwez, Gerrit Krol, ee cummings, Unica Zürn, Hans Arp, Monika Rinck, en dichters die ik in vertaling las zoals Vasko Popa, Aleksander Wat, Anna Swirszczynska, Czeslaw Milosz, Zbigniew Herbert, Wislawa Szymborska, César Vallejo, Maria Elena Cruz Varela, Yi Won.
4. Welk gedicht van een andere dichter zou u in de online bloemlezing der Nederlandstalige poëzie willen laten opnemen?
Het gedicht ‘Affirmaties’ uit de bundel Varkensroze ansichten van Mustafa Stitou.
Affirmaties
Ik kan stoppen met roken en ook als het niet lukt
ik hou van mezelf ik ben niet dik niet klein niet rond
ik heb een zachte pik zat liefde in mijn kippenborst
niet langer vrees ik uw toorn vader ik vrees niet
langer uw toorn vader uw toorn is natuurtroebel
het verborgene is het verborgene niet vader
het is de schittering over dieren mensen dingen
dus waarom knielend bidden
wanneer ikzelf het gebed ben?
ik kan stoppen met roken en ook als het niet lukt
ik hou van mezelf ik ben niet dik niet klein niet rond
ik heb een zachte pik zat liefde in mijn kippenborst
nietzsche treurde om wat hij vernielde en werd waanzinnig
darwin werd een machine op zijn oude dag ik heb
een zachte pik zat liefde in mijn kippenborst ik kan
stoppen met roken en ook als het niet lukt
ik hou van mezelf ik ben niet dik niet klein niet rond
vaarwel dwaalleraren van weleer ik kweek een buik
waarop ik morgen tatoeëer een korinthiërs dertien
uitnemendheid der liefde vers vier vijf zes en zeven
ik kan stoppen met roken en ook als het niet lukt
ik hou van mezelf ik ben niet dik niet klein niet rond
ik heb een zachte pik zat liefde in mijn kippenborst
uit de wereld kan ik niet vallen altijd raapt mijn
vreemde moeder mij op
kijk ik in de ogen van mijn joodse verloofde
fladderen er vlinders in en uit mijn mond
ik kan stoppen met roken en ook als het niet lukt
ik hou van mezelf ik ben niet dik niet klein niet rond
ik kan stoppen met roken het is geen fiasco
troosteloos als libische staatstelevisie
het is geen fiasco ik ben een biologisch feit
maar ik kan masturberen
masturberen uit nostalgie en ik teken
zoals ik tekende zeven winters oud
ik kan stoppen met roken en ook als het niet lukt
ik hou van mezelf ik ben niet dik niet klein niet rond
eens zal ik wegrukken ja
het doekje van het hoofd
van mijn vreemde moeder
altijd raapt zij mij op
ik kan stoppen met roken en ook als het niet lukt
ik hou van mezelf ik ben niet dik niet klein niet rond
het is geen fiasco dat ik eindig lichaam ben
vanmiddag zag ik in de tram
een kind
met een romeinsekeizerkop
vaarwel dwaalleraren van weleer het is geen fiasco
ik heb een zachte pik zat liefde in mijn kippenborst
zat
liefde
ik kan stoppen met stoppen met roken en ook als het niet lukt
ik hou van mezelf ik ben dik
ik ben klein
ik ben rond
© Foto: Onno Hansen, 2006
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties